Bruto-netto-calculator 2026

Bruto netto berekenen: wat hou je netto over van je salaris?

Laatst bijgewerkt: · regels 2026 · bron: Belastingdienst, witte maandtabel 2026

In 2026 hou je van € 3.500 bruto per maand € 2.907,92 netto over, als je werkgever de loonheffingskorting toepast en je jonger bent dan de AOW-leeftijd. Deze rekentool rekent van bruto naar netto en van netto naar bruto met de Nederlandse regels (de witte maandtabel 2026 van de Belastingdienst) en laat elke stap zien. Voor een salaris in België gelden andere regels.

Netto per maand: € 2.907,92

Wat wil je berekenen?

Richting

Je salaris

Je brutoloon is

Het brutoloon op je loonstrook of in je contract, zonder vakantiegeld en zonder toeslagen die niet elke maand terugkomen.

Kies ‘Geen, of al in je maandloon’ als je geen apart vakantiegeld krijgt, of als je het elke maand met je loon krijgt.

Loonheffingskorting

Je mag de loonheffingskorting maar op één inkomen laten toepassen. Je regelt dat met je werkgever; voor je AOW bij de SVB.

In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar. De AOW-kolom van de tabel geldt vanaf de eerste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt.

Verfijn de berekening: pensioenpremie, eindejaarsuitkering

Jouw deel, per maand, zoals op je loonstrook. Die gaat van je brutoloon af voordat de loonheffing wordt berekend.

Bruto, per jaar. Een 13e maand is één bruto maandsalaris.

Netto per maand · indicatie 2026€ 2.907,92Witte maandtabel 2026, met loonheffingskorting, jonger dan de AOW-leeftijd.
Loonheffing per maand€ 592,0816,92% van je brutoloon
Netto per jaar€ 36.843,51Salaris en vakantiegeld samen
Van bruto naar netto per maand (regels 2026)
Brutoloon per maand€ 3.500,00
− Loonheffing−€ 592,08
Loonbelasting en premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz), witte maandtabel 2026
= Netto per maand€ 2.907,92
Zo rekent de witte maandtabel 2026 (Belastingdienst, rekenvoorschriften 2026), met loonheffingskorting, jonger dan de AOW-leeftijd
StapPer jaarPer maand
Tabelloon: je loon naar beneden afgerond op een veelvoud van € 4,50€ 41.958€ 3.496,50
Loonheffing vóór kortingen: € 13.900 over de eerste € 38.883 + 37,56% over de € 3.075 daarboven€ 15.054€ 1.254,50
− Algemene heffingskorting: € 3.115 − 6,398% × (€ 41.958 − € 29.736), naar boven afgerond−€ 2.334−€ 194,50
− Arbeidskorting: € 5.300 + 1,95% × (€ 41.958 − € 25.845), hoogstens € 5.685, naar boven afgerond (in de tabel: verrekende arbeidskorting)−€ 5.615−€ 467,92
= Loonheffing op je tabelloon€ 7.105€ 592,08

De tabel noemt per maand alleen de verrekende arbeidskorting apart. De andere kortingen zijn het verschil tussen de kolommen zonder en met loonheffingskorting, min die arbeidskorting: € 1.254,50 − € 592,08 − € 467,92 = € 194,50.

€ 15.054 − € 2.334 − € 5.615 = € 7.105 per jaar
€ 7.105 ÷ 12 = € 592,08 per maand
€ 3.500,00 − € 592,08 = € 2.907,92 netto
netto = brutoloon − pensioenpremie − (schijven − heffingskortingen) ÷ 12, op de rij van je tabelloon

Krijg je € 100 bruto per maand meer, dan hou je daar € 56,41 netto van over. Nu hou je 83,08% van je brutoloon netto over.

