Zakgeld per leeftijd, volgens Nibud-onderzoek: een kind van 6 jaar krijgt ongeveer € 1,20 tot € 2,30 per week en een kind van 12 jaar op de basisschool € 2,60 tot € 4,70 (Nibud Kinderonderzoek 2023). Op de middelbare school gaat het per maand: een doorsnee 14-jarige krijgt € 25 tot € 32, een 16-jarige € 25 tot € 43 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Kleedgeld krijgt 30% van de scholieren, en wie het krijgt, ontvangt in doorsnee € 50 per maand (Nibud, 2025). Het zijn metingen van wat ouders geven, geen norm: volgens het Nibud laten de tabellen zien “wat andere kinderen ongeveer krijgen” (zakgeldpagina, bijgewerkt 16 september 2026). Hieronder staan de bedragen per leeftijd in één tabel, met wat je kind er zelf van betaalt en wat er vanaf 18 verandert.
Kort antwoord: zakgeld en kleedgeld per leeftijd
- 4 en 5 jaar: geen Nibud-bedrag. Kinderen herkennen de munten pas vanaf ongeveer 6 jaar (Nibud, 2026).
- 6 tot 12 jaar (basisschool): € 1,20 tot € 4,70 per week, grofweg oplopend met de leeftijd (Nibud Kinderonderzoek 2023).
- 12 tot 17 jaar (middelbare school): € 20 tot € 43 per maand in de middelste groep, met een mediaan van € 22 op 12 jaar tot € 30 op 16 en 17 jaar (Nibud Scholierenonderzoek 2025).
- 18 jaar: € 40 tot € 50 per maand, mediaan € 43, gemeten bij minder dan 50 scholieren.
- Kleedgeld: vanaf 12 of 13 jaar; in doorsnee € 50 per maand voor wie het krijgt (Nibud, 2025). Een bedrag per leeftijdsjaar publiceert het Nibud niet.
- Kostgeld vanaf 18: geen standaardbedrag; het Nibud geeft een rekenmethode (2026).
Het belangrijkste
- Metingen, geen norm: de Nibud-bedragen laten zien wat andere kinderen krijgen. De maandranges zijn de middelste 20%, het 40e tot 60e percentiel, niet “de meeste kinderen” (Nibud, Betaalgedrag scholieren, januari 2025).
- Gemiddelde € 40, mediaan € 25: zoveel zakgeld per maand krijgen scholieren van 12 tot 18 jaar. Een kleine groep met veel zakgeld trekt het gemiddelde omhoog (Nibud, 2025).
- Kleedgeld wordt zeldzamer: 30% van de scholieren krijgt het, tegen 50% in 2020 (Nibud, 2025).
- Kleding kost meer dan het doorsnee kleedgeld: vanaf 12 jaar gemiddeld € 71 per maand voor jongens en € 77 voor meisjes, inclusief schoenen, ondergoed en winterjas (Nibud, zakgeldpagina 2026).
- Vanaf 15 jaar verandert het meest: 70% van de 15- en 16-jarigen heeft een bijbaan, en vanaf 15 jaar geldt het minimumjeugdloon, € 4,50 bruto per uur sinds 1 juli 2026 (Rijksoverheid).
Zakgeld en kleedgeld per leeftijd in één tabel
Zakgeld per leeftijd loopt volgens Nibud-onderzoek op van € 1,20 tot € 2,30 per week voor een 6-jarige tot € 40 tot € 50 per maand voor een 18-jarige. Het Nibud meet de basisschooljaren per week, omdat de meeste kinderen dan wekelijks zakgeld krijgen, en de middelbareschooljaren per maand. Kleedgeld per leeftijdsjaar meet het Nibud niet; wel welk deel van de scholieren het krijgt.
Zakgeld per leeftijd. Basisschool: per week (Nibud Kinderonderzoek 2023). Middelbare school: per maand, middelste 20% van de scholieren, het 40e tot 60e percentiel (Nibud Scholierenonderzoek 2025, veldwerk november en december 2024). Kleedgeld: aandeel van de scholieren dat het krijgt, per leeftijdsgroep (Nibud, 2025). 5 jaar: zakgeldtabel van ASN Bank (2026), geen Nibud-meting. * 18 jaar: minder dan 50 respondenten.
| Leeftijd | Zakgeld | Per | Krijgt kleedgeld |
|---|---|---|---|
| 4 en 5 jaar | Geen Nibud-bedrag (ASN Bank: € 0,50 op 5 jaar) | week | – |
| 6 jaar | € 1,20 tot € 2,30 | week | – |
| 7 jaar | € 1,40 tot € 2,30 | week | – |
| 8 jaar | € 1,90 tot € 2,80 | week | – |
| 9 jaar | € 2,30 tot € 2,90 | week | – |
| 10 jaar | € 2,30 tot € 2,80 | week | – |
| 11 jaar | € 2,30 tot € 3,50 | week | – |
| 12 jaar, basisschool | € 2,60 tot € 4,70 | week | – |
| 12 jaar, brugklas | € 20 tot € 22 | maand | 17% |
| 13 jaar | € 20 tot € 25 | maand | 26% (13 en 14 jaar) |
| 14 jaar | € 25 tot € 32 | maand | 26% (13 en 14 jaar) |
| 15 jaar | € 25 tot € 35 | maand | 37% (15 en 16 jaar) |
| 16 jaar | € 25 tot € 43 | maand | 37% (15 en 16 jaar) |
| 17 jaar | € 25 tot € 40 | maand | 38% (17 en 18 jaar) |
| 18 jaar* | € 40 tot € 50 | maand | 38% (17 en 18 jaar) |
Bronnen: Nibud, zakgeld en kleedgeld (bijgewerkt 16 september 2026), Nibud, Betaalgedrag scholieren (januari 2025). Op de scholierensite van het Nibud staat er uitdrukkelijk bij: “Deze bedragen zijn metingen, geen normen of voorschriften” (Nibud scholieren, 2025).
