De 50/30/20-regel: zo verdeel je je netto-inkomen, met rekenvoorbeelden

Een rekentabel van € 2.000 tot € 5.000 netto, wat het Nibud over de regel zegt en wat je doet als je huur de helft van je inkomen al opeet.

De 50/30/20-regel verdeelt je netto maandinkomen in drie potjes: 50% voor noodzakelijke uitgaven, 30% voor wensen en 20% voor sparen of extra aflossen, zoals beschreven in het Amerikaanse boek All Your Worth uit 2005. Bij € 2.500 netto per maand is dat € 1.250, € 750 en € 500. Het Nibud noemt de 50/30/20-regel niet in zijn eigen vuistregels en adviseert in 2026 om maandelijks 10% van je inkomen te sparen. En in Nederland zit de eerste helft snel vol: een doorsnee huishouden met een salaris was in 2024 al 41% van zijn netto-inkomen kwijt aan vaste lasten, nog zonder boodschappen (ABN AMRO, 2025). Hieronder staan de rekentabel van € 2.000 tot € 5.000 netto, wat het Nibud wél zegt en wat je doet als je huur de helft al opeet.

Het belangrijkste

  • De 50/30/20-regel: 50% noodzakelijk, 30% wensen, 20% sparen of extra aflossen, berekend over je netto-inkomen (All Your Worth, 2005)
  • Bij € 3.000 netto is dat € 1.500 / € 900 / € 600; de hele rekentabel van € 2.000 tot € 5.000 staat hieronder
  • Het Nibud heeft geen eigen 50/30/20-regel. Zijn vuistregel is maandelijks 10% sparen (Nibud, 2026), de helft van de 20% uit de regel
  • Doorsnee huishoudens met een salaris waren in 2024 al 41% kwijt aan vaste lasten, nog zonder boodschappen (ABN AMRO, 2025). Met een hoge huur past 60/20/20 vaak beter
  • Je vakantiegeld, minimaal 8% van je brutojaarsalaris, houd je buiten de maandsom en geef je vooraf een bestemming

50/30/20-regel berekenen: rekentabel van € 2.000 tot € 5.000 netto

Zo bereken je de 50/30/20-regel: vermenigvuldig je netto maandinkomen met 0,5, met 0,3 en met 0,2. Zoek de rij die het dichtst bij jouw netto-inkomen ligt en lees de bedragen af. De laatste kolom laat zien wat 10% sparen is, het maandelijkse spaaradvies van het Nibud (2026).

Netto per maand50%: noodzakelijk30%: wensen20%: sparen en extra aflossenTer vergelijking: 10% sparen (Nibud)
€ 2.000€ 1.000€ 600€ 400€ 200
€ 2.500€ 1.250€ 750€ 500€ 250
€ 3.000€ 1.500€ 900€ 600€ 300
€ 3.500€ 1.750€ 1.050€ 700€ 350
€ 4.000€ 2.000€ 1.200€ 800€ 400
€ 5.000€ 2.500€ 1.500€ 1.000€ 500

Netto is het bedrag dat op je betaalrekening binnenkomt. Je werkgever houdt de loonheffing al in, maar de premie voor je basisverzekering betaal je daarna zelf aan je zorgverzekeraar: die hoort dus in de 50%. Vakantiegeld laat je erbuiten; waarom, lees je verderop.

Welke rij is van jou?

Twee ijkpunten helpen. Het CBS kwam over 2024 op een mediaan gestandaardiseerd inkomen van € 36.500 per jaar (voorlopig cijfer), omgerekend zo'n € 3.042 per maand: het besteedbare inkomen van een huishouden, omgerekend naar een huishouden van één persoon. Eurostat kwam voor 2023 op een gemiddeld nettoloon van € 3.763 per maand voor een alleenstaande die het gemiddelde loon verdient (EARN_NT_NET). Het eerste is een huishoudinkomen, het tweede het loon van één werkende, dus leg ze niet naast elkaar alsof ze hetzelfde meten. Wil je weten waar jouw brutosalaris staat, lees dan wat een modaal inkomen is.

Rekenvoorbeeld: alleen wonen met € 3.000 netto

Stel: je woont alleen, houdt € 3.000 netto per maand over en je vaste lasten zitten op het doorsnee percentage van 41% voor huishoudens met een salaris (ABN AMRO, 2025). Dan gaat er € 1.230 naar onder meer huur, energie, de zorgverzekering en abonnementen. Van de € 1.500 in het eerste potje blijft € 270 over voor boodschappen en de overige noodzakelijke uitgaven buiten die vaste lasten, terwijl het Nibud voor een alleenstaande alleen al voor gezond eten minimaal € 273 per maand rekent (juli 2026). Het eerste potje is dan al te klein (eigen rekenvoorbeeld). Wat huishoudens van jouw grootte werkelijk aan eten uitgeven, staat in boodschappen per maand.