Je jaar in 2026: salaris en bijzondere beloningen
Netto salaris, 12 maanden€ 34.895,04
+ Vakantiegeld bruto€ 3.360,00
8% van 12 × je brutoloon, meestal in mei of juni
− Loonheffing over je vakantiegeld (42,01%)−€ 1.411,53
Bijzonder tarief 2026: 37,56% standaardtarief + 4,45% verrekeningspercentage voor de op- en afbouw van je heffingskortingen, tabelrij vanaf € 41.124 jaarloon
= Vakantiegeld netto€ 1.948,47
= Netto per jaar€ 36.843,51
Gemiddeld netto per maand€ 3.070,29
Netto per jaar ÷ 12

Vakantiegeld en een eindejaarsuitkering krijgen het bijzonder tarief, gelezen bij een jaarloon van € 45.360: 12 × je loon voor de loonheffing plus deze uitkeringen, alsof je vorig jaar hetzelfde verdiende. Vakantiegeld berekenen en eindejaarsuitkering berekenen laten de hele tabel zien.

Je hebt geen account nodig. De berekening gebeurt in je browser: wat je invult, wordt nergens naartoe gestuurd en niet bewaard.

Kort antwoord

Netto is je brutoloon min de loonheffing: in 2026 is dat 35,75% over je jaarloon tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426 en 49,50% daarboven, min de algemene heffingskorting (maximaal € 3.115) en de arbeidskorting (maximaal € 5.685), volgens de witte maandtabel 2026 van de Belastingdienst. Bij € 3.500 bruto per maand houdt je werkgever € 592,08 loonheffing in en hou je € 2.907,92 netto over (83,08%), met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd; zonder loonheffingskorting is het € 2.245,50.

Wat je invult

  • Brutoloon: je bruto maandsalaris of jaarsalaris, zoals op je loonstrook of in je contract. Kies per maand of per jaar.
  • Vakantiegeld: of je 8% vakantiegeld erbovenop krijgt, of dat het al in je jaarbedrag zit.
  • Loonheffingskorting: ja als deze werkgever de korting toepast; nee als je hem op een ander inkomen laat toepassen, zoals een tweede baan of je AOW. Je regelt dat met je werkgever, voor je AOW bij de SVB.
  • Je leeftijd: jonger dan de AOW-leeftijd (67 jaar in 2026), of de AOW-leeftijd bereikt, met je geboortejaar: 1946 of later, of 1945 of eerder.
  • Pensioenpremie (als je die betaalt): wat je werkgever per maand voor je pensioen inhoudt, zoals op je loonstrook.
  • Netto naar bruto: het nettobedrag per maand dat je wilt overhouden. De rekentool zoekt het laagste brutoloon dat daarbij hoort.

Aannames en grenzen

Waar de berekening van uitgaat

  • De rekentool volgt de rekenvoorschriften 2026 van de Belastingdienst, waarop de witte maandtabel 2026 (uitgave januari 2026) is gebaseerd, en geeft op alle 2.465 rijen van die tabel hetzelfde bedrag: je loon wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 4,50, de loonheffing per maand op centen. Boven € 11.092,50 per maand komt er 49,50% van het meerdere bij, zoals onder de tabel staat.
  • Je krijgt elke maand hetzelfde loon van één werkgever, het hele jaar, en je woont in Nederland.
  • De rekentool rekent met 8% vakantiegeld over 12 keer je brutoloon. Wettelijk is 8% het minimum (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15), maar alleen over je loon tot drie keer het minimumloon: voor het vakantiegeld van juni 2026 gemiddeld € 6.784,65 per maand over de opbouwperiode juni 2025 tot en met mei 2026 (art. 15 lid 2 en art. 17; eigen berekening van Martia met de minimumlonen van art. 8 lid 1 onder b). Verdien je gemiddeld meer, dan kun je schriftelijk minder of geen vakantiegeld afspreken (art. 16; Rijksoverheid). Krijg je geen vakantiegeld, kies dan bij ‘Vakantiegeld’ ‘Geen, of al in je maandloon’ (bij een jaarbedrag: ‘Geen vakantiegeld’); krijg je een lager bedrag, dan valt je netto per jaar lager uit dan hier. Zit het vakantiegeld in je jaarbedrag, dan is 8/108 daarvan vakantiegeld en de rest gedeeld door 12 je maandloon.
  • Het bijzonder tarief voor vakantiegeld en een eindejaarsuitkering lezen we af bij een jaarloon van 12 keer je loon plus die uitkeringen, alsof je vorig jaar hetzelfde verdiende. Je werkgever gebruikt je echte loon van vorig jaar.
  • Je pensioenpremie gaat alleen van je maandloon af, niet van je vakantiegeld of eindejaarsuitkering.
  • De AOW-kolom van de tabel geldt vanaf de eerste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt.