Gemiddelde, mediaan en range van 12 tot 18 jaar
Een range van € 25 tot € 32 betekent niet dat de meeste 14-jarigen zoveel krijgen. De ondergrens is het 40e percentiel en de bovengrens het 60e: het is de middelste 20% van de scholieren (Nibud, 2025). Daarom staan de mediaan en het gemiddelde hieronder ernaast.
Zakgeld per maand naar leeftijd, scholieren van 12 tot 18 jaar (Nibud, Betaalgedrag scholieren, januari 2025, bijlage 3, n=1.291; aandeel met zakgeld uit tabel 1 en 2). * 18 jaar: minder dan 50 respondenten.
| Leeftijd | Middelste 20% | Mediaan | Gemiddeld | Krijgt zakgeld |
|---|---|---|---|---|
| 12 jaar | € 20 tot € 22 | € 22 | € 31 | 92% |
| 13 jaar | € 20 tot € 25 | € 22 | € 30 | 89% (13 en 14) |
| 14 jaar | € 25 tot € 32 | € 26 | € 42 | 89% (13 en 14) |
| 15 jaar | € 25 tot € 35 | € 26 | € 40 | 83% (15 en 16) |
| 16 jaar | € 25 tot € 43 | € 30 | € 53 | 83% (15 en 16) |
| 17 jaar | € 25 tot € 40 | € 30 | € 53 | 70% (17 en 18) |
| 18 jaar* | € 40 tot € 50 | € 43 | € 66 | 70% (17 en 18) |
| Alle scholieren | € 22 tot € 30 | € 25 | € 40 | 85% |
Het gemiddelde ligt bij elke leeftijd boven de mediaan, op 16, 17 en 18 jaar zelfs € 23: een kleine groep krijgt veel meer zakgeld en trekt het gemiddelde omhoog. Wil je weten wat gewoon is, kijk dan naar de mediaan: de helft van de scholieren krijgt meer, de helft minder. In 2020 was het gemiddelde nog € 31 en de mediaan € 22 (Nibud, 2025).
Wat betekent de grens voor zak- en kleedgeld in 2026?
Wie zoekt op de grens voor zak- en kleedgeld, vindt bedragen uit de jeugdzorg, geen richtlijn voor ouders. De Regeling Jeugdwet (artikel 5a.1) geldt alleen voor een kind dat minstens een maand voltijds in een accommodatie van de jeugdhulp verblijft, en van wie de ouders niet aan hun onderhoudsplicht voldoen. Per 9 oktober 2026 staat in Bijlage 1a € 12 zakgeld per maand voor 6 tot 12 jaar, en voor 12 jaar en ouder € 30 zakgeld plus € 54 kleedgeld: € 84 per maand. De regeling geldt sinds 1 januari 2024 (internetconsultatie, 2023) en de bedragen worden periodiek aangepast. Pleegzorg valt er niet onder (Regio Gooi en Vechtstreek, 2024).
Zakgeld en kleedgeld in vier getallen
Vanaf welke leeftijd geef je zakgeld, en per week of per maand?
Het Nibud noemt 6 jaar een goede leeftijd om met zakgeld te beginnen: vanaf ongeveer 6 jaar herkennen kinderen de verschillende munten (Nibud, 2026). ASN Bank (voorheen SNS en RegioBank) noemt dezelfde leeftijd en raadt aan het zakgeldbedrag elk jaar aan te passen (ASN Bank, 2026).
Zakgeld voor 4- en 5-jarigen
Voor kinderen van 4 en 5 jaar heeft het Nibud geen bedragen: de tabel begint bij 6 jaar. SNS (nu ASN Bank) schreef in 2024 dat zakgeld geven vóór het zesde jaar “bij veel kinderen nog niet zoveel zin” heeft (SNS, 2024). Een actueel Nibud-bedrag voor die leeftijd is er dus niet. ASN Bank zet in zijn zakgeldtabel wel € 0,50 per week bij 5 jaar (ASN Bank, 2026), een bedrag dat op de huidige Nibud-pagina niet staat; de laagste Nibud-meting is € 1,20 tot € 2,30 per week, voor een 6-jarige (Nibud Kinderonderzoek 2023).
Per week of per maand?
Op de basisschool krijgt het merendeel van de kinderen wekelijks zakgeld; middelbare scholieren krijgen meestal een bedrag per maand (Nibud, 2026). In het Scholierenonderzoek krijgt 42% van de scholieren met zakgeld het wekelijks, 49% maandelijks en 9% als ze het nodig hebben (Nibud, 2025). De brugklas is een natuurlijk moment om over te stappen op een maandbedrag: je kind krijgt dan in één keer meer, en moet het langer laten duren.