Wat houdt de 50/30/20-regel in?

De 50/30/20-regel is een vuistregel om je netto-inkomen over drie potjes te verdelen: noodzakelijk (50%), wensen (30%) en sparen of extra aflossen (20%). Je komt hem ook tegen als 50 30 20 regel of 50-30-20-methode; het is dezelfde verdeling. Hij komt uit het boek All Your Worth: The Ultimate Lifetime Money Plan, in 2005 verschenen bij Free Press en geschreven door Elizabeth Warren en haar dochter Amelia Warren Tyagi (Raisin Kennisbank, 2026; Open Library). Het is dus een Amerikaanse vuistregel, en op de pagina's van het Nibud kom je hem niet tegen.

Waarom maar drie potjes?

Drie potjes zijn genoeg om de belangrijkste vraag te beantwoorden: gaat er te veel naar dingen die je niet kunt opzeggen? Twintig categorieën laten meer detail zien, maar drie getallen kun je onthouden en elke maand opnieuw naast je afschrift leggen. Voor iemand die nog nooit een budget heeft gemaakt, is dat een haalbaar begin.

Wat hoort in welk potje?

De indeling is niet altijd vanzelfsprekend. Dit hoort waar:

PotjeWat erin hoortTest
Noodzakelijk (50%)Huur of hypotheek, energie en water, internet, premie basisverzekering, woon-werkverkeer, verplichte verzekeringen, boodschappen, minimale aflossingRaak ik zonder dit mijn huis of mijn baan kwijt?
Wensen (30%)Uit eten en bezorging, streaming, sportschool, kleding boven het noodzakelijke, weekendjes weg, online winkelenLeuk, maar kan ik een maand zonder?
Sparen en extra aflossen (20%)Buffer voor tegenslag, extra aflossen boven de verplichte termijn, beleggen, een doel met een naam en een bedragBouwt dit aan mijn toekomst of aan mijn zekerheid?

Let op één ding dat in Nederland voor verwarring zorgt: een doorlopende incasso voelt als een vaste last, maar zegt niets over de categorie. Netflix, Spotify en je sportschool worden net zo automatisch afgeschreven als je energierekening, en horen toch in het middelste potje. Je herkent een incasso op je afschrift aan het Incassant-ID en het Machtigingskenmerk die erbij staan. Dat zijn precies de regels die je moet nalopen als je wilt weten hoe groot je 30% werkelijk is. Wat er allemaal onder vaste lasten valt en wat huishoudens er gemiddeld aan kwijt zijn, staat op de pagina over vaste lasten.

Wat zegt het Nibud over de 50/30/20-regel?

Het Nibud heeft geen eigen 50/30/20-regel: zijn vuistregel voor sparen is maandelijks 10% van je inkomen, de helft van de 20% uit de regel (Nibud, 2026). Op de pagina's van het Nibud over plannen, begroten en zijn vuistregels komt de 50/30/20-regel niet voor (gecontroleerd op 9 oktober 2026). De vier vuistregels luiden: check wekelijks je saldo en uitgaven, plan jaarlijks je inkomsten en uitgaven, spaar maandelijks 10% van je inkomen en bewaar je administratie op een geordende manier.

Ook de indeling verschilt. Het Nibud begroot op je besteedbaar inkomen over een heel jaar, inclusief vakantiegeld, kinderbijslag, belastingteruggave en toeslagen. De uitgaven verdeelt het in drie groepen: vaste lasten (zoals huur, hypotheek en verzekeringen), reserveringsuitgaven (zoals vervanging van de inboedel, het eigen risico, kleding en vakantie) en huishoudelijke uitgaven (zoals voeding, was- en schoonmaakmiddelen en persoonlijke verzorging) (Nibud, 2026). De 50/30/20-regel kijkt naar één maand en vraagt alleen: moet het, of wil ik het?

Wat50/30/20-regelNibud
Sparen20% van je netto-inkomen, samen met extra aflossen10% van je inkomen, elke maand (2026)
BasisJe netto maandinkomenJe besteedbaar jaarinkomen, inclusief vakantiegeld en toeslagen
IndelingNoodzakelijk, wensen, sparenVaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven
Grens voor vaste lasten50%, inclusief boodschappenIdealiter niet meer dan de helft (2019), zorgwekkend boven 60%; zonder boodschappen
HerkomstHet boek All Your Worth (Verenigde Staten, 2005)Vuistregels op basis van Nibud-onderzoek naar geldgewoontes

Over vaste lasten zit het Nibud dicht bij de regel. In 2019 meldde het dat een huishouden met een modaal inkomen en een gemiddelde huur ruim 55% van het netto-inkomen kwijt was aan vaste lasten, terwijl het ideaal volgens het Nibud is dat dat niet meer dan de helft is (Radar/ANP, 2019). Boven de 60% noemt het Nibud de situatie zorgwekkend (geciteerd door ABN AMRO, 2025). Let wel op het verschil: in de vaste lasten van het Nibud zitten geen boodschappen, in de 50% van de 50/30/20-regel wel. Wie onder de Nibud-grens blijft, kan dus nog steeds boven de 50% uitkomen.

