In 2026 mag je € 59.357 aan spaargeld en ander vermogen hebben zonder box 3-belasting te betalen, of € 118.714 samen met een fiscale partner (Belastingdienst, 2026). Voor toeslagen en bijstand gelden aparte grenzen: als alleenstaande € 38.479 voor huurtoeslag en € 146.011 voor zorgtoeslag en kindgebonden budget, gemeten op 1 januari 2026, en € 8.000 voor bijstand (Dienst Toeslagen en Rijksoverheid, 2026). Hoeveel spaargeld je mag hebben, is dus geen wettelijk maximum: je mag zoveel sparen als je wilt. Boven een grens betaal je belasting over een deel van je vermogen, of verlies je het recht op een toeslag of een uitkering. Hieronder staan alle grenzen van 2026 in één tabel, met rekenvoorbeelden en wat er in 2027 verandert.
Wil je weten hoeveel spaargeld je nodig hebt, lees dan hoeveel spaargeld je als buffer nodig hebt. Hoeveel anderen op de bank hebben, staat in gemiddeld spaargeld per leeftijd.
Kort antwoord: hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026?
- Belastingvrij (box 3): € 59.357 per persoon, € 118.714 met een fiscale partner. Telt wat je op 1 januari 2026 hebt (Belastingdienst).
- Huurtoeslag: € 38.479 zonder en € 76.958 met toeslagpartner, plus € 38.479 per medebewoner (Dienst Toeslagen, 2026).
- Zorgtoeslag en kindgebonden budget: € 146.011 zonder en € 184.633 met toeslagpartner. Voor kinderopvangtoeslag is er geen vermogensgrens (Dienst Toeslagen, 2026).
- Bijstand: € 8.000 als alleenstaande, € 16.000 als alleenstaande ouder of met een partner (Rijksoverheid, 2026).
- Peildatum: voor box 3 en de toeslagen telt je vermogen op 1 januari. Heb je dan te veel, dan krijg je die toeslag het hele jaar niet.
Het belangrijkste
- Mogen is geen verbod: niemand verbiedt je meer te sparen. Boven de grens betaal je box 3-belasting, of krijg je een toeslag of uitkering niet.
- € 100.000 spaargeld kost ongeveer € 187 box 3-belasting over 2026, zonder fiscale partner en zonder ander vermogen (eigen berekening met het voorlopige fictieve rendement van 1,28%).
- Groene beleggingen tellen verschillend: in box 3 zijn ze tot € 26.715 per persoon vrijgesteld, voor de toeslagen tellen ze gewoon mee (Belastingdienst, 2026).
- Zorgtoeslag en kindgebonden budget, 2027: de vermogensgrens gaat per 1 januari 2027 met € 29.908 omlaag. Die wet is door beide Kamers aangenomen.
- Heffingsvrij vermogen 2027: het kabinet stelt € 30.846 voor, het niveau van 2020. Op 16 oktober 2026 is dat een voorstel, nog geen wet.
Hoeveel spaargeld mag je hebben? Alle grenzen van 2026 in één tabel
Er is niet één grens voor spaargeld, maar een grens per regeling: € 59.357 voor box 3, € 38.479 voor huurtoeslag, € 146.011 voor zorgtoeslag en kindgebonden budget en € 8.000 voor bijstand, steeds voor iemand zonder partner in 2026. Wat er gebeurt als je erboven zit, verschilt ook. In box 3 betaal je alleen belasting over het rendement dat bij het deel boven de grens hoort. Bij de toeslagen verlies je het recht voor het hele jaar. In de bijstand krijg je niets tot je het deel boven de grens hebt uitgegeven.
| Regeling | Zonder partner | Met partner | Wat telt | Boven de grens |
|---|---|---|---|---|
| Box 3 (heffingsvrij vermogen) | € 59.357 | € 118.714 (fiscale partner) | Vermogen op 1 januari 2026 | 36% belasting over het fictieve rendement dat bij het deel boven de grens hoort |
| Huurtoeslag | € 38.479 | € 76.958, plus € 38.479 per medebewoner | Vermogen op 1 januari 2026 | Het hele jaar geen huurtoeslag |
| Zorgtoeslag | € 146.011 | € 184.633 (toeslagpartner) | Vermogen op 1 januari 2026 | Het hele jaar geen zorgtoeslag |
| Kindgebonden budget | € 146.011 | € 184.633 (toeslagpartner) | Vermogen op 1 januari 2026 | Het hele jaar geen kindgebonden budget |
| Kinderopvangtoeslag | Geen vermogensgrens | Geen vermogensgrens | - | - |
| Bijstand (Participatiewet) | € 8.000; alleenstaande ouder € 16.000 | € 16.000 (gezamenlijke huishouding) | Vermogen dat de gemeente berekent met de bankgegevens van jou en je gezin | Geen bijstand tot je het deel erboven hebt uitgegeven |
| AIO-aanvulling (SVB) | € 8.000 | € 16.000 (met partner of kind jonger dan 18) | Alles wat je bezit, ook een auto | Geen AIO-aanvulling |
| IOAW | Geen vermogenstoets | Geen vermogenstoets | - | - |
| IOAZ | - | - | Vermogen boven € 175.864 | Per jaar wordt 3% van dat deel verrekend |
| WW | Spaargeld hoef je niet door te geven | Spaargeld hoef je niet door te geven | - | - |
Bedragen 2026. Bronnen: Rijksoverheid, soorten inkomstenbelasting en Belastingdienst (box 3); huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag (Dienst Toeslagen); Rijksoverheid, bijstand; SVB, AIO-aanvulling; ministerie van SZW, uitkeringsbedragen per 1 januari 2026 (IOAW en IOAZ); UWV, inkomsten doorgeven bij WW. Alle pagina's geraadpleegd op 16 oktober 2026.
Vermogensgrenzen in 2026, zonder partner
Bronnen: Belastingdienst, heffingsvrij vermogen, Dienst Toeslagen, huurtoeslag, Dienst Toeslagen, zorgtoeslag, Rijksoverheid, bijstand
Hoeveel spaargeld mag je belastingvrij hebben?