Wat het Nibud verder meegeeft: geef steeds hetzelfde bedrag op een vast tijdstip, en spreek af wat je kind er zelf van betaalt. En: “zakgeld is geen loon en ook geen middel om te straffen. Het is vooral bedoeld om van te leren” (Nibud, 2026).
Hoeveel zakgeld geef je een kind van 10, 11 of 12 jaar?
Een kind van 10 jaar krijgt volgens Nibud-onderzoek € 2,30 tot € 2,80 zakgeld per week, een kind van 11 jaar € 2,30 tot € 3,50 en een kind van 12 jaar op de basisschool € 2,60 tot € 4,70 (Nibud Kinderonderzoek 2023). Per maand is dat voor een 12-jarige zo'n € 11 tot € 20 (eigen berekening: weekbedrag × 52 ÷ 12).
In de brugklas krijgt een doorsnee 12-jarige € 20 tot € 22 per maand, met een mediaan van € 22 en een gemiddelde van € 31 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Aan de bovenkant sluiten de basisschool- en brugklasbedragen dus op elkaar aan. De stap naar de middelbare school is vooral een stap van een weekbedrag naar een maandbedrag, niet per se naar veel meer geld. Van de 12-jarige scholieren krijgt 92% zakgeld en 17% kleedgeld.
Rond deze leeftijd krijgen veel kinderen een eigen rekening of pas. Bij ING kan een kind met een Kinderrekening vanaf 6 jaar een eigen pas krijgen en vanaf 8 jaar overboeken, en Buut is er voor kinderen van 10 tot 16 jaar (Consumentenbond, augustus 2026). Buut is de jongerenbank van ABN AMRO; de bank bouwde hem in twaalf maanden met het team van Tikkie (ABN AMRO, persbericht 3 juni 2025). Op 12 jaar heeft 63% van de scholieren een bankapp op de telefoon, tegen 95% op 17 en 18 jaar (Nibud, 2025).
Zakgeld in de brugklas: hoeveel krijgt een kind van 12, 13 of 14 jaar?
Volgens Nibud-onderzoek krijgt een doorsnee 13-jarige € 20 tot € 25 zakgeld per maand en een doorsnee 14-jarige € 25 tot € 32 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). De mediaan is € 22 op 13 jaar en € 26 op 14 jaar; het gemiddelde € 30 en € 42. Van de 13- en 14-jarigen krijgt 89% zakgeld en 26% kleedgeld (Nibud, 2025).
Wat is normaal zakgeld voor een 14-jarige?
Normaal, in de zin van wat een doorsnee 14-jarige krijgt, is € 25 tot € 32 per maand, met een mediaan van € 26. Het gemiddelde van € 42 ligt hoger omdat een kleine groep veel meer krijgt. Een 14-jarige met € 40 zit dus boven de middelste groep, maar net onder het gemiddelde. Wat er van dat geld betaald moet worden, zegt meer dan het bedrag zelf: € 25 met kleedgeld erbij is iets anders dan € 25 alleen voor snoep en uitjes.
Hoeveel zakgeld voor een 13-jarige volgens het Nibud?
Het Nibud adviseert geen bedrag voor een 13-jarige, maar meet wat 13-jarigen krijgen: € 20 tot € 25 per maand in de middelste groep, met een mediaan van € 22 en een gemiddelde van € 30. Dat komt uit een online onderzoek onder 1.546 scholieren van 12 tot 18 jaar, van 15 november tot 15 december 2024, samen met ABN AMRO (Nibud, Betaalgedrag scholieren).
Bijbaantjes en minimumloon op 13 en 14 jaar
Van de 13- en 14-jarigen heeft 38% een bijbaan, tegen 13% van de 12-jarigen (Nibud, 2025). Voor 13- en 14-jarigen geldt geen officieel minimumloon (Nibud scholieren, 2026); het wettelijk minimumuurloon geldt pas vanaf 15 jaar (Rijksoverheid, 2026). Ook betaalverzoekjes komen in deze jaren op: van de 12-jarigen gebruikt al 47% ze (Nibud, 2025).
Hoeveel zakgeld voor een 15- of 16-jarige?
Een doorsnee 15-jarige krijgt volgens Nibud-onderzoek € 25 tot € 35 zakgeld per maand, een 16-jarige € 25 tot € 43 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). De mediaan is € 26 op 15 jaar en € 30 op 16 jaar; het gemiddelde € 40 en € 53. Tegelijk krijgt een kleiner deel nog zakgeld: 83% van de 15- en 16-jarigen, tegen 92% van de 12-jarigen (Nibud, 2025).
Bijbaan en minimumjeugdloon vanaf 15
Op deze leeftijd verdient de meerderheid zelf bij: 70% van de 15- en 16-jarigen heeft een bijbaan (Nibud, 2025). Sinds 1 juli 2026 is het wettelijk minimumuurloon € 4,50 bruto op 15 jaar, € 5,17 op 16 jaar en € 5,92 op 17 jaar (Rijksoverheid, bedragen minimumloon 2026). Een 16-jarige die tien uur per week werkt, verdient dus minstens € 224 bruto per maand (eigen berekening: € 5,17 × 10 × 52 ÷ 12), al snel meer dan het zakgeld.