Mythe versus werkelijkheid

Mythe: “Het Nibud adviseert de 50/30/20-regel.”

Werkelijkheid: het Nibud noemt de regel niet op zijn eigen pagina's over begroten en adviseert 10% sparen in plaats van 20% (Nibud, 2026). Het zet ook vraagtekens bij de veelgehoorde norm dat woonlasten niet boven 30% van je inkomen mogen komen, omdat betaalbaarheid afhangt van je inkomen en je huishouden (Nibud, 2026).

Werkt de 50/30/20-regel in Nederland, ook met een hoge huur?

Als startpunt werkt hij. Met een huur bij een particuliere verhuurder is de 50% vaak al bijna vol voordat je boodschappen hebt gedaan, omdat je woonlasten er het grootste deel van opeten. Huurders gaven in 2024 gemiddeld 34,4% van hun inkomen uit aan woonlasten, inclusief energie, water en lokale lasten; bij een particuliere verhuurder was dat 41,9% en bij eigenaar-bewoners 22,9% (WoonOnderzoek Nederland 2024). Wat er daarna nog in de 50% moet, verzekeringen, vervoer en boodschappen, past er bij veel huurders niet meer in.

Je leest vaak dat woonlasten niet boven 30% van je inkomen mogen komen. Dat is geen Nibud-norm: het Nibud schrijft dat 30% vaak als acceptabel wordt gezien en vraagt zich af of dat klopt (Nibud, 2026). Hoeveel huur en woonlasten per stad verschillen, staat in de gemiddelde huurprijs en woonlasten per stad.

Ook op minimumniveau is de helft al op

In de minimumvoorbeeldbegroting van het Nibud voor een alleenstaande op bijstandsniveau (juli 2025) gaat € 1.090 van het inkomen van € 1.881 naar vaste lasten, met een sociale huur van € 636. Dat is 58% (eigen berekening), voordat er één boodschap is gedaan. Rond het bijstandsniveau is de 50/30/20-regel dus geen realistische maatstaf; daarover gaat rondkomen met een laag inkomen.

Wonen is de post die de rekensom kantelt

Volgens Eurostat (TEC00134, 2022) gaat 23,4% van de consumptie van Nederlandse huishoudens naar wonen en energie, 11,7% naar voeding en 12,1% naar vervoer. Samen is dat al ruim 47% van wat een huishouden uitgeeft: een aandeel van de uitgaven, niet van het inkomen, maar wel de drie posten die in je 50% moeten passen. Voor een koopwoning telt Eurostat een toegerekende huur mee, niet je hypotheek, dus je eigen woonlasten kun je er niet één op één naast leggen. Volgens Eurostat (2024) heeft 68,8% van de Nederlandse huishoudens een eigen woning en 58,1% een hypotheek; het Kadaster registreerde in de tweede helft van 2024 een gemiddelde hypotheeksom van € 476.000 bij aankoop van een woning.

De hypotheekrenteaftrek in box 1 werkt de andere kant op: die verlaagt je belasting, al staat het eigenwoningforfait daar tegenover. Neem het effect mee als je je woonlast beoordeelt, anders maak je je eigen 50% zwaarder dan hij is.

Wat doe je als je vaste lasten boven de 50% uitkomen?

Verschuif de percentages en lever het sparen als laatste in. 60/20/20 is voor veel huurders realistischer dan 50/30/20; kom je daar ook niet mee uit, dan krimpen de wensen verder. Zet het spaardeel niet op nul: houd desnoods de 10% vast die het Nibud (2026) adviseert. Hoe de varianten werken, staat verderop bij 60/20/20 en 70/20/10.

De 50/30/20-regel naast Nederlandse cijfers

41%van het netto-inkomen gaat bij een doorsnee huishouden met salaris naar vaste lasten, zonder boodschappen (ABN AMRO 2025, cijfers over 2024)
53%hetzelfde bij een doorsnee huishouden met een uitkering (ABN AMRO 2025, cijfers over 2024)
34,4%van het inkomen geven huurders gemiddeld uit aan woonlasten (WoON, 2024)
10%van je inkomen per maand sparen: het advies van het Nibud (2026)

Bronnen: ABN AMRO 2025, WoON 2024, Nibud 2026

Hoe ziet jouw eigen verdeling eruit?

Vraag het Martia in het Nederlands, bijvoorbeeld: “Welk deel van mijn netto-inkomen ging de afgelopen drie maanden naar huur, energie en verzekeringen?”, “Hoeveel gaf ik in september uit aan uit eten en bezorging?” of “Hoeveel hield ik sinds mei per maand over?” Martia leest je transacties alleen mee en antwoordt met je echte bedragen. Of iets in je 50% of je 30% hoort, beslis je zelf.