In 2026 mag je € 59.357 per persoon belastingvrij hebben, of € 118.714 met een fiscale partner (Rijksoverheid en Belastingdienst, 2026). Dat bedrag heet het heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst omschrijft het zo: “U betaalt geen belasting over een deel van uw vermogen (uw bezittingen min uw schulden). Een vast bedrag is belastingvrij” (Belastingdienst, heffingsvrij vermogen). Het gaat dus niet alleen om spaargeld: onder vermogen vallen bijvoorbeeld ook aandelen en een tweede woning (Rijksoverheid, 2026), en cryptovaluta (Belastingdienst, 2026).
Heffingsvrij vermogen in 2026 en eerdere jaren
| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2024 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2023 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2022 | € 50.650 | € 101.300 |
| 2021 | € 50.000 | € 100.000 |
| 2020 | € 30.846 | € 61.692 |
Bron: Belastingdienst, tabel “Welk deel van mijn vermogen is belastingvrij?” (geraadpleegd 16 oktober 2026). Het bedrag van 2020 is belangrijk voor 2027: het kabinet wil het heffingsvrij vermogen terugbrengen naar dat niveau (zie wat er in 2027 verandert).
Met een fiscale partner
Heb je het hele jaar een fiscale partner, of kies je ervoor om dat het hele jaar te zijn, “dan wordt het heffingsvrij vermogen verdubbeld” (Belastingdienst). Jullie mogen de grondslag bovendien onderling verdelen zoals je wilt (Belastingdienst, 2026). Bij toeslagen werkt het anders: daar heet je partner je toeslagpartner, en gelden aparte grenzen, die verderop staan.
Welke schulden tellen mee?
In box 3 trek je je schulden van je bezittingen af, maar alleen het deel boven de drempel: “De drempel is € 3.800 per persoon. Dus voor u samen € 7.600” (Belastingdienst, 2026). Het huis waarin je woont, tel je niet mee in box 3: “Bezittingen die u al hebt aangegeven in box 1 of box 2, geeft u niet meer aan in box 3” (Belastingdienst), en box 1 gaat over inkomen uit werk en woning (Rijksoverheid).
Groene beleggingen: een extra vrijstelling
Bovenop het heffingsvrij vermogen mag je in 2026 tot € 26.715 per persoon groen sparen of beleggen zonder dat het in box 3 meetelt, of samen € 53.430 met een fiscale partner (Belastingdienst, groene beleggingen). Die vrijstelling verdwijnt: voor 2027 gaat ze naar € 200 (€ 400 met een fiscale partner) en per 1 januari 2028 vervalt ze volledig (Rijksoverheid, 2026). Let op: voor de toeslagen tellen groene beleggingen gewoon mee als vermogen.
Je box 3-vermogen geef je op in je aangifte inkomstenbelasting. Hoe de voorlopige en de definitieve aanslag werken, en wanneer je je belasting terugkrijgt, staat in een aparte gids.
Hoeveel belasting betaal je over 100.000 euro spaargeld?
Zonder fiscale partner en zonder ander vermogen betaal je over € 100.000 spaargeld in 2026 ongeveer € 187 box 3-belasting (eigen berekening met de rekenmethode van de Belastingdienst, het voorlopige fictieve rendement van 1,28% en het tarief van 36%). Hebben jullie als fiscale partners samen € 100.000 en verder geen vermogen, dan blijven jullie onder de grens van € 118.714 en betalen jullie geen box 3-belasting.
De Belastingdienst rekent niet met je echte rente, maar met een fictief rendement. In 2026 is dat 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden, allebei nog voorlopig, en 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen (Belastingdienst, 2026). De berekening gaat in vier stappen:
- Reken het fictieve rendement uit over je hele vermogen: 1,28% van € 150.000 spaargeld is € 1.920.
- Bereken welk deel van je vermogen boven het heffingsvrij vermogen ligt: (€ 150.000 - € 59.357) / € 150.000 = 60,42%.
- Dat deel van het rendement wordt belast: 60,42% van € 1.920 = € 1.160.
- Daarover betaal je 36%: “36% × € 1.160 = € 417 belasting”.
Dit is het officiële rekenvoorbeeld van de Belastingdienst voor iemand zonder fiscale partner met € 150.000 spaargeld. De Belastingdienst rondt daarbij naar beneden af: € 417,60 wordt € 417. Met dezelfde methode komen de andere bedragen in de tabel hieronder tot stand.
| Spaargeld op 1 januari 2026 | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner (50/50 verdeeld) |
|---|---|---|
| € 75.000 | ± € 72 | € 0 (onder € 118.714) |
| € 100.000 | ± € 187 | € 0 (onder € 118.714) |
| € 150.000 | € 417 (Belastingdienst) | € 144, ieder € 72 (Belastingdienst) |
| € 200.000 | ± € 648 | ± € 374 |
| € 300.000 | ± € 1.108 | ± € 834 |
Eigen berekening met de rekenmethode van de Belastingdienst, alleen spaargeld, geen schulden en geen ander vermogen. De bedragen bij € 150.000 zijn de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst zelf.
Over € 200.000 spaargeld betaal je zonder fiscale partner dus ongeveer € 648 box 3-belasting over 2026, en over € 300.000 ongeveer € 1.108. Met een fiscale partner en een verdeling van 50/50 is dat ongeveer € 374 en € 834 samen (eigen berekening, voorlopige percentages van 2026).
Waarom het bedrag nog kan veranderen
“De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig. Begin 2027 stellen we die percentages vast” (Belastingdienst, 2026). Het percentage van 6,00% voor beleggingen staat al vast. Heb je naast spaargeld ook beleggingen, dan klopt de tabel niet meer: over dat deel rekent de Belastingdienst met 6,00%.
Was je echte rendement lager dan het fictieve, dan kun je dat aan de Belastingdienst laten zien. Reken je met je werkelijke rendement, dan telt het heffingsvrij vermogen niet mee: “De Hoge Raad heeft bepaald dat u daarbij geen rekening mag houden met het heffingsvrij vermogen” (Belastingdienst). Of € 100.000 veel is vergeleken met andere huishoudens, lees je bij is 100.000 euro veel spaargeld?
Wat telt als vermogen?