Mobiel betalen en achteraf betalen
Apple Pay en Google Pay kun je in Nederland pas vanaf 16 jaar gebruiken; die leeftijdsgrens hebben Apple Pay en Google Pay zelf bepaald (ABN AMRO, 2026; Consumentenbond, 2026). Buut is volgens de Consumentenbond de enige bank met een eigen manier van mobiel betalen voor kinderen, Buut Pay; ouders bepalen of hun kind die mag gebruiken (augustus 2026). Achteraf betalen mag onder de 18 niet, maar 17% van de 15- en 16-jarigen doet het toch weleens, en 20% van de 17- en 18-jarigen. Van wie het gebruikt, betaalt 66% er kleding en schoenen mee (Nibud, 2025).
Zakgeld voor 17 jaar
Op 17 jaar is de middelste groep € 25 tot € 40 per maand, met een mediaan van € 30 en een gemiddelde van € 53 (Nibud, 2025). Van de 17- en 18-jarigen krijgt nog 70% zakgeld en heeft 73% een bijbaan. Het minimumuurloon is op 17 jaar € 5,92 bruto (Rijksoverheid, vanaf 1 juli 2026).
Wat is kleedgeld, en vanaf wanneer geef je het?
Kleedgeld is een vast bedrag waarmee je kind zelf zijn kleding koopt, naast het zakgeld. Het Nibud noemt 12 of 13 jaar een mooie leeftijd om ermee te beginnen, omdat kinderen zich dan vaak al verantwoordelijk voelen voor hun kledingbudget (Nibud, 2026).
In de praktijk dekt kleedgeld meestal niet alle kleding: sport- en badkleding vallen er bijvoorbeeld vaak buiten (Nibud, 2026). Spreek daarom af wat er wel onder valt: alleen kleding, of ook schoenen, ondergoed en een winterjas. Uitbetalen kan per maand of per kwartaal; het Nibud noemt de dag waarop de kinderbijslag binnenkomt als goed moment, en een bankrekening als goede manier.
Steeds minder kinderen krijgen kleedgeld
In 2024 kreeg 30% van de scholieren kleedgeld, tegen 50% in 2020. Het hangt sterk af van de leeftijd: 17% van de 12-jarigen, 26% van de 13- en 14-jarigen, 37% van de 15- en 16-jarigen en 38% van de 17- en 18-jarigen. Meisjes krijgen het vaker dan jongens: 38% tegen 22% (Nibud, 2025).
Scholieren met kleedgeld komen vaker weleens geld tekort: 60%, tegen 53% van alle scholieren. Toch trekt het Nibud daaruit niet de conclusie dat kleedgeld slecht werkt. In hetzelfde rapport adviseert het om scholieren kleedgeld te blijven geven, en dat meer ouders hun kinderen (een deel van de) uitgaven zelf laten betalen (Nibud, Betaalgedrag scholieren, januari 2025).
Mythe versus werkelijkheid
Mythe: het Nibud heeft een tabel met kleedgeld per leeftijd, net als voor zakgeld.
Werkelijkheid: het Nibud publiceert geen kleedgeldbedrag per leeftijdsjaar. Er is één doorsneebedrag voor alle middelbare scholieren met kleedgeld, ongeveer € 50 per maand (Nibud-onderzoek 2025), en volgens het Nibud zijn de verschillen tussen leeftijden klein (Nibud, 2026). Een kleedgeldbedrag per jaar dat je online tegenkomt, komt dus niet uit het huidige Nibud-onderzoek.
Hoeveel kleedgeld per maand geef je van 12 tot 18 jaar?
Een doorsnee middelbare scholier met kleedgeld krijgt ongeveer € 50 per maand; het gemiddelde is € 72 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Van wie kleedgeld krijgt, krijgt 78% het maandelijks, 6% wekelijks en 16% als het nodig is. In 2020 kreeg nog 40% het pas als het nodig was (Nibud, 2025).
Kleedgeld en kledingkosten in cijfers. De € 71 en € 77 zijn gemiddelde kosten volgens de zakgeldpagina van het Nibud (zonder jaartal); de € 75 is een minimum voor een compleet kledingpakket op de scholierensite van het Nibud. Het zijn twee verschillende berekeningen.
| Wat | Bedrag of aandeel | Bron |
|---|---|---|
| Kleedgeld, mediaan (scholieren die het krijgen) | € 50 per maand | Nibud, Scholierenonderzoek 2025 |
| Kleedgeld, gemiddelde | € 72 per maand | Nibud, Scholierenonderzoek 2025 |
| Alle kleding vanaf 12 jaar, jongens | € 71 per maand | Nibud, zakgeldpagina (2026) |
| Alle kleding vanaf 12 jaar, meisjes | € 77 per maand | Nibud, zakgeldpagina (2026) |
| Minimum voor een compleet kledingpakket | € 75 per maand | Nibud scholieren (2025) |
| Aandeel scholieren met kleedgeld | 17% (12 jaar) tot 38% (17 en 18 jaar) | Nibud, Scholierenonderzoek 2025 |
Bronnen: Nibud, zakgeldpagina, Nibud scholieren, hoeveel kleedgeld (2025), Nibud, Betaalgedrag scholieren (2025). De € 71 en € 77 zijn inclusief sokken, ondergoed, winterjas en schoenen.