Praat met Martia

50/30/20 en sparen: is 20% haalbaar?

De 50/30/20-regel vraagt 20% van je netto-inkomen voor sparen, beleggen en extra aflossen samen; het Nibud adviseert om maandelijks 10% van je inkomen te sparen (Nibud, 2026). Bij € 2.500 netto is dat € 500 tegenover € 250. Kom je niet aan de 20%, dan is 10% een verdedigbaar begin, en een vast bedrag dat elke maand doorgaat levert meer op dan een hoog percentage dat je na een paar maanden stopzet. Hoe je bepaalt welk bedrag bij jou past, staat in hoeveel je per maand moet sparen; wat andere huishoudens per maand opzij zetten en hoeveel spaargeld ze hebben, lees je in wat Nederlanders gemiddeld sparen. Heb je nog geen buffer, dan gaat het hele spaardeel eerst daarheen: hoeveel buffer je nodig hebt.

Waar laat je je vakantiegeld in de 50/30/20-regel?

Vakantiegeld hoort niet in je maandsom: reken 50/30/20 op de twaalf gewone salarissen en laat het vakantiegeld in het spaardeel vallen. Je hebt recht op minimaal 8% van je brutojaarsalaris aan vakantiegeld, en de meeste werknemers krijgen het in mei of juni (Rijksoverheid, 2026). Op je loonstrook staat hoeveel vakantiegeld je krijgt (Rijksoverheid, 2026). Het is precies het soort bedrag waar een maandverdeling geen plek voor heeft.

De vakantiegeldregel

Bouw je maandbudget op de twaalf gewone salarissen. Het vakantiegeld houd je erbuiten en laat je helemaal in het spaardeel vallen: buffer, extra aflossen, of een doel dat je vóór mei hebt opgeschreven. Een bedrag zonder bestemming lost op in de maand waarin het binnenkomt. Mét bestemming is het het enige moment in het jaar waarop je spaardeel een sprong maakt zonder dat je ergens op hoeft te bezuinigen. Heb je nog geen financiële buffer opgebouwd, dan is dat de eerste bestemming.

In de praktijk geldt de tabel hierboven, bijvoorbeeld € 1.250 voor noodzakelijke uitgaven bij € 2.500 netto, voor elk van de twaalf gewone maanden. In mei of juni komt er een bedrag bij dat rechtstreeks doorloopt naar het derde potje. Werk je liever met een jaarbegroting, zoals het Nibud, dan telt het vakantiegeld gewoon mee in je jaarinkomen (Nibud, 2026). Ook dat werkt, zolang het geld een bestemming heeft voordat het binnenkomt.

Varianten op 50/30/20: 60/20/20, 70/20/10 en de Nederlandse Correctie

Een variant verschuift de percentages, maar houdt hetzelfde idee: eerst vastleggen wat moet, dan wat je wilt, en sparen niet als restpost. Dit zijn de bekendste varianten, plus de noodvariant uit de Nederlandse Correctie:

VerdelingNoodzakelijkWensenSparenExtra aflossen of goede doelenPast bij
50/30/2050%30%20%Zit in de 20%Vaste lasten en boodschappen rond de helft
60/20/2060%20%20%Zit in de 20%Hoge huur of hypotheek
70/20/1070%, samen met wensenZit in de 70%20%10%Een schuld afbouwen met een eenvoudige verdeling
70/10/2070%10%20%Zit in de 20%Noodvariant bij vaste lasten boven 65%

Wat is de 70/20/10-regel?

De 70/20/10-regel deelt je netto-inkomen in 70% voor alle uitgaven, dus huur, energie en boodschappen maar ook je wensen, 20% voor sparen en beleggen en 10% voor extra aflossen of goede doelen (Chase, 2026). Het verschil met 50/30/20 is dat moeten en willen in één potje zitten. Dat is eenvoudiger, maar je ziet minder snel welke uitgaven je kunt schrappen. Verwar hem niet met 70/10/20, de noodvariant van de Nederlandse Correctie hieronder.

De Nederlandse Correctie: vier varianten op basis van je vaste lasten

De Nederlandse Correctie is ons raamwerk om een variant te kiezen op basis van één getal: het deel van je netto-inkomen dat nu al naar noodzakelijke uitgaven gaat. De variant volgt uit je woonlast, ongeacht hoeveel je verdient. Twee mensen met hetzelfde inkomen kunnen dus prima in verschillende varianten zitten, en het spaardeel blijft in alle vier overeind.

De Nederlandse Correctie: vier varianten

Variant A: noodzakelijke uitgaven onder 40% → 40/20/40. 40% noodzakelijk, 20% wensen, 40% sparen en beleggen. Als je woonlast laag is, hoeft de ruimte die overblijft niet vanzelf naar wensen te gaan: leg die dan bewust vast.