Vermogen is de waarde van je bezittingen min je schulden. Voor de toeslagen telt mee wat ook bij je belastingaangifte meetelt (Dienst Toeslagen, 2026). Spaargeld, aandelen en een vakantiehuis horen erbij, “maar het huis waarin u woont en uw auto tellen niet mee als vermogen” (Dienst Toeslagen, vermogen en toeslagen). Er zijn een paar verschillen tussen box 3 en de toeslagen die je makkelijk mist.
| Bezit | Box 3 | Huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget |
|---|---|---|
| Spaargeld en betaalrekeningen | Telt mee, ook bij een bank buiten Nederland | Telt mee |
| Aandelen, obligaties, cryptovaluta | Telt mee als overige bezitting (6,00% in 2026) | Telt mee |
| Tweede woning of vakantiehuis | Telt mee | Telt mee |
| Het huis waarin je woont | Niet in box 3, maar in box 1 | Telt niet mee |
| Je eigen auto en je inboedel | Vrijgesteld | De auto telt niet mee |
| Groene beleggingen | Vrijgesteld tot € 26.715 per persoon (2026) | Telt wél mee |
| Vermogen van een kind jonger dan 18 | Geeft de ouder met ouderlijk gezag aan | Telt mee bij de ouder |
| Schulden | Aftrek boven € 3.800 per persoon | Bezittingen min schulden |
Bronnen: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, welke bezittingen zijn vrijgesteld, bezittingen van minderjarige kinderen; Dienst Toeslagen, vermogen en bijzonder vermogen (geraadpleegd 16 oktober 2026).
Het spaargeld van je kinderen
Voor de toeslagen is de regel kort: “Is uw kind jonger dan 18 jaar? Dan telt het vermogen van dit kind mee bij uw vermogen” (Dienst Toeslagen). Is je kind 18 of ouder en woont het thuis, dan telt zijn of haar vermogen niet voor je zorgtoeslag en kindgebonden budget. Voor de huurtoeslag is je kind dan medebewoner, met een eigen grens van € 38.479.
Dienst Toeslagen rekent zelf een voorbeeld voor: een inwonend kind van 17 heeft op 1 januari € 9.000 op zijn bankrekening en de ouder € 30.000. Samen is dat € 39.000, meer dan € 38.479, dus geen huurtoeslag (Dienst Toeslagen, 2026). Een spaarrekening voor je kind telt dus mee. In box 3 geef je als ouder met ouderlijk gezag het vermogen aan van je kinderen die op 1 januari jonger zijn dan 18; hebben jullie samen het gezag maar zijn jullie geen fiscale partners, dan geeft ieder de helft aan (Belastingdienst).
Bijzonder vermogen
“Bijzonder vermogen telt niet mee voor de berekening van uw vermogen voor uw toeslagen” (Dienst Toeslagen). Dat gaat niet vanzelf: je vraagt Dienst Toeslagen om het buiten de berekening te laten. Voorbeelden zijn smartengeld, de compensatie voor de kinderopvangtoeslag en geld van je kind waar het gezin niet bij kan, zoals een geblokkeerde rekening (Belastingdienst, bijzonder vermogen). Heb je bijzonder vermogen, gebruik dan niet de proefberekening van Dienst Toeslagen (proefberekening toeslagen).
In de bijstand en bij de AIO-aanvulling
De gemeente kijkt bij de bijstand breder. Een tweede woning of vakantiehuis wordt opgeteld bij je gewone vermogen, en schulden worden afgetrokken, behalve studieschulden en schulden die je later mag terugbetalen (Rijksoverheid, 2026). De SVB zegt het voor de AIO-aanvulling zo: “Vermogen is alles wat u bezit. Bijvoorbeeld spaargeld, juwelen, antiek, kunst, een erfenis, een auto. Maar geen spullen zoals apparaten, meubels, tv en wasmachine” (SVB).
Waarom telt het saldo op 1 januari?
Voor box 3 en voor de toeslagen telt wat je op 1 januari van het jaar hebt: dat is de peildatum. Voor box 3 schrijft de Belastingdienst: “U gaat uit van de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari 2026” (Belastingdienst). Voor de toeslagen is het effect groter, omdat het om het hele jaar gaat.
- Te veel op 1 januari: “Dan hebt u het hele jaar geen recht op huurtoeslag” (Dienst Toeslagen). Bij de zorgtoeslag geldt dat “ook niet als uw vermogen later dit jaar wel onder de grens komt” (Dienst Toeslagen).
- Pas later in het jaar te veel: “Dan hebt u dit jaar nog wel recht op huurtoeslag, maar volgend jaar misschien niet” (Dienst Toeslagen).
Dienst Toeslagen geeft een voorbeeld bij het kindgebonden budget: wie in juni 2025 een erfenis van € 250.000 krijgt, houdt kindgebonden budget over 2025, maar heeft er in 2026 geen recht op, omdat de erfenis op 1 januari 2026 meetelt (Dienst Toeslagen, 2026). Het advies van Dienst Toeslagen: “Stijgt uw vermogen na 1 januari? Check eind november uw situatie voor volgend jaar” (Dienst Toeslagen).
Dat geldt ook voor geld dat eind december binnenkomt. Krijg je in december een eindejaarsuitkering of 13e maand, dan telt wat daarvan op 1 januari nog op je rekening staat mee in je vermogen. Het saldo van elke rekening op 1 januari vind je op je afschriften; hoe je die per bank terugvindt, lees je in financieel jaaroverzicht van je bank downloaden.
Voor de bijstand berekent de gemeente je vermogen zelf, met de bankgegevens van jou en je gezin (Rijksoverheid, 2026).
Hoeveel ging er dit jaar naar je spaarrekening?
Vraag het Martia in het Nederlands, bijvoorbeeld: “Hoeveel heb ik dit jaar naar mijn spaarrekening overgemaakt?” of “Hoeveel hield ik de afgelopen drie maanden gemiddeld per maand over na mijn vaste lasten?” Het antwoord komt uit de transacties op je eigen betaalrekening, niet uit een gemiddelde. Of je onder een grens blijft, leg je daarna zelf naast de tabel hierboven.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor huurtoeslag in 2026?