Wat de rekentool niet meeneemt

  • De premie voor je zorgverzekering: die zit niet in de loonheffing. Je betaalt hem zelf aan je zorgverzekeraar; ben je via je werkgever collectief verzekerd, dan kan je werkgever hem ook apart inhouden op je nettoloon.
  • De groene tabel voor pensioen en uitkeringen (waarop de bijdrage Zvw van 4,85% wordt ingehouden), de 30%-regeling, de bijtelling voor een auto van de zaak, onbelaste vergoedingen en loon in natura.
  • Een tweede werkgever of uitkering, inhoudingen uit je cao en toeslagen.
  • De jonggehandicaptenkorting (€ 923 in 2026), die niet in de tabellen zit, en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, die een werkgever nooit toepast (Handboek Loonheffingen 2026).
  • Loon per vier weken of per week: de rekentool gebruikt de maandtabel.
  • Je aangifte inkomstenbelasting: daarin wordt het hele jaar verrekend, dus wat je uiteindelijk betaalt, kan iets afwijken van de loonheffing per maand.

Je netto staat op papier. Wat kwam er echt binnen?

Martia, de AI waarmee je over je geld praat, antwoordt op basis van de transacties op je bankrekening: wat je werkgever overmaakte, en waar het daarna heen ging.

  • „Hoeveel netto salaris kwam er de laatste maanden op mijn rekening binnen, maand voor maand?”
  • „Was mijn salaris deze maand hoger of lager dan vorige maand, en hoeveel scheelde het?”
  • „Waar gaat mijn netto salaris elke maand heen?”
Vraag Martia over je salaris→

Martia is er als app voor iPhone en Android en werkt ook in je browser, met hetzelfde account, en maakt via Enable Banking verbinding met meer dan 2.500 banken. Martia is een betaalde dienst. Een gratis versie is er niet, en je ziet de prijs voordat je betaalt.

Wat is het verschil tussen bruto en netto?

Bruto is je loon voordat er iets afgaat. Netto is wat je werkgever op je rekening zet. Het verschil is vooral de loonheffing: volgens de Rijksoverheid de verzamelnaam voor loonbelasting en de premie voor de volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). Betaal je pensioenpremie, dan gaat die er ook af, en wel voordat de loonheffing wordt berekend.

Bij € 3.500 bruto per maand is het verschil € 592,08: dat is 16,92% van je brutoloon, veel minder dan de 35,75% van de eerste schijf, omdat de heffingskortingen er al af zijn. De premies voor de werknemersverzekeringen (WW, WAO en WIA) betaalt je werkgever zelf (Rijksoverheid). Alleen een deel van de WGA-premie, die bij de WIA hoort, mag je werkgever op je nettoloon verhalen (Handboek Loonheffingen 2026).

Zo reken je van bruto naar netto (2026)

Je werkgever rekent de loonheffing niet zelf uit met de belastingschijven, maar gebruikt de witte maandtabel van de Belastingdienst, of salarissoftware die precies dezelfde bedragen geeft. Die tabel volgt uit de rekenvoorschriften, in vijf stappen. Met € 3.500 bruto per maand:

  • Tabelloon: je maandloon naar beneden afgerond op een veelvoud van € 4,50. € 3.500,00 valt in de rij € 3.496,50, € 41.958 per jaar.
  • Schijven: 35,75% over de eerste € 38.883 telt in de rekenvoorschriften als vast bedrag van € 13.900; daarbij komt 37,56% over de € 3.075 daarboven (€ 1.154,97). Samen € 15.054 per jaar, naar beneden afgerond op hele euro's.
  • Algemene heffingskorting: € 3.115 min 6,398% van wat je boven € 29.736 verdient, naar boven afgerond: € 2.334.
  • Arbeidskorting: € 5.615, naar boven afgerond. In de tabel en de loonadministratie van je werkgever heet die per maand de verrekende arbeidskorting: € 467,92.
  • Loonheffing: € 7.105 per jaar, gedeeld door 12 is € 592,08 per maand. Netto: € 3.500,00 − € 592,08 = € 2.907,92.
€ 15.054 − € 2.334 − € 5.615 = € 7.105 per jaar
€ 7.105 ÷ 12 = € 592,08 per maand
€ 3.500,00 − € 592,08 = € 2.907,92 netto

Zo staat het ook in de tabel: in de rij € 3.496,50 lees je € 1.254,50 zonder loonheffingskorting, € 592,08 met loonheffingskorting en € 467,92 verrekende arbeidskorting.

