Je salaris komt binnen, de incasso's gaan eraf en aan het eind van de maand is het op. Zonder dat je kunt aanwijzen waaraan. De 50/30/20-regel verdeelt je netto maandinkomen in drie delen: de helft voor vaste lasten en boodschappen, bijna een derde voor wensen, een vijfde voor sparen. Meer is het niet. De vraag is of die verdeling overeind blijft bij Nederlandse woonlasten, een zorgpremie die apart wordt afgeschreven en vakantiegeld dat maar één keer per jaar binnenkomt. Hieronder staan de bedragen in euro's, met de cijfers van CBS en Eurostat erbij. En, eerlijk is eerlijk: ook waar de regel vastloopt.
Het belangrijkste
- De 50/30/20-regel verdeelt je netto-inkomen in 50% vaste lasten, 30% wensen en 20% sparen — beschreven door Elizabeth Warren in "All Your Worth" (2005)
- Bij € 2.600 netto is dat € 1.300 / € 780 / € 520 — de hele tabel staat verderop
- Wonen en energie zijn samen goed voor 23,4% van de consumptie van Nederlandse huishoudens (Eurostat TEC00134, 2022) — de 50% raakt snel vol
- Je vakantiegeld hoort niet in de maandsom: laat die 8% volledig in het spaardeel vallen
- De regel is een kompas, geen norm. Wat telt, is dat je je echte verdeling één keer ziet
Wat is de 50/30/20-regel en waar komt hij vandaan?
De 50/30/20-regel is een verdeling van je netto maandinkomen over drie potjes: 50 procent voor noodzakelijke uitgaven, 30 procent voor wensen en 20 procent voor sparen of extra aflossen. (Je komt hem online ook tegen als 50 30 20 regel, zonder schuine strepen — het is dezelfde verdeling.) De verdeling komt uit "All Your Worth: The Ultimate Lifetime Money Plan" (2005), geschreven door Elizabeth Warren — hoogleraar recht aan Harvard, later senator in de Verenigde Staten — en haar dochter Amelia Warren Tyagi. Geen academisch model dus, maar een praktisch startpunt voor iemand die nog nooit een budget heeft gemaakt.
Waarom drie potjes en niet twintig?
Warren en Warren Tyagi presenteerden de regel in 2005 als antwoord op de groeiende schuldenlast van Amerikaanse huishoudens. Hun observatie: de meeste geldproblemen ontstaan niet doordat mensen te veel aan koffie of kleding uitgeven, maar doordat de vaste verplichtingen — woonlasten, leningen, auto's op afbetaling — een te groot deel van het inkomen opeten. Drie potjes zijn genoeg om dat zichtbaar te maken — en makkelijker vol te houden dan twintig categorieën. Bron: Warren E., Warren Tyagi A., "All Your Worth" (2005).
Wat hoort in welk potje?
De indeling is niet altijd vanzelfsprekend. Dit hoort waar:
| Potje | Wat erin hoort | Test |
|---|---|---|
| Vaste lasten (50%) | Huur of hypotheek, energie en water, internet, premie basisverzekering, woon-werkverkeer, verplichte verzekeringen, boodschappen, minimale aflossing | Raak ik zonder dit mijn huis of mijn baan kwijt? |
| Wensen (30%) | Uit eten en bezorging, streaming, sportschool, kleding boven het noodzakelijke, weekendjes weg, online winkelen | Leuk, maar kan ik een maand zonder? |
| Sparen (20%) | Buffer voor tegenslag, extra aflossen boven de verplichte termijn, beleggen, een doel met een naam en een bedrag | Bouwt dit aan mijn toekomst of aan mijn zekerheid? |
Let op één ding dat in Nederland voor verwarring zorgt: een doorlopende incasso voelt als een vaste last, maar zegt niets over de categorie. Netflix, Spotify en je sportschool worden net zo automatisch afgeschreven als je energierekening — en horen toch in het middelste potje. Je herkent een incasso op je afschrift aan het Incassant-ID en het Machtigingskenmerk die erbij staan. Dat zijn precies de regels op je afschrift die je moet nalopen als je wilt weten hoe groot je 30 procent werkelijk is.