“U mag op 1 januari 2026 niet meer dan € 38.479 aan vermogen hebben om huurtoeslag te krijgen”, schrijft Dienst Toeslagen. Samen met je toeslagpartner is de grens € 76.958, en elke medebewoner mag ook niet meer dan € 38.479 hebben. Een medebewoner kan ook je eigen kind van 18 of ouder zijn. Hoe het inkomen van je thuiswonende kind meetelt, lees je apart.
| Jaar | Zonder toeslagpartner | Samen met toeslagpartner | Per medebewoner |
|---|---|---|---|
| 2026 | € 38.479 | € 76.958 | € 38.479 |
| 2025 | € 37.395 | € 74.790 | € 37.395 |
| 2024 | € 36.952 | € 73.904 | € 36.952 |
| 2023 | € 33.748 | € 67.496 | € 33.748 |
| 2022 | € 31.747 | € 63.494 | € 31.747 |
Bron: Dienst Toeslagen, “Uw vermogen mag voor de huurtoeslag niet te hoog zijn” (geraadpleegd 16 oktober 2026). Peildatum steeds 1 januari van het jaar.
Ben je getrouwd of geregistreerd partner, maar staat je partner niet op jouw adres ingeschreven, dan telt het vermogen van die partner niet mee voor de huurtoeslag, “maar voor de andere toeslagen wel” (Dienst Toeslagen). Veel huurders met huurtoeslag zitten ver onder de grens: de helft had hooguit € 3.800 op de bank- en spaarrekeningen, tegen € 6.700 voor alle huurders (mediaan, CBS, 1 januari 2024).
Ook de huur zelf telt anders sinds 2026. Een te hoge huur sluit je niet meer uit van huurtoeslag, maar de toeslag wordt berekend over een huur van hooguit € 932,93 per maand als je 21 of ouder bent, en hooguit € 498,20 als je 18 tot 20 bent (Rijksoverheid, november 2025). Meer over de huurtoeslagregels van 2026 en wat huurders per stad betalen, staat in een aparte gids.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor een sociale huurwoning?
Voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie is er in 2026 geen vermogensgrens, wel een inkomensgrens: € 51.537 voor een eenpersoonshuishouden en € 56.910 voor een meerpersoonshuishouden. In dat inkomen telt ook “inkomen uit beleggen en spaargeld” mee (Rijksoverheid, 2026). Dat kan veranderen: het kabinet schrijft “Ook komt er een toets op vermogen bij toewijzing van de woning”, en wil het wetsvoorstel begin 2027 in consultatie brengen (Rijksoverheid, 21 september 2026). Op 16 oktober 2026 is dat een plan, geen regel.
Hoeveel vermogen mag je hebben voor zorgtoeslag en kindgebonden budget?
Voor zorgtoeslag en kindgebonden budget mag je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger zijn dan € 146.011, of € 184.633 samen met een toeslagpartner (Dienst Toeslagen, 2026). Dienst Toeslagen zegt het zelf: “U mag aardig wat spaargeld hebben zonder dat uw zorgtoeslag in gevaar komt” (Dienst Toeslagen).
| Jaar | Zonder toeslagpartner | Met toeslagpartner |
|---|---|---|
| 2026 | € 146.011 | € 184.633 |
| 2025 | € 141.896 | € 179.429 |
| 2024 | € 140.213 | € 177.301 |
| 2023 | € 127.582 | € 161.329 |
| 2022 | € 120.020 | € 151.767 |
Bron: Dienst Toeslagen, maximaal vermogen zorgtoeslag per jaar en maximaal vermogen kindgebonden budget (geraadpleegd 16 oktober 2026). Voor het kindgebonden budget gelden in 2024, 2025 en 2026 dezelfde bedragen als voor de zorgtoeslag.
Zit je op 1 januari boven de grens, dan heb je dat hele jaar geen recht op zorgtoeslag of kindgebonden budget. Bij de zorgtoeslag geldt dat ook als je vermogen later in het jaar onder de grens zakt. Wat je dat jaar al kreeg, betaal je terug: “Zorgtoeslag die u dit jaar hebt gekregen, moet u terugbetalen. Hierover krijgt u een brief van ons” (Dienst Toeslagen). Voor het kindgebonden budget staat hetzelfde (Dienst Toeslagen).
Vermogen boven € 59.357 telt ook als inkomen
“Is uw vermogen in 2026 hoger dan € 59.357? Of als u een partner hebt hoger dan € 118.714? Dan hebt u een inkomen uit vermogen” (Dienst Toeslagen). Dat inkomen uit vermogen verhoogt je toetsingsinkomen, en daardoor kan je toeslag lager worden. Heb je bijvoorbeeld € 100.000 zonder toeslagpartner, dan sluit dat je niet uit van zorgtoeslag, want je zit onder € 146.011. Maar je zit boven € 59.357, dus je hebt inkomen uit vermogen en je zorgtoeslag kan lager uitvallen (eigen berekening op basis van de regels van Dienst Toeslagen). Je inkomen telt ook zelf: voor zorgtoeslag is de inkomensgrens in 2026 € 40.857 zonder en € 51.142 met toeslagpartner (Dienst Toeslagen).
En de kinderopvangtoeslag?
“Voor de kinderopvangtoeslag is er geen maximaal vermogen” (Dienst Toeslagen, 2026). Je spaargeld sluit je dus niet uit van kinderopvangtoeslag. Wat je eigen bijdrage is en hoe de kinderopvangtoeslag 2026 wordt berekend, staat in de gids over de kosten van kinderopvang. Een overzicht van andere regelingen bij een laag inkomen vind je in de gids over rondkomen.
Hoeveel spaargeld mag je hebben in de bijstand?
In de bijstand mag je sinds 1 januari 2026 € 8.000 aan vermogen hebben als alleenstaande, en € 16.000 als alleenstaande ouder of met een partner in een gezamenlijke huishouding (Rijksoverheid, 2026). Vanaf 1 juli 2025 was dat € 7.770 en € 15.540 (ministerie van SZW, Normenbrief 1 januari 2026). De gemeente voert de bijstand uit en berekent je vermogen “aan de hand van de bankgegevens van u en uw gezin” (Rijksoverheid). Heb je een partner, dan telt jullie gezamenlijke vermogen.
| Situatie | Vanaf 1 juli 2025 | Vanaf 1 januari 2026 |
|---|---|---|
| Alleenstaande | € 7.770 | € 8.000 |
| Alleenstaande ouder | € 15.540 | € 16.000 |
| Gehuwden en samenwonenden | € 15.540 | € 16.000 |
| Vrijgesteld vermogen in je eigen woning | € 65.500 | € 67.500 |
Bron: ministerie van SZW, Normenbrief 1 januari 2026, bijlage I en Uitkeringsbedragen per 1 januari 2026.