Hoeveel kleedgeld voor een 14-, 15- of 16-jarige?
Voor 14, 15 of 16 jaar is er geen apart Nibud-bedrag: de mediaan van € 50 geldt voor alle scholieren met kleedgeld. Wel krijgt 26% van de 13- en 14-jarigen kleedgeld en 37% van de 15- en 16-jarigen (Nibud, 2025). Het verschil tussen die € 50 en de € 71 tot € 77 die kleding gemiddeld kost, laat zien waarom het loont om vooraf af te spreken wat je kind van het kleedgeld betaalt en wat jij blijft betalen.
Hoeveel kleedgeld voor een 17-jarige?
Ook voor 17 jaar meet het Nibud geen apart bedrag. Van de 17- en 18-jarigen krijgt 38% kleedgeld, en wie het krijgt, krijgt in doorsnee € 50 per maand (Nibud, 2025). Veel 17-jarigen verdienen daarnaast zelf: 73% van de 17- en 18-jarigen heeft een bijbaan. Kleding is ook zonder kleedgeld vaak een eigen uitgave: maar 38% van alle scholieren zegt geen eigen geld uit te geven aan kleding en schoenen.
Kleedgeld en de kinderbijslag
Voor een kind van 12 tot en met 17 jaar is de kinderbijslag sinds het derde kwartaal van 2026 € 426,29 per kwartaal, zo'n € 142 per maand (SVB, 2026; eigen berekening). De SVB betaalt achteraf: het derde kwartaal kwam op 1 oktober 2026. Geef je kleedgeld per kwartaal op die dag, dan is drie keer de mediaan van € 50, ofwel € 150, ruim een derde van de kinderbijslag voor dat kind (eigen berekening).
Hoeveel ging er dit jaar naar kleding voor de kinderen?
Vraag het Martia in het Nederlands, bijvoorbeeld: “Hoeveel gaf ik dit jaar uit bij H&M, Zara, Primark en Zalando?”, “Hoeveel heb ik de afgelopen zes maanden naar de rekening van mijn zoon overgemaakt?” of “Op welke dag kwam de kinderbijslag van de SVB binnen?” Het antwoord komt uit je eigen transacties. Leg het naast de € 50 doorsnee kleedgeld en de € 71 tot € 77 die kleding vanaf 12 jaar gemiddeld kost. Contant gegeven zakgeld staat niet op je afschrift, en dus ook niet in het antwoord.
Wat betaalt je kind zelf van zijn zakgeld?
Hoeveel zakgeld past, hangt af van wat je kind ervan moet betalen: een paar euro per week is genoeg voor snoep en speelgoed, maar met cadeaus of een abonnement erbij is meer nodig (Nibud, 2026). Wat scholieren van 12 tot 18 jaar nu zelf betalen, laat het Scholierenonderzoek zien. Hoe lager het percentage hieronder, hoe meer scholieren er eigen geld aan uitgeven.
Aandeel scholieren dat over een uitgave zegt: “Ik geef hier geen geld aan uit.” Alle leeftijden samen, n=1.546 (Nibud, Betaalgedrag scholieren, januari 2025, tabel 4).
| Uitgave | Geeft er zelf geen geld aan uit |
|---|---|
| Snacks, snoep en drinken | 13% |
| Cadeaus voor anderen | 24% |
| Leuke dingen doen met vrienden | 34% |
| Kleding en schoenen | 38% |
| Uit eten of eten bestellen | 39% |
| Games en apps | 49% |
| Uitgaan | 55% |
| Sport of sportabonnement | 68% |
| Abonnement, zoals Netflix of Spotify | 70% |
De drie posten waar de meeste scholieren eigen geld aan uitgeven, zijn snacks en snoep, cadeaus voor anderen en leuke dingen doen met vrienden. Aan sport en abonnementen geeft de meerderheid geen eigen geld uit: 68% en 70% (Nibud, 2025). Schoolspullen staan niet in het onderzoek; zet ze bewust op de lijst, bij jou of bij je kind.
Per leeftijd: wat vaststaat
Wie wat betaalt, verschilt per gezin, en een tabel met “wie betaalt wat” per leeftijd bestaat niet. Wat per leeftijd wel vaststaat, is hoeveel kinderen zakgeld, kleedgeld en een bijbaan hebben, en welke regels er gelden.