De 50/30/20-regel omgerekend naar euro's
Zoek de rij die het dichtst bij jouw netto maandinkomen ligt en lees de drie bedragen af. Percentages zijn abstract; bedragen niet. De onderste twee rijen zijn bedoeld voor twee inkomens samen op één huishoudbudget.
| Netto per maand | 50% — vaste lasten | 30% — wensen | 20% — sparen |
|---|---|---|---|
| € 1.800 | € 900 | € 540 | € 360 |
| € 2.200 | € 1.100 | € 660 | € 440 |
| € 2.600 | € 1.300 | € 780 | € 520 |
| € 3.000 | € 1.500 | € 900 | € 600 |
| € 3.400 | € 1.700 | € 1.020 | € 680 |
| € 3.800 | € 1.900 | € 1.140 | € 760 |
| € 4.500 (samen) | € 2.250 | € 1.350 | € 900 |
| € 5.200 (samen) | € 2.600 | € 1.560 | € 1.040 |
Welke rij is van jou? Twee ijkpunten helpen. Het CBS publiceerde over 2022 een mediaan besteedbaar huishoudinkomen van € 31.600 per jaar — ongeveer € 2.633 per maand. Eurostat komt voor 2023 op een gemiddeld nettoloon van € 3.763 per maand voor een alleenstaande op honderd procent van het gemiddelde loon (EARN_NT_NET). Dat zijn twee verschillende dingen: het eerste is een heel huishouden, het tweede één werkende. Leg ze niet naast elkaar alsof ze hetzelfde meten.
Reken met netto, niet met bruto
Je werkgever houdt elke maand loonheffing in, dus het nettobedrag op je loonstrook is al na aftrek van loonbelasting en premies. Wat er daarna nog afgaat, staat níét op die strook: de premie voor je basisverzekering betaal je zelf aan je zorgverzekeraar. Het CBS publiceert overigens wel een mediaan bruto persoonlijk inkomen van werknemers — € 43.500 per jaar over 2023, zo'n € 3.625 per maand — maar geen vergelijkbare mediaan voor het netto-inkomen. Neem daarom het bedrag dat écht op je betaalrekening landt als basis, niet een cijfer uit een tabel.
Nederland en de 50/30/20-regel
Bronnen: CBS, Eurostat TEC00134
Werkt de 50/30/20-regel in Nederland?
Als startpunt werkt hij. Als eindpunt zelden — en dat ligt aan de vaste lasten, niet aan jouw discipline. Volgens Eurostat (TEC00134, 2022) gaat 23,4 procent van de consumptie van Nederlandse huishoudens naar wonen en energie, 11,7 procent naar voeding en 12,1 procent naar vervoer. Alleen die drie zijn samen al goed voor ruim 47 procent van wat een huishouden uitgeeft — een aandeel van de uitgaven, niet van het inkomen, maar wel de drie posten die in je 50 procent moeten passen. Verzekeringen, de zorgpremie en de waterschapsbelasting komen daar nog bij.
Wonen is de post die de rekensom kantelt
Die 23,4 procent is een landelijk gemiddelde over alle huishoudens — huurders en huiseigenaren, starters en mensen die hun hypotheek bijna hebben afgelost. Jouw woonlast kan er ver boven of ver onder liggen. Volgens Eurostat (2024) heeft 68,8 procent van de Nederlandse huishoudens een eigen woning, en heeft 58,1 procent daar een hypotheek op staan. Het Kadaster registreerde in de tweede helft van 2024 een gemiddelde hypotheeksom van € 476.000 bij aankoop van een woning. Zit jij aan de bovenkant van die cijfers, dan is 50 procent voor álle noodzakelijke uitgaven samen simpelweg te krap. Dat is rekenkunde, geen karakter.
Eén Nederlandse eigenaardigheid werkt de andere kant op: wie een eigen woning heeft, mag de hypotheekrente aftrekken in box 1, de box voor werk en eigen woning. Daar staat het eigenwoningforfait tegenover, en de verrekening loopt via je aangifte — dus het effect zie je niet maandelijks op je rekening. Neem het wél mee als je je woonlast beoordeelt, anders maak je je eigen 50 procent zwaarder dan hij is.