Variant B: noodzakelijke uitgaven 40 tot 50% → 50/30/20 (standaard). De klassieke verdeling. Haalbaar als je de woonlasten deelt of buiten de duurste steden woont, en met wat schuiven ook in je eentje.

Variant C: noodzakelijke uitgaven 50 tot 65% → 60/20/20. 60% noodzakelijk, 20% wensen, 20% sparen. Het wensenpotje wordt mager. Dat is een uitkomst van je woonlasten, geen mislukking.

Variant D: noodzakelijke uitgaven boven 65% → 70/10/20. De noodvariant. Wensen krimpen tot 10% en het spaardeel houd je als laatste overeind. Lukt ook dat niet, dan is het gesprek geen budgetgesprek meer maar een gesprek over je vaste lasten: woning, verzekeringen, aflossingen.

Geen van de vier is “waar” of “onwaar”. Ze wijzen een richting aan; de route bepaal je zelf. Kloppen jouw getallen niet met de tabel, dan zit de fout niet bij jou: dan is jouw situatie anders dan het model. Kijk eerst waar je geld blijft voordat je een variant kiest; en als sparen structureel niet lukt, lees dan waarom sparen niet lukt. Werk je liever met vaste bedragen per doel dan met percentages, dan past de potjesmethode misschien beter.

Wanneer de 50/30/20-regel niet werkt: vier situaties

De 50/30/20-regel is een model, en niet elke situatie past erin. Vier situaties waarin de klassieke verdeling niet houdt, en wat je dan doet:

1. Je woonlasten zijn structureel hoog

Als huur of hypotheek plus energie alleen al richting de helft van je inkomen gaan, is er voor de rest van de noodzakelijke posten niets over binnen die 50%. Verschuif dan naar 60/20/20 of 70/10/20. Wat je niet verschuift, is het spaardeel: liever een klein bedrag dat elke maand doorgaat dan nul met het voornemen om later te beginnen. Ter vergelijking: Eurostat berekende voor 2024 een armoederisicogrens (60% van het mediane inkomen) van € 1.599 per maand voor een alleenstaande in Nederland. Zit je daar dichtbij, dan is de verdeling zelf niet je grootste probleem.

2. Je hebt een dure consumptieve schuld

Bij een doorlopend krediet, een creditcardschuld of rood staan gaat aflossen boven de minimumtermijn vóór wensen. Het derde potje wordt dan tijdelijk een aflospotje en een deel van de 30% schuift daarheen. Let vooral op achteraf betalen: de aankoop verschijnt pas later als incasso van de aanbieder op je afschrift, waardoor hij in je hoofd bij de vorige maand hoort en in je budget bij deze. Zit je al vast, lees dan uit de schulden komen.

3. Je hebt nog geen buffer

Zorg eerst voor een buffer, en pas daarna voor beleggen. Het Nibud noemt geen vast bufferbedrag per huishouden; met de BufferBerekenaar van het Nibud reken je je eigen bedrag uit (Nibud, 2026). Zolang die buffer er niet is, gaat het hele spaardeel daarheen en niet naar aandelen of fondsen. Een buffer levert geen rendement op, maar hij zorgt dat één kapotte wasmachine geen schuld wordt.

4. Je inkomen wisselt sterk per maand

Vaste percentages op een wisselend inkomen leveren elke maand een ander bedrag op, en daarmee geen enkel houvast. Werk je als zelfstandige, dan houdt niemand loonheffing voor je in en reserveer je zelf voor de aangifte inkomstenbelasting; het bedrag op je factuur is dus nooit je basis. Bepaal in plaats daarvan je “budgetbasis”: wat er na reserveringen overblijft in de laagste maand van de afgelopen zes. Daarop pas je 50/30/20 toe. Alles wat er in een goede maand bovenuit komt, gaat naar het spaardeel: dat is meteen je buffer voor de magere maand die een keer komt.

Mythe versus werkelijkheid

Mythe: “50/30/20 is de formule voor financiële rust.”

Werkelijkheid: het is een startpunt, geen garantie. Wat de regel vooral oplevert, is de gewoonte om te meten waar je geld heen gaat. Begin desnoods met 65/25/10 en schuif elk kwartaal een procentpunt op. Elke verdeling is beter dan geen verdeling.

Check je eigen verdeling: zo leg je je afschrift naast de regel

De regel zegt wat zou moeten; je afschrift zegt wat er gebeurde. Begin met meten, en kies pas daarna een variant.

Oprichter van Martia

Waarom stap één het meten is

Ik had zes rekeningen en geen idee wat er maandelijks vastlag. De verdeling uitrekenen was nooit het probleem, de cijfers bij elkaar krijgen wel.