Heb je een jaarsalaris met het vakantiegeld erin, zoals € 48.000? Dan is 8/108 daarvan vakantiegeld (€ 3.555,56) en de rest gedeeld door 12 je maandloon: € 3.703,70. Daarop houdt de tabel € 679,08 in, dus hou je € 3.024,62 per maand netto over, met je vakantiegeld nog apart. Of dat een modaal inkomen is, lees je in modaal inkomen: bruto en netto.

Bruto-netto tabel 2026: van € 2.000 tot € 6.000 per maand

Netto per maand bij een vast maandloon, jonger dan de AOW-leeftijd, zonder pensioenpremie en zonder vakantiegeld. De kolom zonder loonheffingskorting geldt bijvoorbeeld voor een tweede baan, als je de korting al bij een andere werkgever laat toepassen.

Bruto-netto tabel 2026 per maand — bron: Belastingdienst, witte maandtabel 2026; berekend door Martia
Bruto per maandLoonheffingNetto met loonheffingskortingNetto zonder loonheffingskorting
€ 2.000,00€ 61,25€ 1.938,75€ 1.285,75
€ 2.250,00€ 101,17€ 2.148,83€ 1.445,67
€ 2.500,00€ 186,00€ 2.314,00€ 1.607,17
€ 2.750,00€ 287,33€ 2.462,67€ 1.767,08
€ 3.000,00€ 386,83€ 2.613,17€ 1.928,58
€ 3.250,00€ 488,17€ 2.761,83€ 2.088,42
€ 3.500,00€ 592,08€ 2.907,92€ 2.245,50
€ 3.750,00€ 698,00€ 3.052,00€ 2.400,83
€ 4.000,00€ 818,67€ 3.181,33€ 2.557,83
€ 4.250,00€ 945,83€ 3.304,17€ 2.713,17
€ 4.500,00€ 1.073,00€ 3.427,00€ 2.868,58
€ 4.750,00€ 1.197,92€ 3.552,08€ 3.025,58
€ 5.000,00€ 1.325,08€ 3.674,92€ 3.180,92
€ 5.250,00€ 1.449,92€ 3.800,08€ 3.338,00
€ 5.500,00€ 1.577,17€ 3.922,83€ 3.493,33
€ 5.750,00€ 1.702,17€ 4.047,83€ 3.650,33
€ 6.000,00€ 1.829,17€ 4.170,83€ 3.805,75

Hoe zo'n nettobedrag zich verhoudt tot het modale inkomen, lees je in wat is een goed netto salaris.

Netto naar bruto berekenen

Van netto naar bruto gaat niet met één deling, want de loonheffing springt per rij van € 4,50 omhoog en hangt af van de kortingen. Daarom zoekt de rekentool (kies ‘Netto naar bruto’ bovenaan) in de witte maandtabel 2026 het laagste brutoloon waarvan na de loonheffing jouw nettobedrag overblijft. Voor € 3.000 netto per maand is dat € 3.658,25 bruto.

Netto naar bruto 2026 per maand, jonger dan de AOW-leeftijd, zonder pensioenpremie — bron: Belastingdienst, witte maandtabel 2026; berekend door Martia
Netto per maandBruto met loonheffingskortingBruto zonder loonheffingskorting
€ 2.000,00€ 2.064,25€ 3.111,58
€ 2.250,00€ 2.401,33€ 3.507,92
€ 2.500,00€ 2.810,83€ 3.908,33
€ 2.750,00€ 3.229,00€ 4.308,75
€ 3.000,00€ 3.658,25€ 4.709,17
€ 3.250,00€ 4.139,08€ 5.109,67
€ 3.500,00€ 4.643,42€ 5.510,08
€ 3.750,00€ 5.147,83€ 5.910,50
€ 4.000,00€ 5.654,42€ 6.310,92

Loonheffingskorting: ja of nee?