Wisselend inkomen: zzp, uitzendwerk, seizoen
Werk je als zelfstandige, dan houdt niemand loonheffing voor je in en reserveer je zelf voor de aangifte inkomstenbelasting. Het bedrag op je factuur is dus nooit je basis. Neem wat er na reserveringen overblijft, en bij sterk wisselende maanden: de laagste maand van de afgelopen zes. Dat is een veiliger vertrekpunt dan een gemiddelde, omdat een gemiddelde je in een slechte maand alsnog in de steek laat.
Hoe je grip krijgt op je huishoudbudget als je inkomen per maand verschilt, staat in de basisgids — daar gaat het stap voor stap over reserveren en plannen.
Weet je hoe jouw verdeling er nu uitziet?
Je praat met Martia over je geld in het Nederlands. Je vraagt "hoeveel gaf ik in juli uit aan boodschappen?" en je krijgt antwoord in gewone taal. Ze leest mee met je betaalrekening en laat zien welk deel van je inkomen naar vaste lasten, wensen en sparen gaat — zonder dat je iets overtypt.
Waar laat je je vakantiegeld in de 50/30/20-regel?
Vakantiegeld hoort niet in je maandsom: reken 50/30/20 op de twaalf gewone salarissen en laat het vakantiegeld volledig in het spaardeel vallen. Het is wettelijk 8 procent van je brutojaarsalaris, het wordt maandelijks opgebouwd en meestal in mei in één keer uitbetaald — dus precies het soort bedrag waar een maandverdeling geen plek voor heeft. Omdat het tegen het bijzondere tarief wordt belast, valt het netto lager uit dan die 8 procent doet vermoeden — en dat verschil wordt pas in de jaaraangifte rechtgetrokken.
De vakantiegeldregel
Bouw je maandbudget op de twaalf gewone salarissen. Het vakantiegeld houd je erbuiten en laat je voor honderd procent in het spaardeel vallen: buffer, extra aflossen, of een doel dat je vóór mei hebt opgeschreven. Een bedrag zonder bestemming lost op in de maand waarin het binnenkomt. Mét bestemming is het het enige moment in het jaar waarop je spaardeel een sprong maakt zonder dat je ergens op hoeft te bezuinigen. Heb je nog geen financiële buffer opgebouwd, dan is dat de eerste bestemming.
In de praktijk betekent dit dat de tabel hierboven — € 1.300 aan vaste lasten bij € 2.600 netto, bijvoorbeeld — geldt voor elk van de twaalf gewone maanden. In mei komt er een bedrag bij dat rechtstreeks doorloopt naar het derde potje, zonder onderweg langs de eerste twee te gaan.
Wanneer de 50/30/20-regel NIET werkt — vier situaties
De 50/30/20-regel is een model, geen wet. Vier situaties waarin de klassieke verdeling niet houdt, en wat je dan doet:
1. Je woonlasten zijn structureel hoog
Als huur of hypotheek plus energie alleen al richting de helft van je inkomen gaan, is er voor de rest van de noodzakelijke posten niets over binnen die 50 procent. Verschuif dan naar 60/20/20 of 70/10/20. Wat je niet verschuift, is het spaardeel: liever een klein bedrag dat elke maand doorgaat dan nul met het voornemen om later te beginnen. Ter vergelijking: Eurostat berekende voor 2024 een armoedegrens van € 1.599 per maand voor een alleenstaande in Nederland — zit je daar dichtbij, dan is de verdeling zelf niet je grootste probleem.
2. Je hebt een dure consumptieve schuld
Bij een doorlopend krediet, een creditcardschuld of rood staan gaat aflossen boven de minimumtermijn vóór wensen. Het derde potje wordt dan tijdelijk een aflospotje en de 30 procent schuift daarheen. Let vooral op achteraf betalen: de aankoop verschijnt pas later als incasso van de aanbieder op je afschrift, waardoor hij in je hoofd bij de vorige maand hoort en in je budget bij deze.
3. Je hebt nog geen buffer
Voordat je gaat beleggen: zorg voor een buffer die drie tot zes maanden aan uitgaven dekt. Bij € 1.500 aan maandelijkse uitgaven is dat € 4.500 tot € 9.000. Zolang die er niet is, gaat het hele spaardeel daarheen en niet naar aandelen of fondsen. Een buffer is geen rendement, maar hij zorgt dat één kapotte wasmachine geen schuld wordt.