Zit je boven de grens, dan krijg je geen bijstand tot je het deel boven de grens hebt opgemaakt (Rijksoverheid). Schulden trekt de gemeente af als je ze kunt aantonen, maar geen studieschuld en geen schulden die je later mag terugbetalen. Twijfel je hoe iets meetelt, bijvoorbeeld een auto, vraag het dan aan je eigen gemeente: die beslist over je bijstand.
Kun je bijstand krijgen als je een koophuis hebt?
Ja, dat kan. In 2026 is € 67.500 van het vermogen dat in je eigen woning zit vrijgesteld (ministerie van SZW). “De vorm van de bijstand (een gift of een lening) hangt af van de overwaarde van uw huis” (Rijksoverheid). Een tweede woning of vakantiehuis telt wel gewoon mee als vermogen.
Giften in de bijstand
Sinds 2026 mogen mensen in de bijstand per jaar tot € 1.200 aan geld of bijdragen voor bijvoorbeeld boodschappen of huur krijgen. Je moet wel zelf bijhouden hoeveel giften je krijgt; is het meer dan € 1.200, dan geef je dat door aan de gemeente, die beslist of het wordt ingehouden op je uitkering (Rijksoverheid, nieuwe regels bijstand 2026 en 2027).
Hoeveel spaargeld mag je hebben met een andere uitkering?
- WW: UWV noemt “eigen vermogen” en “spaargeld” bij de inkomsten die je niet hoeft door te geven (UWV, geraadpleegd 16 oktober 2026).
- IOAW: “In tegenstelling tot de bijstand wordt bij de IOAW geen rekening gehouden met het eigen vermogen” (ministerie van SZW, 1 januari 2026).
- IOAZ: per jaar wordt 3% van het vermogen boven € 175.864 verrekend (ministerie van SZW, 1 januari 2026).
- AIO-aanvulling: “Is uw vermogen meer dan € 8.000? Dan krijgt u geen AIO-aanvulling.” Woon je met je partner of met een kind jonger dan 18, dan is de grens € 16.000. Met een koopwoning kun je misschien een AIO-aanvulling krijgen als renteloze lening (SVB, geraadpleegd 16 oktober 2026).
Een uitspraak van de SVB over spaargeld en de AOW zelf hebben wij niet gevonden. Twijfel je, kijk dan op de site van de SVB of vraag het daar na.
Wat verandert er in 2027?
Zeker is dat de vermogensgrens voor zorgtoeslag en kindgebonden budget per 1 januari 2027 omlaag gaat: beide Kamers hebben die wet aangenomen. Het lagere heffingsvrij vermogen in box 3 van € 30.846 is op 16 oktober 2026 nog een voorstel, geen wet. De jaren 2023 tot en met 2027 zijn volgens de Rijksoverheid overbruggingsjaren op weg naar een nieuw box 3-stelsel, dat in 2028 in moet gaan (Rijksoverheid, 2026).
| Onderwerp | Wat verandert | Stand op 16 oktober 2026 |
|---|---|---|
| Zorgtoeslag en kindgebonden budget | Grens per 1 januari 2027 € 29.908 lager (prijspeil 2026), daarna de gewone indexatie. Vóór indexatie € 116.103 en € 154.725 (eigen berekening) | Aangenomen door de Tweede Kamer (17 september 2026) en de Eerste Kamer (6 oktober 2026) |
| Huurtoeslag | Deze wet verandert de vermogensgrens niet | Geen wijziging door deze wet (Raad van State) |
| Heffingsvrij vermogen box 3 | Terug naar het niveau van 2020: € 30.846 | Voorstel van het kabinet (29 september 2026), geen wet |
| Forfait overige bezittingen box 3 | 1,5 procentpunt hoger in 2027 | Voorstel van het kabinet (29 september 2026), geen wet |
| Groene beleggingen | Vrijstelling € 200 (€ 400 met fiscale partner), per 1 januari 2028 weg | Zo vermeld door de Rijksoverheid |
| Box 3 vanaf 2028 | Wet werkelijk rendement box 3; het kabinet stelt een heffingsvrij resultaat van € 1.000 voor | Tweede Kamer aangenomen (12 februari 2026); de Eerste Kamer heeft nog niet gestemd |
Bronnen: Eerste Kamer, wetsvoorstel 36.932, memorie van toelichting, advies Raad van State, Kamerbrief van 29 september 2026, Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3 en Eerste Kamer, wetsvoorstel 36.748.
Vermogensgrens zorgtoeslag 2027: lager, maar nog geen bedrag
De Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen verlaagt de vermogensgrenzen van zorgtoeslag en kindgebonden budget “per 1 januari 2027 (…) met een bedrag van € 29.908 (prijspeil 2026)”, en verhoogt ze per 1 januari 2030 weer met € 1.539 (Kamerstuk 36 932, nr. 3). De Tweede Kamer nam de wet op 17 september 2026 aan, de Eerste Kamer op 6 oktober 2026, allebei als hamerstuk (Eerste Kamer). Het precieze bedrag voor 2027 is nog niet bekend, omdat de grens na de verlaging nog wordt geïndexeerd. Vóór indexatie zou het € 116.103 zonder en € 154.725 met toeslagpartner zijn (eigen berekening: € 146.011 en € 184.633 min € 29.908). Volgens de toelichting raakt de maatregel ongeveer 0,6% van de huishoudens met deze toeslagen (Raad van State). Het kabinet wil de grens van de zorgtoeslag vanaf 2028 gelijktrekken met het heffingsvrij vermogen, met een apart wetsvoorstel.
Heffingsvrij vermogen 2027: een voorstel
Op Prinsjesdag zat er geen box 3-maatregel in het Belastingplan 2027 (ministerie van Financiën, 15 september 2026). Op 29 september 2026 stelde het kabinet alsnog voor: “Binnen box 3 wordt per 2027 het heffingsvrij vermogen terug naar het niveau van 2020 (€30.846) gebracht. Per 2028 geldt een heffingsvrij resultaat van €1.000” (Kamerbrief, 29 september 2026). Bij dat heffingsvrij resultaat van 2028 geeft het kabinet een voorbeeld: spaarders met een rente van 2% betalen dan over de eerste € 50.000 geen belasting. Het voorstel moet lopen via een novelle op de Wet werkelijk rendement, die de Eerste Kamer vóór 31 december 2026 moet aannemen.