Zakgeld, kleedgeld, bijbaan en regels per leeftijdsgroep. Percentages: Nibud, Betaalgedrag scholieren (januari 2025). Minimumloon: Rijksoverheid, bedragen vanaf 1 juli 2026. Mobiel betalen: ABN AMRO en Consumentenbond (2026); Buut heeft als enige bank een eigen manier van mobiel betalen voor kinderen (Buut Pay), als de ouder die toestaat (Consumentenbond, augustus 2026). Telefoon: Nibud scholieren (2025).
| 12 jaar | 13 en 14 jaar | 15 en 16 jaar | 17 en 18 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| Krijgt zakgeld | 92% | 89% | 83% | 70% |
| Krijgt kleedgeld | 17% | 26% | 37% | 38% |
| Heeft een bijbaan | 13% | 38% | 70% | 73% |
| Wettelijk minimumuurloon (bruto) | geen | geen | € 4,50 (15) en € 5,17 (16) | € 5,92 (17) en € 7,50 (18) |
| Apple Pay of Google Pay | nee | nee | vanaf 16 | ja |
| Gebruikt weleens achteraf betalen (mag niet onder 18) | 4% | 10% | 17% | 20% |
| Telefoonabonnement | op naam van de ouders | op naam van de ouders | op naam van de ouders | tot 18 op naam van de ouders |
Tot je 18e kun je bij de meeste telefoonmaatschappijen zelf geen abonnement afsluiten; het staat op naam van de ouders (Nibud scholieren, 2025). Betaalt je kind mee, spreek dan af hoe: het abonnement zelf blijft op jouw naam.
De Postenmethode: eerst de posten, dan het bedrag
De Postenmethode draait de vraag om. Je begint niet bij het bedrag, maar bij de vraag wat je kind ervan betaalt. In vier stappen:
- Kies de posten. Schrijf op wat je kind zelf betaalt: snoep en uitjes, cadeaus, kleding, uitgaan, een deel van de telefoonrekening. Wat niet op de lijst staat, betaal jij.
- Kies het bedrag. Neem de Nibud-meting voor de leeftijd als vertrekpunt en tel erbij op wat de posten boven snoep en uitjes kosten, zoals kleding.
- Kies het moment. Steeds hetzelfde bedrag op een vast tijdstip, zoals het Nibud aanraadt: per week op de basisschool, per maand op de middelbare school, kleedgeld per maand of per kwartaal.
- Kijk één keer per jaar opnieuw. Bijvoorbeeld op de verjaardag of bij de overstap naar de brugklas; ASN Bank raadt aan het bedrag jaarlijks aan te passen.
Zo'n gesprek is voor de meeste scholieren niet nieuw: 88% praat weleens met de ouders over hoe ze met hun geld omgaan, en 82% als er iets niet handig ging. Een overzicht van inkomsten en uitgaven maakt 30% weleens, 18% met hulp van de ouders (Nibud, 2025). Wil je zelf beginnen met zo'n overzicht voor het hele gezin, lees dan beginnen met een huishoudboekje.
Contant, Tikkie of een kinderrekening bij ING, Rabobank, ABN AMRO of bunq?
Bijna alle scholieren hebben een eigen betaalrekening en een eigen pinpas (allebei 97%), en twee derde checkt minstens één keer per week het saldo (Nibud, 2025). In 2020 was dat laatste nog 51%. Daarnaast heeft 84% een eigen spaarrekening (Nibud, 2025).
Voor een kinderrekening betaal je bij geen enkele bank vaste kosten per maand, en bij geen enkele kinderrekening kan je kind rood staan. Extra's zoals papieren afschriften, betalen in het buitenland en contant geld storten of opnemen kunnen wel geld kosten (Consumentenbond, augustus 2026).
Kinder- en jongerenrekeningen vergeleken. Bron: Consumentenbond, Betaalrekening voor kinderen, peildatum augustus 2026. Knab en Nationale-Nederlanden hebben geen kinderrekening.
| Rekening | Leeftijd | Ouder moet zelf rekening hebben | Contant storten |
|---|---|---|---|
| ABN AMRO Jongerengroeirekening | 0 tot 18 | ja | 3 keer per kalenderjaar biljetten tot € 2.000 zonder kosten, daarna 0,5% |
| ASN Bank Jongerenpakket | 6 tot 18 | nee | biljetten zonder kosten, munten niet mogelijk |
| bunq kinderrekening | 0 tot 18 | ja, met Core, Pro of Elite (maximaal 4 kinderrekeningen) | niet mogelijk |
| Buut | 10 tot 16 | ja, zonder kosten voor de ouder | niet mogelijk |
| ING Kinderrekening | 0 tot 11 | ja | 3 keer per jaar zonder kosten, daarna € 6 |
| ING Jongerenrekening | 12 tot 18 | ja | 2 keer per jaar zonder kosten, daarna € 6 |
| Rabobank Jongerenrekening | 0 tot 18 | ja | tot € 250 per storting zonder kosten; daarboven 8 keer per jaar, daarna € 10 |
| Revolut Kids & Teens | 6 tot 17 | ja | niet mogelijk |
| Triodos Jongeren Rekening | 6 tot 18 | nee | niet mogelijk |
Wanneer je kind zelf mag overboeken of een pas krijgt, verschilt per bank. Bij ASN Bank kan het overboeken vanaf 12 jaar en is er een pas vanaf 6 jaar; bij de ING Kinderrekening overboeken vanaf 8 en een pas vanaf 6. Bij ABN AMRO kan je kind overboeken als jij dat toestaat, en krijgt het een pas als jij die aanvraagt. Revolut Kids & Teens is een subrekening zonder eigen IBAN, met beperkt overboeken vanaf 13 jaar (Consumentenbond, augustus 2026). Een bunq-kinderrekening kan alleen een ouder openen met een betaald abonnement; Core kost € 3,99 per maand (bunq, 2026).