De loonheffingskorting is de verzamelnaam voor de heffingskortingen die je werkgever al elke maand verrekent: de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, vanaf de AOW-leeftijd ook de ouderenkorting en (als je AOW krijgt voor een alleenstaande) de alleenstaande-ouderenkorting, en de jonggehandicaptenkorting (Handboek Loonheffingen 2026). Volgens hetzelfde handboek past je werkgever hem alleen toe als je dat schriftelijk hebt gevraagd, en je mag hem maar op één inkomen laten toepassen (Belastingdienst).

Het verschil is groot. Bij € 3.500 bruto per maand houdt je werkgever met loonheffingskorting € 592,08 in en zonder € 1.254,50: € 662,42 per maand.

Met twee banen

Laat de korting bij één baan toepassen en kies bij de andere nee. Op de baan zonder korting wordt meer loonheffing ingehouden; met de rekentool zie je hoeveel. Over het hele jaar is je aangifte inkomstenbelasting leidend: heb je in een jaar te veel of te weinig betaald, dan wordt dat daar verrekend. Hoe je te veel betaalde loonheffing terugkrijgt, lees je in wanneer krijg je belasting terug.

Belastingschijven en heffingskortingen 2026

Belastingschijven 2026, loonbelasting en premie volksverzekeringen per jaar — bron: Belastingdienst, rekenvoorschriften 2026, tabel 2
JaarloonJonger dan de AOW-leeftijdAOW-leeftijd, geboren in 1946 of later
tot en met € 38.88335,75%17,85%
€ 38.884 tot en met € 78.42637,56%37,56%
vanaf € 78.42749,50%49,50%

De 35,75% van de eerste schijf is 8,10% loonbelasting plus 17,90% AOW-premie, 0,10% Anw-premie en 9,65% Wlz-premie (Belastingdienst, tarieven loonheffingen 2026). Vanaf de AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer: 17,85%. Ben je in 1945 of eerder geboren, dan loopt de eerste schijf tot € 41.123.

Heffingskortingen 2026 in de loonheffing, per jaar — bron: Belastingdienst, rekenvoorschriften 2026, tabel 3 tot en met 6; Wet inkomstenbelasting 2001, art. 8.10, 8.11, 8.17 en 8.18
KortingJonger dan de AOW-leeftijdAOW-leeftijd
Algemene heffingskorting€ 3.115, min 6,398% van wat je boven € 29.736 verdient; € 0 boven € 78.426€ 1.556, min 3,195% van wat je boven € 29.736 verdient; € 0 boven € 78.426
Arbeidskorting8,324% van je jaarloon, hoogstens € 996; plus 31,009% van wat je boven € 11.965 verdient, samen hoogstens € 5.300; plus 1,95% van wat je boven € 25.845 verdient, samen hoogstens € 5.685; min 6,51% van wat je boven € 45.592 verdient; € 0 boven € 132.9204,156% van je jaarloon, hoogstens € 498; plus 15,483% van wat je boven € 11.965 verdient, samen hoogstens € 2.647; plus 0,974% van wat je boven € 25.845 verdient, samen hoogstens € 2.840; min 3,25% van wat je boven € 45.592 verdient; € 0 boven € 132.920
Ouderenkorting–€ 2.067, min 15% van wat je boven € 46.002 verdient; € 0 boven € 59.782
Alleenstaande-ouderenkorting–€ 540

In de loonheffing rekent je werkgever met je jaarloon volgens de tabel en rondt hij de kortingen naar boven af op hele euro's. In je aangifte gelden dezelfde bedragen uit de wet (Wet inkomstenbelasting 2001, tabel algemene heffingskorting 2026, tabel arbeidskorting 2026), maar dan over je echte inkomen van het hele jaar.