Een motie die het kabinet vroeg af te zien van deze halvering (motie 37 020-IX nr. 29) kreeg op 6 oktober 2026 71 stemmen, waar 75 nodig waren, en werd verworpen (Tweede Kamer). Het voorstel zelf is op 16 oktober 2026 nog geen wet. Over de Wet werkelijk rendement box 3 zelf heeft de Eerste Kamer nog niet gestemd: bij de behandeling op 30 juni 2026 werd gevraagd de stemming uit te stellen tot de aangekondigde novelle(s) (Eerste Kamer). Wat het heffingsvrij vermogen in 2027 wordt, is op 16 oktober 2026 dus nog niet zeker.
Zit je boven een vermogensgrens? Zo controleer je het in 4 stappen
Of je boven een grens zit, controleer je met je saldi op 1 januari, min je schulden, naast de grens van jouw regeling. Voor de bijstand doet de gemeente dat zelf met je bankgegevens; voor box 3 en de toeslagen werkt het zo:
- Tel je saldi op 1 januari op. Neem elke betaalrekening, spaarrekening en beleggingsrekening mee, ook bij een bank buiten Nederland, en eventuele cryptovaluta. De saldi vind je op je afschriften; zie jaaroverzicht van je bank downloaden.
- Trek je schulden af en tel mee wie meetelt. In box 3 telt alleen het deel boven € 3.800 per persoon (€ 7.600 samen). Voor de toeslagen tel je het vermogen van je toeslagpartner en van kinderen jonger dan 18 erbij.
- Leg het totaal naast de tabel. Gebruik de grens van jouw regeling uit de tabel met alle grenzen, met of zonder partner.
- Maak bij twijfel een proefberekening. Dienst Toeslagen heeft een proefberekening toeslagen. Stijgt je vermogen na 1 januari, check dan eind november je situatie voor het volgende jaar. Kreeg je zorgtoeslag of kindgebonden budget terwijl je vermogen op 1 januari te hoog was, dan betaal je dat terug (Dienst Toeslagen).
Mogen is iets anders dan moeten
Deze grenzen zeggen hoeveel spaargeld je mag hebben zonder belasting te betalen of een toeslag te verliezen. Hoeveel je nodig hebt, is een andere vraag. Daarvoor staat in financiële buffer opbouwen hoe je een buffer berekent die bij jouw vaste lasten past.
Vraag Martia wat er op je eigen rekeningen gebeurt
De grenzen zijn voor iedereen gelijk; wat er op jouw rekeningen gebeurt niet. Martia is de AI waarmee je in het Nederlands over je geld praat. Je koppelt je betaalrekeningen via open banking; Martia kan je transacties daarmee alleen lezen, via Enable Banking, en verplaatst nooit geld. Daarna vraag je bijvoorbeeld:
- “Hoeveel heb ik dit jaar naar mijn spaarrekening overgemaakt?”
- “Welke bedragen van de Belastingdienst kwamen dit jaar binnen, en in welke maanden?”
- “Hoeveel hield ik de afgelopen drie maanden gemiddeld per maand over na mijn vaste lasten?”
Niet elke spaarrekening kun je koppelen: spaarrekeningen met een vaste tegenrekening vallen niet onder PSD2 (DNB, 2019). Het saldo van je spaarrekening op 1 januari ziet Martia dus niet altijd; je overboekingen ernaartoe wel, want die staan op je betaalrekening. Martia doet geen aangifte, vraagt geen toeslag aan en rekent niet uit of je recht hebt op een toeslag of bijstand. Je krijgt ook geen melding als je een grens nadert, alleen een wekelijkse e-mail met observaties. Hoe ver je transacties teruggaan, hangt af van je bank. Hoe zo'n koppeling werkt, lees je in hoe open banking je rekeningen alleen leest.
Vraag Martia wat er op je eigen afschrift staat
Vraag Martia in het Nederlands: “Hoeveel heb ik dit jaar naar mijn spaarrekening overgemaakt?”, “Welke bedragen van de Belastingdienst kwamen dit jaar binnen?” of “Wat bleef er vorige maand over na mijn vaste lasten?” Je krijgt een antwoord uit je eigen transacties, zonder dat je zelf je afschriften hoeft door te zoeken. Hoe ver je transacties teruggaan, hangt af van je bank.
Meer over sparen
- Hoeveel spaargeld moet je hebben als buffer?: de buffer berekenen die bij jouw vaste lasten past.
- Gemiddeld spaargeld per leeftijd: wat huishoudens in Nederland op de bank hebben.
- Hoeveel sparen per maand?: een richtlijn en tips om elke maand te sparen.
- De 50/30/20-regel: je salaris verdelen over vaste lasten, wensen en sparen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel spaargeld mag je hebben zonder belasting te betalen?
In 2026 betaal je geen box 3-belasting zolang je vermogen op 1 januari niet hoger is dan € 59.357, of € 118.714 als je een fiscale partner hebt (Belastingdienst, 2026). Dat bedrag heet het heffingsvrij vermogen. Het geldt voor je hele vermogen in box 3 samen: spaargeld, betaalrekeningen, beleggingen, cryptovaluta en bijvoorbeeld een tweede woning, min je schulden boven de drempel van € 3.800 per persoon. Heb je meer, dan betaal je 36% belasting over het deel van een fictief rendement dat hoort bij het vermogen boven de grens. Voor spaargeld is dat fictieve rendement in 2026 voorlopig 1,28%. Met € 100.000 spaargeld en geen ander vermogen kom je zonder fiscale partner uit op ongeveer € 187 belasting over 2026 (eigen berekening met de rekenmethode van de Belastingdienst).
Hoeveel spaargeld mag je hebben met een fiscale partner?
Met een fiscale partner is het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2026 samen € 118.714, twee keer € 59.357 (Belastingdienst, 2026). Dat geldt als je het hele jaar fiscale partners bent, of als je ervoor kiest om dat het hele jaar te zijn. Jullie mogen de grondslag onderling verdelen. In het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst betalen partners met samen € 150.000 spaargeld en een verdeling van 50/50 ieder € 72, samen € 144 box 3-belasting over 2026. Bij toeslagen heet je partner je toeslagpartner, en daar gelden andere bedragen: € 76.958 samen voor huurtoeslag en € 184.633 voor zorgtoeslag en kindgebonden budget, met je vermogen op 1 januari 2026 (Dienst Toeslagen). In de bijstand is de grens € 16.000 voor een gezamenlijke huishouding (Rijksoverheid, 2026).