Bij ABN AMRO is de standaard paslimiet van een kinderrekening € 300: € 150 bij de geldautomaat en € 150 in de winkel. Contactloos betalen kan tot en met € 50 per betaling en € 100 in totaal voordat de pincode nodig is (ABN AMRO, 2026).
Contant of op de rekening?
Het Nibud koppelt de startleeftijd van 6 jaar aan het herkennen van munten (2026): met contant geld ziet een jong kind wat iets kost en wat er overblijft. Met een eigen pas, bij ING vanaf 6 jaar, en later een bankapp ziet je kind het saldo zelf. Voor jou maakt het ook iets uit: zakgeld dat je overmaakt, staat op je afschrift, contant zakgeld niet.
Tikkie en betaalverzoekjes
Van de scholieren gebruikt 75% betaalverzoekjes, oplopend van 47% op 12 jaar tot 95% op 17 en 18 jaar. Scholieren versturen gemiddeld twintig betaalverzoekjes per maand (Nibud, 2025). Tikkie, het betaalverzoek van ABN AMRO, heeft in Nederland meer dan 10 miljoen gebruikers (ABN AMRO, jaarverslag 2025). Voor tieners is een betaalverzoek voor een gedeelde pizza dus gewoon betalen, en een reden om het zakgeld via de rekening te laten lopen.
Hoeveel zakgeld en kleedgeld geef je een 18-jarige?
Een 18-jarige scholier krijgt volgens Nibud-onderzoek € 40 tot € 50 zakgeld per maand, met een mediaan van € 43 en een gemiddelde van € 66; dat cijfer rust wel op minder dan 50 scholieren (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Van de 17- en 18-jarigen krijgt 38% kleedgeld, in doorsnee € 50 per maand voor wie het krijgt.
Op je 18e verandert er meer dan het zakgeld. Je kind moet zelf een zorgverzekering afsluiten en kan recht hebben op zorgtoeslag, die het zelf moet aanvragen (Nibud scholieren, 2025). Het wettelijk minimumuurloon is op 18 jaar € 7,50 bruto (Rijksoverheid, vanaf 1 juli 2026). Bij ABN AMRO wordt de jongerenrekening automatisch een Studentenrekening met hetzelfde rekeningnummer, en stopt de toegang van de ouder (ABN AMRO, 2026). Rabobank heeft voor 18 tot 28 jaar het pakket Rabo Free voor € 0 per maand (Rabobank, 2026).
Studiefinanciering in 2026
Maximale bedragen studiefinanciering per maand in 2026 (DUO, laatst bijgewerkt 10 september 2026). hbo en wo: dezelfde bedragen in heel 2026. mbo: aanvullende beurs vanaf augustus 2026.
| Opleiding | Basisbeurs thuiswonend | Basisbeurs uitwonend | Aanvullende beurs, maximaal |
|---|---|---|---|
| hbo en wo | € 130,21 | € 324,52 | € 491,08 |
| mbo | € 107,26 | € 350,03 | € 442,50 thuiswonend, € 470,82 uitwonend |
Bron: DUO, bedragen 2026. Studiefinanciering, een bijbaan en eventueel nog zakgeld bepalen samen wat een 18-jarige kan bijdragen. Wat jongeren al opzij hebben, staat bij het gemiddeld spaargeld op je 18e. Woont je kind thuis, dan komt de vraag naar kostgeld.
Wat is een normaal bedrag voor kostgeld?
Een normaal bedrag voor kostgeld bestaat niet: “Er is geen standaard kostgeldbedrag. Elke situatie is namelijk verschillend,” schrijft het Nibud (2026). Wel geeft het Nibud een rekenmethode. Kostgeld is een vergoeding voor de gezamenlijke uitgaven van een huishouden, zoals huur, hypotheek en energie; kleding, studie en uitgaan betaalt de kostganger zelf (Nibud, Kostgeld: wat is redelijk?, 2026). Het Nibud schrijft, verwijzend naar onderzoek van Rabobank, dat 40% van de thuiswonende 18- tot en met 30-jarigen kostgeld betaalt (Nibud, kostgeld, 2026).
Welke kosten tel je mee?
Het Nibud begint bij de kosten die je wilt doorberekenen en bij wat je kind kan dragen. Mogelijke posten zijn:
- huur of hypotheek, en servicekosten;
- gas, water en elektriciteit;
- heffingen van gemeente en waterschap;
- telefoon, tv en internet;
- boodschappen;
- waskosten;
- abonnementen.
Welke vaste lasten jullie huishouden heeft, zet je op een rij met de gids over vaste lasten. Wat je gemeente rekent, staat per stad in de gids over woonlasten en gemeentelijke lasten per stad.
Drie manieren om te verdelen
Het Nibud noemt drie manieren: delen door het aantal personen in het huishouden, de kostganger meegeteld; verdelen naar inkomen; of verdelen naar gebruik (Nibud, 2026). Per persoon is het eenvoudigst. Naar inkomen houdt rekening met een kind dat weinig verdient. Naar gebruik past bij posten als de was of de telefoon.