4. Je inkomen wisselt sterk per maand
Vaste percentages op een wisselend inkomen leveren elke maand een ander bedrag op, en daarmee geen enkel houvast. Bepaal in plaats daarvan je "budgetbasis": de laagste maand van de afgelopen zes. Daarop pas je 50/30/20 toe. Alles wat er in een goede maand bovenuit komt, gaat volledig naar het spaardeel — dat is meteen je buffer voor de magere maand die een keer komt.
Mythe versus werkelijkheid
Mythe: "50/30/20 is de formule voor financiële rust."
Werkelijkheid: het is een startpunt, geen garantie — de auteurs presenteren het zelf als richtlijn die je aan je eigen situatie aanpast. Het waardevolste effect is niet de verhouding, maar de gewoonte om te meten waar je geld heen gaat. Begin desnoods met 65/25/10 en schuif elk kwartaal een procentpunt op. Elke verdeling is beter dan geen verdeling.
De Nederlandse Correctie op 50/30/20
De Nederlandse Correctie is een aanpasbaar raamwerk: vier varianten van de regel, gekozen op basis van één getal — het deel van je netto-inkomen dat nu al naar noodzakelijke uitgaven gaat. Niet je salaris bepaalt de variant, maar je woonlast. Twee mensen met hetzelfde inkomen kunnen dus prima in verschillende varianten zitten — en het spaardeel blijft in alle vier overeind.
De Nederlandse Correctie — vier varianten
Variant A: noodzakelijke uitgaven onder 40% → 40/20/40
40 procent noodzakelijk, 20 procent wensen, 40 procent sparen en beleggen. Als je woonlast laag is, hoeft de ruimte die overblijft niet vanzelf naar wensen te gaan — leg die dan bewust vast.
Variant B: noodzakelijke uitgaven 40–50% → 50/30/20 (standaard)
De klassieke verdeling van Warren. Haalbaar als je de woonlasten deelt of buiten de duurste steden woont — en met wat schuiven ook in je eentje.
Variant C: noodzakelijke uitgaven 50–65% → 60/20/20
60 procent noodzakelijk, 20 procent wensen, 20 procent sparen. Het wensenpotje wordt mager. Dat is een uitkomst van je woonlasten, geen mislukking.
Variant D: noodzakelijke uitgaven boven 65% → 70/10/20
De noodvariant. Wensen krimpen tot 10 procent en het spaardeel houd je als laatste overeind. Lukt ook dat niet, dan is het gesprek geen budgetgesprek meer maar een gesprek over je vaste lasten: woning, verzekeringen, aflossingen.
Geen van de vier is "waar" of "onwaar". Het is een kompas, geen navigatiesysteem. Kloppen jouw getallen niet met de tabel, dan zit de fout niet bij jou — dan is jouw situatie anders dan het model. Kijk eerst waar je geld blijft voordat je een variant kiest; en als sparen structureel niet lukt, lees dan waarom sparen niet lukt.
Zo pas je de 50/30/20-regel toe, stap voor stap
Zonder cijfers is de regel niets waard. Stap één is altijd: kijken wat er werkelijk gebeurt, niet wat er zou moeten gebeuren.
Adam, oprichter van Martia
Waarom stap één het meten is
Ik had zes rekeningen en geen idee wat er maandelijks vastlag. De verdeling uitrekenen was nooit het probleem — de cijfers bij elkaar krijgen wel.
Bepaal je werkelijke netto-inkomen
Tel alles op wat er in drie gewone maanden op je betaalrekening binnenkwam, zonder vakantiegeld. Deel door drie. Dat is je basis — niet het bedrag in je contract. Bij een wisselend inkomen: de laagste van de afgelopen zes maanden.
Tel je noodzakelijke uitgaven van vorige maand op
Loop je afschrift van één maand door. Zet huur of hypotheek, energie, water, internet, zorgpremie, verzekeringen, boodschappen en woon-werkverkeer bij elkaar. Tel op. Dit is je echte basis — zonder oordeel. Staan je rekeningen bij verschillende banken, dan komt daar één stap voor: je betaalrekening aan een app koppelen — en hoe veilig dat koppelen is, staat apart uitgelegd.
Bereken welk percentage dat is
Deel dat bedrag door je netto-inkomen. Onder de 40 procent: variant A. Tussen 40 en 50 procent: variant B, de standaardverdeling. Tussen 50 en 65 procent: variant C. Boven de 65 procent: variant D — dan heb je een probleem met vaste lasten, niet met wensen, en dat los je niet op door minder uit eten te gaan.