  1. Bepaal je werkelijke netto-inkomen. Tel alles op wat er in drie gewone maanden op je betaalrekening binnenkwam, zonder vakantiegeld, en deel door drie. Dat is je basis, niet het bedrag in je contract. Bij een wisselend inkomen: de laagste van de afgelopen zes maanden.
  2. Tel je noodzakelijke uitgaven van vorige maand op. Loop je afschrift van één maand door en zet huur of hypotheek, energie, water, internet, zorgpremie, verzekeringen, boodschappen en woon-werkverkeer bij elkaar. Staan je rekeningen bij verschillende banken, dan komt daar één stap voor: je betaalrekening aan een app koppelen; hoe veilig dat is, staat in wat open banking is en of het veilig is. Werk je liever met pen en papier of een spreadsheet, begin dan met een huishoudboekje.
  3. Bereken welk percentage dat is. Deel dat bedrag door je netto-inkomen. Onder 40%: variant A. Tussen 40 en 50%: variant B, de standaardverdeling. Tussen 50 en 65%: variant C. Boven 65%: variant D. Dan zit het probleem in je vaste lasten, en dat los je niet op door minder uit eten te gaan.
  4. Kies je variant en je eigen maximum voor wensen. Kies op basis van stap 3 een variant uit de Nederlandse Correctie. Schrijf daarna zelf één maximumbedrag op voor het wensenpotje: dat is de enige categorie waar je echt iets te kiezen hebt.
  5. Meet dertig dagen en vergelijk. Kijk na een maand naar je werkelijke verdeling. Een afwijking laat zien waar je plan en je maand uit elkaar lopen. Kies één concrete verandering voor de volgende maand. Eén maandelijkse terugblik levert meer op dan een jaarplan dat je nooit opent.

Wat Martia hierbij doet, en wat niet

Martia sorteert je transacties zelf in categorieën en telt ze op, zodat je per categorie ziet wat er werkelijk uitging. Je vraagt het in het Nederlands, bijvoorbeeld: “Hoeveel ging er de afgelopen drie maanden gemiddeld per maand naar vaste lasten?” of “Welk deel van mijn inkomen ging in september naar uit eten en bezorging?” Martia zet geen budgetten of limieten en houdt geen 50/30/20-potjes voor je bij: welke categorieën in je 50% horen en welk maximum je jezelf geeft voor wensen, bepaal je zelf.

Loopt het spaardeel elke maand leeg door abonnementen die je vergeten was? Dan is te veel geld kwijt aan abonnementen het logische vervolg. Wil je het meten uitbesteden aan een app, dan vergelijkt de beste app voor je huishoudbudget in 2026 de opties. En doe je dit met z'n tweeën, dan gaat samen budgetteren zonder gezamenlijke rekening over dezelfde verdeling met twee inkomens.

Welk deel van jouw inkomen gaat er echt naar vaste lasten?

Stel je vraag in het Nederlands: “Hoeveel ging er vorige maand naar vaste lasten, en welk deel van mijn netto-inkomen is dat?”, “Wat waren mijn drie grootste uitgaven buiten de vaste lasten?” of “Hoeveel heb ik dit jaar aan abonnementen betaald?” Martia rekent het uit met je eigen transacties, of het nu incasso's, iDEAL-betalingen of pinbetalingen zijn. Ook als je rekeningen bij twee banken hebt.

Praat met Martia

Veelgestelde vragen over de 50/30/20-regel

Wat houdt de 50/30/20-regel in?

De 50/30/20-regel verdeelt je netto maandinkomen over drie potjes: 50% voor noodzakelijke uitgaven zoals huur of hypotheek, energie, verzekeringen en boodschappen, 30% voor wensen zoals uit eten, kleding en streaming, en 20% voor sparen of extra aflossen. De verdeling komt uit het Amerikaanse boek All Your Worth (2005) van Elizabeth Warren en Amelia Warren Tyagi. Het is een vuistregel, geen wet en geen Nibud-advies: het Nibud noemt hem niet in zijn eigen vuistregels en adviseert in 2026 om maandelijks 10% van je inkomen te sparen. De waarde van de regel zit in de vergelijking: je zet je eigen uitgaven van een gewone maand naast de drie percentages en ziet meteen welk potje te groot is.

Hoe bereken je de 50/30/20-regel?

Neem je netto maandinkomen, het bedrag dat echt op je betaalrekening binnenkomt, zonder vakantiegeld. Vermenigvuldig dat met 0,5 voor noodzakelijke uitgaven, met 0,3 voor wensen en met 0,2 voor sparen en extra aflossen. Bij € 2.000 netto is dat € 1.000, € 600 en € 400; bij € 3.000 netto € 1.500, € 900 en € 600; bij € 5.000 netto € 2.500, € 1.500 en € 1.000. Heb je een wisselend inkomen, reken dan met de laagste maand van het afgelopen halfjaar. Daarna komt de stap die het meeste oplevert: tel op wat er vorige maand werkelijk naar elk potje ging en deel dat door je netto-inkomen. In Martia vraag je dat gewoon in het Nederlands, bijvoorbeeld: “Welk deel van mijn netto-inkomen ging vorige maand naar vaste lasten?”