Werken na de AOW-leeftijd

In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar (Rijksoverheid). Vanaf de eerste dag van de maand waarin je die leeftijd bereikt, gebruikt je werkgever de AOW-kolom van de tabel: geen AOW-premie, en lagere kortingen plus de ouderenkorting. Bij € 3.500 bruto per maand houdt je werkgever dan € 171,42 in met loonheffingskorting (geboren in 1946 of later) en € 674,50 zonder. Krijg je AOW en past de SVB de loonheffingskorting daar al toe, dan geldt bij je werkgever de kolom zonder korting.

Waarom krijg je in mei en december een ander bedrag?

Vakantiegeld (meestal in mei of juni, volgens de Rijksoverheid) en een eindejaarsuitkering of 13e maand (meestal eind december, volgens het Ondernemersplein van KVK) zijn bijzondere beloningen. Daarover houdt je werkgever loonheffing in met een vast percentage uit de tabel bijzondere beloningen: het bijzonder tarief, dat afhangt van je jaarloon van vorig jaar. Dat percentage is vaak hoger dan wat je over je gewone maandloon betaalt. Wat een eindejaarsuitkering of 13e maand precies is, lees je in eindejaarsuitkering en 13e maand.

Rekenvoorbeeld vakantiegeld 2026
Bij € 3.500 bruto per maand is je vakantiegeld 8% van € 42.000: € 3.360,00 bruto. Met een jaarloon van € 45.360 geldt 42,01% (37,56% standaardtarief + 4,45% verrekeningspercentage loonheffingskorting, voor de op- en afbouw van je heffingskortingen): € 1.411,53 loonheffing, dus € 1.948,47 netto. In de maand van je vakantiegeld komt er dan € 4.856,39 binnen (bron: Belastingdienst, witte tabel bijzondere beloningen 2026).

Wat er van je vakantiegeld overblijft, met de hele tabel, reken je uit met vakantiegeld berekenen. Voor december: eindejaarsuitkering berekenen. Krijg je je vakantiegeld elke maand uitbetaald, dan hoort het bij je maandloon en geldt de gewone maandtabel (Handboek Loonheffingen 2026). Vul dan je hele maandbedrag in en kies ‘Geen, of al in je maandloon’.

Het vakantiegeld is wettelijk minstens 8% van je loon, gerekend over je loon tot drie keer het minimumloon: voor het vakantiegeld van juni 2026 gemiddeld € 6.784,65 per maand over de opbouwperiode juni 2025 tot en met mei 2026 (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15). Je cao of contract kan meer geven. Verdien je gemiddeld meer dan die grens, dan kun je schriftelijk minder of geen vakantiegeld afspreken (Rijksoverheid, Hoe hoog is mijn vakantiegeld?). Hoe die gemiddelde grens is opgebouwd, staat bij vakantiegeld berekenen.

Wat gaat er niet van je brutoloon af?

Je werkgever betaalt over je loon ook bedragen die niet van je brutoloon afgaan. De belangrijkste is de werkgeversheffing Zvw: 6,10% over je loon tot € 79.409 per jaar in 2026. Die betaalt je werkgever, en volgens de Belastingdienst is die heffing geen loon van jou (Handboek Loonheffingen 2026). Hetzelfde geldt voor de premies WW, WAO en WIA (Rijksoverheid), met één uitzondering: een deel van de WGA-premie, die bij de WIA hoort, mag je werkgever op je nettoloon verhalen (Handboek Loonheffingen 2026).

Waarom je loonstrook kan afwijken

De bedragen in de witte maandtabel zijn bindend voor je werkgever (Belastingdienst, rekenvoorschriften 2026), en deze rekentool geeft op elke rij van de tabel hetzelfde bedrag. Je loonstrook kan toch anders uitkomen:

  • Er gaat pensioenpremie of een andere inhouding af. Vul je pensioenpremie in bij ‘Verfijn de berekening’.
  • Je krijgt toeslagen, overuren, een onbelaste reiskostenvergoeding of een bijtelling voor een auto van de zaak. Die veranderen je loon voor de loonheffing of komen er los bij.
  • Je wordt per vier weken betaald: dan gebruikt je werkgever de vierwekentabel.
  • Het is de maand van je vakantiegeld of eindejaarsuitkering: die worden met het bijzonder tarief belast.
  • Je werkt maar een deel van de maand, of je bereikt deze maand de AOW-leeftijd.