Kies je variant en zet één limiet
Kies op basis van stap 3 een variant uit de Nederlandse Correctie. Zet daarna één concreet maximum voor het wensenpotje — dat is de enige categorie waar je echt iets te kiezen hebt. Vaste lasten en sparen zijn afspraken, geen keuzes.
Meet dertig dagen en vergelijk
Kijk na een maand naar je werkelijke verdeling. Een afwijking is informatie, geen mislukking. Kies één concrete verandering voor de volgende maand. Eén maandelijkse terugblik levert meer op dan een jaarplan dat je nooit opent.
Loopt het spaardeel elke maand leeg door abonnementen die je vergeten was? Dan is te veel geld kwijt aan abonnementen het logische vervolg. Wil je het meten uitbesteden aan een app, dan vergelijkt de beste app voor je huishoudbudget in 2026 de opties. En doe je dit met z'n tweeën, dan gaat samen budgetteren zonder gezamenlijke rekening over dezelfde verdeling met twee inkomens.
Welk deel van jouw inkomen gaat er echt naar vaste lasten?
Je stelt je vraag gewoon in het Nederlands — "welk deel ging vorige maand naar vaste lasten?" — en Martia rekent het uit op basis van je eigen transacties. Ze sorteert ze zelf: incasso's, iDEAL-betalingen, pinbetalingen. Geen avond met een spreadsheet. (Ja, ook als je bij twee banken tegelijk een rekening hebt.)
Veelgestelde vragen
Hoe werkt de 50/30/20-regel?
De 50/30/20-regel verdeelt je netto maandinkomen over drie potjes: 50 procent voor vaste lasten en andere dingen die je niet kunt overslaan, 30 procent voor wensen en 20 procent voor sparen of extra aflossen. Elizabeth Warren en haar dochter Amelia Warren Tyagi beschreven de verdeling in hun boek "All Your Worth" uit 2005. Het is geen wet, maar een startpunt: je rekent één keer uit hoe jouw maand er nu uitziet en vergelijkt dat met de drie percentages. Het verschil tussen die twee is precies de informatie waar je iets aan hebt. De verdeling zelf mag daarna schuiven.
Wat betekent de 50/30/20-regel bij een netto-inkomen van € 2.600 per maand?
Bij € 2.600 netto per maand komt de 50/30/20-regel uit op € 1.300 voor vaste lasten, € 780 voor wensen en € 520 voor sparen. Dat bedrag ligt dicht bij het mediane besteedbare huishoudinkomen dat het CBS publiceert: € 31.600 per jaar over 2022, oftewel ongeveer € 2.633 per maand. In die € 1.300 moet alles passen wat je niet kunt overslaan: huur of hypotheek, energie, water, internet, de premie voor je basisverzekering en je boodschappen. Lukt dat niet, dan is dat geen persoonlijk falen — dan zegt het iets over de verhouding tussen jouw woonlasten en jouw inkomen.
Werkt de 50/30/20-regel in Nederland?
Als startpunt werkt hij, als eindpunt zelden. Volgens Eurostat (dataset TEC00134, 2022) gaat 23,4 procent van de consumptie van Nederlandse huishoudens naar wonen en energie, 11,7 procent naar voeding en 12,1 procent naar vervoer. Tel die drie op en je zit al op ruim 47 procent van wat een huishouden uitgeeft — en dan heb je je verzekeringen, je zorgpremie en je abonnementen nog niet meegeteld. Dat is een landelijk gemiddelde: woon je duur, dan schiet je er ver overheen. De praktische correctie is niet de regel loslaten, maar de percentages verschuiven naar 60/20/20 en de 20 procent voor sparen overeind houden.
Wat valt onder vaste lasten en wat onder wensen?
Onder de 50 procent vallen huur of hypotheek, energie en water, internet en bellen, de premie van je basisverzekering, je woon-werkverkeer, verplichte verzekeringen, boodschappen bij Albert Heijn of Jumbo en de minimale aflossing op een lening. Onder de 30 procent vallen uit eten en bezorging, streaming zoals Netflix of Spotify, je abonnement bij Basic-Fit, kleding boven het noodzakelijke, weekendjes weg en online winkelen. De test is simpel: kun je een maand zonder, zonder je huis of je baan te verliezen? Dan is het een wens — ook als het via een doorlopende incasso gaat en dus automatisch voelt.