Wat zegt het Nibud over de 50/30/20-regel?

Het Nibud heeft geen eigen 50/30/20-regel en noemt hem niet op zijn pagina's over plannen, begroten en zijn vuistregels. Die vuistregels zijn Check, Plan, Spaar en Bewaar, met als spaarregel: spaar maandelijks 10% van je inkomen (Nibud, 2026). Dat is de helft van de 20% uit de 50/30/20-regel. Het Nibud deelt uitgaven ook anders in, in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven, en begroot op je hele jaarinkomen inclusief vakantiegeld. Over vaste lasten meldde het Nibud in 2019 dat huishoudens er idealiter niet meer dan de helft van hun inkomen aan kwijt zijn, en boven 60% noemt het de situatie zorgwekkend (geciteerd door ABN AMRO, 2025). In die vaste lasten zitten geen boodschappen; in de 50% van de 50/30/20-regel wel.

Werkt de 50/30/20-regel met een hoge huur?

Vaak niet zonder aanpassing. Huurders gaven in 2024 gemiddeld 34,4% van hun inkomen uit aan woonlasten, inclusief energie, water en lokale lasten, en huurders bij een particuliere verhuurder 41,9% (WoonOnderzoek Nederland 2024). Dan blijft er van de 50% weinig over voor verzekeringen, vervoer en boodschappen. De norm van 30% van je inkomen voor woonlasten die je vaak leest, is geen Nibud-norm: het Nibud zet er zelf vraagtekens bij (Nibud, 2026). Zitten je woonlasten zo hoog, schuif dan naar 60/20/20: 60% noodzakelijk, 20% wensen en 20% sparen. Lukt ook dat niet, laat de wensen dan verder krimpen en houd het sparen zo lang mogelijk overeind, desnoods op de 10% die het Nibud adviseert.

Werkt de 50/30/20-regel in Nederland?

Als startpunt wel, als vaste norm minder goed. Uit transactiedata van 340.000 huishoudens blijkt dat een doorsnee huishouden met een salaris in 2024 41% van zijn netto-inkomen kwijt was aan vaste lasten, gepensioneerden 47% en huishoudens met een uitkering 53% (ABN AMRO, 2025). In die vaste lasten zitten onder meer huur of hypotheek, de zorgverzekering en abonnementen, maar nog geen boodschappen. Die horen in de 50/30/20-regel ook in de eerste 50%, dus voor veel huishoudens is dat potje al bijna vol voordat de maand begint. De praktische correctie is de percentages verschuiven, bijvoorbeeld naar 60/20/20, en het spaardeel als laatste inleveren. Een kleiner potje voor wensen volgt dan uit je vaste lasten.

Wat valt bij de 50/30/20-regel onder de 50% en wat onder de 30%?

Onder de 50% vallen de uitgaven die je niet kunt overslaan: huur of hypotheek, energie en water, internet en bellen, de premie van je basisverzekering, verplichte verzekeringen, woon-werkverkeer, boodschappen en de minimale aflossing op een lening. Onder de 30% vallen uit eten en bezorging, streaming zoals Netflix of Spotify, je sportabonnement, kleding boven het noodzakelijke, weekendjes weg en online winkelen. De test: kun je een maand zonder, zonder je huis of je baan te verliezen? Dan is het een wens, ook als het via een doorlopende incasso gaat en dus automatisch voelt. Extra aflossen boven het verplichte bedrag, een buffer en beleggen horen in de 20%.

Hoeveel spaar je met de 50/30/20-regel?

Volgens de 50/30/20-regel 20% van je netto-inkomen: € 400 per maand bij € 2.000 netto, € 600 bij € 3.000 en € 1.000 bij € 5.000. Die 20% is bedoeld voor sparen, beleggen en extra aflossen samen. Het Nibud legt de lat lager en adviseert maandelijks 10% van je inkomen te sparen om een buffer op te bouwen (Nibud, 2026). Haal je de 20% niet, begin dan met een bedrag dat je elke maand volhoudt, bijvoorbeeld met een periodieke overboeking naar je spaarrekening op de dag dat je salaris binnenkomt, en verhoog het als er ruimte komt. Wat andere huishoudens sparen, zegt weinig over jouw situatie: vergelijk jezelf liever met je eigen maanden ervoor.

Waar laat je je vakantiegeld in de 50/30/20-regel?