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor huurtoeslag in 2026?
Voor huurtoeslag mag je op 1 januari 2026 niet meer dan € 38.479 aan vermogen hebben, en samen met je toeslagpartner niet meer dan € 76.958 (Dienst Toeslagen, 2026). Wonen er anderen bij je, zoals een kind van 18 jaar of ouder, dan mag ook elke medebewoner niet meer dan € 38.479 hebben. Het vermogen van een kind jonger dan 18 telt mee bij dat van de ouder. In 2025 was de grens € 37.395, en € 74.790 samen. Vermogen is de waarde van je bezittingen, zoals spaargeld, aandelen of een vakantiehuis, min je schulden; het huis waarin je woont en je auto tellen niet mee. Een hoge huur sluit je sinds 2026 niet meer uit, maar de toeslag wordt berekend over een huur van hooguit € 932,93 per maand als je 21 of ouder bent (Rijksoverheid, november 2025).
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor zorgtoeslag?
Voor zorgtoeslag mag je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger zijn dan € 146.011, of € 184.633 samen met een toeslagpartner (Dienst Toeslagen, 2026). Zit je daarboven, dan heb je het hele jaar geen recht op zorgtoeslag, ook niet als je vermogen later in het jaar onder de grens komt. Zorgtoeslag die je dat jaar al kreeg, moet je terugbetalen. Daarnaast heb je boven € 59.357, of € 118.714 met een partner, inkomen uit vermogen; dat verhoogt je toetsingsinkomen, waardoor je toeslag lager kan worden (Dienst Toeslagen). Omdat de grens voor zorgtoeslag hoger ligt, kan dat ook gebeuren als je onder € 146.011 blijft (eigen berekening). Per 1 januari 2027 gaat de grens voor zorgtoeslag en kindgebonden budget met € 29.908 omlaag (prijspeil 2026), waarna de gewone jaarlijkse indexatie volgt. De Tweede en de Eerste Kamer hebben die wet aangenomen.
Wat is de vermogensgrens voor toeslagen in 2026?
Voor de toeslagen gelden in 2026 verschillende vermogensgrenzen, steeds voor je vermogen op 1 januari 2026 (Dienst Toeslagen). Voor huurtoeslag is de grens € 38.479 zonder en € 76.958 met toeslagpartner, en elke medebewoner mag ook niet meer dan € 38.479 hebben. Voor zorgtoeslag en kindgebonden budget is de grens € 146.011 zonder en € 184.633 met toeslagpartner. Voor kinderopvangtoeslag is er geen maximaal vermogen. Vermogen is de waarde van je bezittingen min je schulden, met dezelfde regels als bij je belastingaangifte. Groene beleggingen tellen voor toeslagen wél mee, en bijzonder vermogen, zoals smartengeld, kun je op verzoek buiten de berekening laten. Heb je op 1 januari te veel, dan krijg je die toeslag het hele jaar niet.
Hoeveel spaargeld mag je hebben in de bijstand?
In de bijstand mag je sinds 1 januari 2026 € 8.000 aan vermogen hebben als alleenstaande, en € 16.000 als alleenstaande ouder of als je met een partner een gezamenlijke huishouding hebt (Rijksoverheid en ministerie van SZW, 2026). Vanaf 1 juli 2025 was dat € 7.770 en € 15.540. Het vermogen van je partner telt mee. De gemeente berekent je vermogen met de bankgegevens van jou en je gezin, en trekt schulden niet af als het om een studieschuld gaat of om een schuld die je later mag terugbetalen. Heb je een eigen huis, dan is in 2026 € 67.500 van het vermogen in die woning vrijgesteld; of je de bijstand als gift of als lening krijgt, hangt af van de overwaarde. Zit je boven de grens, dan krijg je geen bijstand tot je het deel erboven hebt uitgegeven.
Hoeveel spaargeld mag je hebben met een uitkering?
Dat hangt af van de uitkering. In de bijstand is de grens in 2026 € 8.000 voor een alleenstaande en € 16.000 voor een alleenstaande ouder of een gezamenlijke huishouding (Rijksoverheid). Bij de IOAW wordt geen rekening gehouden met je eigen vermogen; bij de IOAZ wordt per jaar 3% van het vermogen boven € 175.864 verrekend (ministerie van SZW, 1 januari 2026). Bij een WW-uitkering noemt UWV eigen vermogen en spaargeld bij de inkomsten die je niet hoeft door te geven. Voor de AIO-aanvulling van de SVB is de grens € 8.000, of € 16.000 als je met je partner of met een kind jonger dan 18 woont. Een uitspraak van de SVB over spaargeld en de AOW zelf hebben wij niet gevonden; kijk bij twijfel op svb.nl.
Telt het spaargeld van je kinderen mee voor de toeslagen?
Ja, als je kind jonger is dan 18. Dan telt het vermogen van je kind mee bij jouw vermogen, voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget (Dienst Toeslagen, 2026). Dienst Toeslagen geeft een voorbeeld: een inwonend kind van 17 met € 9.000 op de bank en een ouder met € 30.000 komen samen op € 39.000, boven de huurtoeslaggrens van € 38.479, dus geen huurtoeslag. Is je kind 18 of ouder en woont het thuis, dan telt zijn of haar vermogen niet voor je zorgtoeslag en kindgebonden budget, maar wel voor de huurtoeslag: je kind is dan medebewoner, met een eigen grens van € 38.479. Geld van je kind waar het gezin niet bij kan, zoals een geblokkeerde rekening, kun je op verzoek als bijzonder vermogen buiten de berekening laten.
Wat gebeurt er als je vermogen boven de grens van de huurtoeslag komt?
Dat hangt af van het moment. Had je op 1 januari meer dan € 38.479 aan vermogen, of meer dan € 76.958 samen met je toeslagpartner, dan heb je dat hele jaar geen recht op huurtoeslag (Dienst Toeslagen, 2026). Kom je pas later in het jaar boven de grens, bijvoorbeeld door een erfenis, dan heb je dit jaar nog wel recht op huurtoeslag, maar volgend jaar misschien niet: dan telt wat je op 1 januari van dat jaar hebt. Ook een medebewoner, zoals een kind van 18 of ouder, mag niet meer dan € 38.479 hebben. Het huis waarin je woont en je auto tellen niet mee als vermogen, groene beleggingen wel. Twijfel je of je onder de grens blijft, maak dan een proefberekening bij Dienst Toeslagen.