Waar laat je je vakantiegeld in de 50/30/20-regel?
Vakantiegeld is wettelijk 8 procent van je brutojaarsalaris, het wordt maandelijks opgebouwd en meestal in mei in één keer uitbetaald. Omdat het tegen het bijzondere tarief wordt belast, valt het netto lager uit dan die 8 procent doet vermoeden. De praktische regel: bouw je maandbudget op de twaalf gewone salarissen en houd het vakantiegeld daarbuiten. Laat het voor honderd procent in het derde potje vallen — buffer, extra aflossen of een doel dat je vooraf hebt opgeschreven. Vakantiegeld zonder bestemming verdwijnt in de maand waarin het binnenkomt, en in juni weet niemand meer waar het gebleven is.
Hoeveel moet ik per maand sparen?
De 50/30/20-regel zegt 20 procent van je netto-inkomen: bij € 2.600 is dat € 520 per maand. Ter oriëntatie publiceert het CBS een spaarquote van 16,3 procent over 2024, tegen 14,5 procent over 2023 — maar dat is een landelijk cijfer voor alle huishoudens samen, berekend op een andere basis dan jouw maandinkomen, dus geen maatstaf om jezelf mee te vergelijken. Zit je onder de 20 procent, begin dan met een bedrag dat je zeker volhoudt en verhoog het als er ruimte komt. Een vast bedrag dat elke maand doorgaat is meer waard dan een hoog percentage dat je in maand drie weer stopzet.
Telt de hypotheek mee in de 50 procent?
Ja. Je hypotheeklasten horen bij de 50 procent, net als huur. In Nederland is dat voor veel mensen relevant: volgens Eurostat (2024) heeft 68,8 procent van de huishoudens een eigen woning en heeft 58,1 procent een hypotheek op dat huis. Het Kadaster meldde over de tweede helft van 2024 een gemiddelde hypotheeksom van € 476.000 bij aankoop van een woning. Reken met wat er werkelijk van je betaalrekening gaat: de hypotheekrenteaftrek in box 1 drukt je woonlast, al staat het eigenwoningforfait daar tegenover en loopt de verrekening via je aangifte, niet via je maandbedrag.
Welke budgetmethode is het beste?
Er is geen methode die voor iedereen wint. De 50/30/20-regel is een goed startpunt omdat je maar drie getallen hoeft bij te houden. Andere beproefde aanpakken: het nulbudget, waarin elke euro vooraf een bestemming krijgt; de envelopmethode, met een hard maximum per categorie; en "betaal jezelf eerst", waarbij je spaarbedrag automatisch wordt overgeboekt op de dag dat je salaris binnenkomt. Wat je ook kiest, het valt of staat bij meten. Apps zoals Martia laten je verdeling zien zonder dat je bonnetjes overtypt, zodat je vergelijkt met wat er werkelijk gebeurde.
Bronnen
- Warren E., Warren Tyagi A. (2005). All Your Worth: The Ultimate Lifetime Money Plan. Free Press / Portfolio. De oorspronkelijke bron van de 50/30/20-verdeling. Informatie over het boek.
- CBS (2024). Materiële welvaart in Nederland — inkomen van huishoudens (mediaan besteedbaar huishoudinkomen € 31.600 per jaar, 2022) en De arbeidsmarkt in cijfers (mediaan bruto persoonlijk inkomen van werknemers € 43.500 per jaar, 2023). cbs.nl
- CBS (2025). Besparingen huishoudens namen sterk toe in 2024 — spaarquote 14,5% (2023) naar 16,3% (2024). cbs.nl
- Kadaster. Hypotheekmarkt 2e halfjaar 2024 — gemiddelde hypotheeksom bij woningaankoop € 476.000. kadaster.nl
- Eurostat. TEC00134 (bestedingsstructuur van huishoudens, 2022), EARN_NT_NET (nettoloon, 2023), ILC_LVHO02 (eigenwoningbezit en hypotheken, 2024) en ILC_LI01 (armoedegrens, 2024). ec.europa.eu/eurostat.