Reken de 50/30/20-regel op je twaalf gewone salarissen en houd het vakantiegeld erbuiten. Je hebt recht op minimaal 8% van je brutojaarsalaris aan vakantiegeld en de meeste werknemers krijgen het in mei of juni (Rijksoverheid, 2026). Op je loonstrook staat hoeveel vakantiegeld je krijgt (Rijksoverheid, 2026). Omdat het één keer per jaar binnenkomt, past het niet in een maandverdeling. Geef het vooraf een bestemming in het spaardeel: je buffer, extra aflossen of een doel dat je vóór mei opschrijft. Zonder bestemming verdwijnt het in de maand waarin het binnenkomt. Maak je liever een jaarbegroting, zoals het Nibud doet, dan telt het vakantiegeld gewoon mee in je jaarinkomen (Nibud, 2026).

Telt de hypotheek mee in de 50% van de 50/30/20-regel?

Ja. Je hypotheeklasten horen bij de 50%, net als huur. In Nederland is dat voor veel mensen relevant: volgens Eurostat (2024) heeft 68,8% van de huishoudens een eigen woning en heeft 58,1% een hypotheek op dat huis. Het Kadaster meldde over de tweede helft van 2024 een gemiddelde hypotheeksom van € 476.000 bij aankoop van een woning. Reken met wat er werkelijk van je betaalrekening gaat: rente, aflossing en de premie van verzekeringen die bij je hypotheek horen. De hypotheekrenteaftrek in box 1 verlaagt je belasting, al staat het eigenwoningforfait daar tegenover; neem dat effect mee als je beoordeelt hoe zwaar je woonlast echt is.

Wat is het verschil tussen de 50/30/20-regel en de 70/20/10-regel?

De 70/20/10-regel stopt noodzakelijke uitgaven en wensen samen in één potje van 70%, zet 20% opzij voor sparen en beleggen en geeft 10% aan extra aflossen of goede doelen, berekend over je netto-inkomen (Chase, 2026). De 50/30/20-regel houdt noodzakelijk en wensen juist apart en stopt sparen en extra aflossen samen in de 20%. Het spaardeel is in beide regels dus 20%. De 70/20/10-regel is eenvoudiger als je een schuld wilt afbouwen; de 50/30/20-regel laat beter zien welke uitgaven je kunt schrappen. Verwar 70/20/10 niet met een verdeling van 70/10/20, waarin 70% naar noodzakelijke uitgaven gaat, 10% naar wensen en 20% naar sparen.

Bronnen

  • Warren E., Warren Tyagi A. (2005). All Your Worth: The Ultimate Lifetime Money Plan. Free Press. De oorspronkelijke bron van de 50/30/20-verdeling. Gegevens van het boek (Open Library).
  • Raisin Kennisbank (2026). Uitleg: hoe werkt de 50/30/20 regel? (herkomst van de regel). raisin.com
  • Nibud (2026). Vuistregels Check, Plan, Spaar, Bewaar (spaar maandelijks 10% van je inkomen). nibud.nl
  • Nibud (2026). Voor professionals: de Nibud-methode van budgetteren. nibud.nl en Plannen en begroten: nibud.nl
  • Nibud (2026). Woonsector (betaalbaar huren en woonquota). nibud.nl
  • Nibud (2026). Een financiële buffer opbouwen (BufferBerekenaar). nibud.nl
  • Nibud (2026). Huishoudelijke uitgaven (minimale kosten gezonde voeding, juli 2026). nibud.nl
  • Nibud (2025). Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen juli 2025 (via NVVK). nvvk.nl
  • Radar/ANP (2019). Nederlanders zijn meer dan helft inkomen kwijt aan vaste lasten (Nibud). radar.avrotros.nl
  • ABN AMRO (2025). Transactie Trends: bestaanszekerheid van Nederlandse huishoudens (vaste lastenpercentage 2024). abnamro.com
  • Ministerie van BZK en CBS (2025). Tussen wensen en wonen: resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2024. rijksoverheid.nl
  • CBS (2025). StatLine 86161NED, Inkomen van huishoudens (mediaan gestandaardiseerd inkomen 2024, voorlopig). cbs.nl
  • Eurostat. TEC00134 (bestedingsstructuur van huishoudens, 2022), EARN_NT_NET (nettoloon, 2023), ILC_LVHO02 (eigenwoningbezit en hypotheken, 2024) en ILC_LI01 (armoederisicogrens, 2024). TEC00134, EARN_NT_NET en, voor ILC_LVHO02 en ILC_LI01, de database inkomen en levensomstandigheden: ec.europa.eu/eurostat
  • Kadaster (2025). Hypotheekmarkt 2e halfjaar 2024 (gemiddelde hypotheeksom bij woningaankoop € 476.000). kadaster.nl
  • Rijksoverheid (2026). Hoe hoog is mijn vakantiegeld? rijksoverheid.nl
  • Chase (2026). What is the 70-20-10 budget rule? chase.com

Lees verder

Praat met Martia →Artikel van Martia — de AI met wie je in het Nederlands over je geld praat.