Is er een vermogensgrens voor de kinderopvangtoeslag?
Nee. ‘Voor de kinderopvangtoeslag is er geen maximaal vermogen’, schrijft Dienst Toeslagen (2026). Je spaargeld sluit je dus niet uit van kinderopvangtoeslag. Dat is anders bij de andere toeslagen: voor huurtoeslag mag je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger zijn dan € 38.479, of € 76.958 met een toeslagpartner, en voor zorgtoeslag en kindgebonden budget niet hoger dan € 146.011, of € 184.633 met een toeslagpartner. Wel telt vermogen boven € 59.357, of € 118.714 met een partner, als inkomen uit vermogen mee in je toetsingsinkomen, en een hoger toetsingsinkomen kan een toeslag verlagen (Dienst Toeslagen, 2026). Je kunt dus boven de grens van het kindgebonden budget uitkomen en toch kinderopvangtoeslag krijgen, als je aan de andere voorwaarden voldoet.
Hoeveel spaargeld mag je hebben voor een sociale huurwoning?
Voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie geldt in 2026 een inkomensgrens, geen vermogensgrens. Inkomen uit beleggen en spaargeld telt wel mee in dat inkomen. De inkomensgrens is in 2026 € 51.537 voor een eenpersoonshuishouden en € 56.910 voor een meerpersoonshuishouden (Rijksoverheid, 2026). Dat kan veranderen: het kabinet wil ook een toets op vermogen bij de toewijzing van een sociale huurwoning, en wil het wetsvoorstel begin 2027 in consultatie brengen (Rijksoverheid, 21 september 2026). Op 16 oktober 2026 is die vermogenstoets er dus nog niet. Voor huurtoeslag geldt wel al een vermogensgrens: € 38.479 op 1 januari 2026, of € 76.958 samen met een toeslagpartner (Dienst Toeslagen).
Hoeveel spaargeld is veilig bij één bank?
Het depositogarantiestelsel beschermt je tegoeden tot € 100.000 per persoon per bank (DNB, 2026). Merknamen van dezelfde bank tellen samen, en een en/of-rekening is samen tot € 200.000 beschermd. Gaat een bank failliet, dan wordt er binnen 7 werkdagen uitbetaald. Beleggingen, verzekeringen en crypto vallen er niet onder. Let op bij een bank met een buitenlandse vergunning: Knab is sinds 29 november 2025 een Nederlands bijkantoor van het Oostenrijkse BAWAG en valt onder de Oostenrijkse depositogarantie. Heb je meer dan € 100.000 bij één bank, dan valt het deel erboven buiten de garantie. De depositogarantie staat los van de belasting: boven € 59.357 per persoon betaal je in 2026 box 3-belasting (Belastingdienst).
Bronnen
Alle bronnen geraadpleegd op 16 oktober 2026.
- Belastingdienst (2026). Heffingsvrij vermogen; Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend?; Welke bezittingen zijn vrijgesteld?; Welke bezittingen geeft u niet aan in box 3?; Bezittingen en schulden van uw minderjarige kinderen; Groene beleggingen. heffingsvrij vermogen, box 3 2026, vrijgesteld, niet in box 3, minderjarige kinderen, groene beleggingen
- Rijksoverheid (2026). Soorten inkomstenbelasting (gewijzigd 22 september 2026) en Tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3 (gewijzigd 7 augustus 2026). soorten inkomstenbelasting, tijdlijn
- Dienst Toeslagen (2026). Hoeveel vermogen mag ik hebben als ik toeslag krijg?; Uw vermogen mag voor de huurtoeslag niet te hoog zijn; Hoeveel vermogen mag ik hebben om zorgtoeslag te krijgen?; Uw vermogen voor de zorgtoeslag mag niet te hoog zijn; Hoeveel inkomen mag ik hebben voor zorgtoeslag?; Hoeveel vermogen mag ik hebben om kindgebonden budget te krijgen?; Uw vermogen voor kindgebonden budget mag niet te hoog zijn; Vermogen dat niet telt voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget; Proefberekening toeslagen. vermogen, huurtoeslag, zorgtoeslag, zorgtoeslag per jaar, inkomen zorgtoeslag, kindgebonden budget, kindgebonden budget per jaar, bijzonder vermogen, proefberekening
- Rijksoverheid en Dienst Toeslagen (2025). Meer mensen in aanmerking huurtoeslag (24 november 2025). rijksoverheid.nl
- Rijksoverheid (2026). Wanneer heb ik recht op algemene bijstand? (gewijzigd 10 september 2026) en Nieuwe regels bijstand 2026 en 2027. bijstand, nieuwe regels
- Ministerie van SZW (2025). Normenbrief 1 januari 2026, informatie voor gemeenten en Uitkeringsbedragen per 1 januari 2026. Normenbrief (PDF), uitkeringsbedragen (PDF)
- UWV. Welke inkomsten doorgeven met een WW-uitkering. uwv.nl
- SVB. Uw inkomsten en vermogen (AIO-aanvulling). svb.nl
- Rijksoverheid (2026). Kom ik in aanmerking voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie? (gewijzigd 9 maart 2026) en Kabinet wil scheefhuur in sociale huur tegengaan (21 september 2026). sociale huurwoning, nieuwsbericht
- Kabinet (2026). Kamerbrief Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (29 september 2026), Eerste Kamer 37.020 / 36.748, B. PDF
- Ministerie van Financiën (2026). Aanbiedingsbrief pakket Belastingplan 2027 (15 september 2026). PDF
- Tweede Kamer (2026). Motie 37 020-IX nr. 29 (stemming 6 oktober 2026). tweedekamer.nl
- Eerste Kamer (2026). Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) en Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen (36.932). 36.748, 36.932
- Kamerstukken 36 932, nr. 3 (memorie van toelichting) en nr. 4 (advies Raad van State). nr. 3, nr. 4
- CBS (2025). StatLine 83834NED: Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen (vermogen op 1 januari 2024). 83834NED
- DNB. Tot welk bedrag is mijn geld beschermd? en PSD2: Spaarrekeningen (Q&A, 25 juli 2019). depositogarantie, spaarrekeningen en PSD2
- Knab. Depositogarantie. knab.nl