Wat je over het hele jaar betaalt, staat pas vast met je aangifte inkomstenbelasting. Wat er elke maand echt binnenkomt, zie je op je rekening. Hoe je dat netto verdeelt, lees je in de 50/30/20-regel en vaste lasten.

Veelgestelde vragen

Hoeveel procent van je bruto hou je netto over?

Dat hangt af van je loon. In 2026 hou je met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd van € 2.500 bruto per maand € 2.314,00 over (92,56%), van € 3.500 bruto per maand € 2.907,92 over (83,08%) en van € 5.000 bruto per maand € 3.674,92 over (73,50%). Hoe hoger je loon, hoe hoger het tarief en hoe kleiner de heffingskortingen.

Hoe reken je van netto naar bruto?

Je zoekt het laagste brutoloon waarvan na de loonheffing jouw nettobedrag overblijft. Omdat de loonheffing per rij van € 4,50 omhoog springt, kan dat niet met één deling. De rekentool op deze pagina zoekt het in de witte maandtabel 2026: voor € 3.000 netto per maand heb je € 3.658,25 bruto nodig, met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd.

Hoeveel is € 2.000 netto in bruto?

€ 2.064,25 bruto per maand in 2026, met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd: daarop houdt je werkgever € 64,25 loonheffing in. Zonder loonheffingskorting heb je € 3.111,58 bruto nodig.

Hoeveel is € 3.000 bruto in netto?

€ 2.613,17 netto per maand in 2026. In de rij € 2.997,00 van de witte maandtabel staat € 386,83 loonheffing, met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd. Zonder loonheffingskorting hou je € 1.928,58 over.

Moet je loonheffingskorting aanzetten bij twee banen?

Bij één van de twee. Je mag de loonheffingskorting maar op één inkomen laten toepassen, zegt de Belastingdienst. Bij de andere baan kies je nee; daar wordt meer loonheffing ingehouden. Bij € 3.500 bruto per maand scheelt de korting € 662,42 per maand. Over het hele jaar is je aangifte inkomstenbelasting leidend.

Gaat de zorgverzekering van je brutoloon af?

Niet via de loonheffing. De witte maandtabel bevat alleen loonbelasting en de premies AOW, Anw en Wlz. De werkgeversheffing Zvw van 6,10% betaalt je werkgever, en die is geen loon van jou. De premie voor je zorgverzekering zit niet in de loonheffing: die betaal je zelf aan je zorgverzekeraar. Ben je collectief via je werkgever verzekerd, dan kan je werkgever hem ook apart inhouden op je nettoloon.

Wordt mijn netto in 2027 hoger?

Dat kun je pas uitrekenen met de loonbelastingtabellen 2027 van de Belastingdienst. Tot die er zijn, zijn de plannen in het Belastingplan 2027 een voorstel. Deze rekentool rekent met de tabel van 2026 en gaat in januari 2027 over op de tabel van 2027.

Hoe bereken je netto bij parttime?

Vul je echte brutoloon per maand in: het loon voor de uren die je werkt, niet het salaris voor een volle baan. De loonheffing hangt af van wat je verdient, niet van je uren. Bij € 1.500 bruto per maand is de loonheffing € 37,58 (witte maandtabel 2026), dus hou je € 1.462,42 over.

Hoeveel procent is de loonheffing?

De tarieven zijn 35,75% tot € 38.883 per jaar, 37,56% tot € 78.426 en 49,50% daarboven (2026, jonger dan de AOW-leeftijd). Door de heffingskortingen betaal je gemiddeld veel minder: bij € 3.500 bruto per maand is de loonheffing € 592,08, 16,92% van je brutoloon.

Andere rekentools

Verder lezen

Bronnen

Voor een officiële berekening: Belastingdienst, witte maandtabel 2026 (pdf).

De uitkomst is een indicatie op basis van wat je invult en de regels van het jaar dat bovenaan deze pagina staat. Officiële berekeningen, zoals je loonstrook of je aanslag van de Belastingdienst, zijn leidend. Dit is geen belastingadvies en geen juridisch of financieel advies.