Rekenvoorbeeld: verdelen naar inkomen
Rekenvoorbeeld van het Nibud voor de woonlasten, verdeeld naar inkomen (Nibud, Kostgeld: wat is redelijk?, 2026).
| Post | Bedrag per maand |
|---|---|
| Netto-inkomen ouders | € 2.100 |
| Netto-inkomen kind | € 700 |
| Huishoudinkomen | € 2.800 |
| Aandeel kind in het inkomen | 25% |
| Netto hypotheeklasten | € 500 |
| Bijdrage kind aan de woonlasten (€ 500 × 0,25) | € 125 |
Zo reken je elke gedeelde post door. Voor energie geeft het Nibud een vuistregel: 1/5 van de rekening als de kostgever verder alleen woont, en 1/10 van het oorspronkelijke bedrag als het huishouden zonder de kostganger al uit meer personen bestond. Eten wordt per persoon goedkoper naarmate het huishouden groeit: in een huishouden van drie zijn de kosten per persoon 20% lager dan in een huishouden van twee, en vanaf de vierde persoon 30%. De afvalstoffenheffing en de waterzuiveringsheffing zijn voor een meerpersoonshuishouden vaak drie keer zo hoog als voor één persoon (Nibud, 2026). Wat een huishouden gemiddeld aan eten uitgeeft, staat in de gids over boodschappen per maand.
Nibud-bedragen voor de kleinere posten
Redelijke vergoedingen per maand volgens het Nibud (Kostgeld: wat is redelijk?, 2026).
| Post | Per maand |
|---|---|
| Gemeubileerde kamer (slijtage meubilair en stoffering) | € 24 |
| Was: waspoeder en afschrijving wasmachine, uitgaand van twee volle machines per persoon per week | € 3,01 |
| Persoonlijke verzorging inclusief toiletpapier, alleen als de kostganger die niet zelf koopt | € 11,50 tot € 15,50 |
| Schoonmaakartikelen | € 5,85 |
Tel je in het rekenvoorbeeld de woonlasten en de vaste posten voor de kamer, de was en schoonmaak op, dan kom je op € 157,86 per maand, nog zonder energie, boodschappen, internet, heffingen en persoonlijke verzorging (eigen optelling). Dat is geen richtbedrag, alleen een voorbeeld van hoe de som zich opbouwt.
Kostgeld, toeslagen en de bijstand
Het inkomen van een inwonend kind kan gevolgen hebben voor toeslagen en uitkeringen van de ouders. Het Nibud noemt vier situaties: de huurtoeslag, de status van alleenstaande ouder bij de Belastingdienst, “winst” op kostgeld, en een bijstandsuitkering of AOW. Is de kostganger een familielid, dan gaat de Belastingdienst er meestal niet van uit dat er winst wordt gemaakt op het kostgeld. De regels voor de huurtoeslag zijn op 1 januari 2026 veranderd (Nibud, 2026).
In de bijstand geldt de kostendelersnorm: hoe meer huisgenoten van 27 jaar of ouder, hoe lager de uitkering. Jongeren tot 27 jaar en studenten in een opleiding die recht kan geven op studiefinanciering tellen daarbij niet mee (Rijksoverheid, kostendelersnorm, 2026). Krijg je toeslagen of een uitkering, controleer dan bij de Belastingdienst of je gemeente wat het inkomen van je kind voor jou betekent voordat je een bedrag afspreekt.
Wat kosten de kinderen jullie echt per maand?
Eén kind kost een gezin met twee ouders gemiddeld 15% van het besteedbare inkomen, twee kinderen 25% en drie kinderen 29%, op basis van berekeningen van het CBS (Nibud, 2026). Het Nibud noemt dat zelf “een indicatie”. Voor een alleenstaande ouder ligt het aandeel hoger (Nibud, wat kost een kind?).
Kosten van kinderen in procenten van het besteedbare inkomen, indicatie (Nibud op basis van CBS-berekeningen, pagina bijgewerkt 6 oktober 2026).
| Aantal kinderen | Twee ouders | Alleenstaande ouder |
|---|---|---|
| 1 kind | 15% | 23% |
| 2 kinderen | 25% | 31% |
| 3 kinderen | 29% | 37% |
| 4 kinderen | 35% | 42% |
Zakgeld en kleedgeld zijn maar een klein deel daarvan. De rest zit in boodschappen, kleding die je zelf koopt, sport, school en uitjes, verspreid over je afschrift. Daartegenover staat de kinderbijslag: sinds het derde kwartaal van 2026 € 298,40 per kwartaal voor een kind van 0 tot en met 5 jaar, € 362,35 van 6 tot en met 11 jaar en € 426,29 van 12 tot en met 17 jaar (SVB). Hoeveel jouw kinderen kosten, zie je pas als je die posten naast elkaar legt.
Laat Martia het optellen
Martia leest je eigen rekeningen via open banking, alleen-lezen, en antwoordt in het Nederlands op vragen over je transacties. Vraag bijvoorbeeld hoeveel je dit jaar naar de kinderen hebt overgemaakt, hoeveel er naar kledingwinkels en de sportclub ging, en wat er aan kinderbijslag binnenkwam. Contant gegeven zakgeld staat niet op je afschrift en dus ook niet in het antwoord. Hoe zo'n koppeling werkt, lees je in wat is open banking en is het veilig. Een vaste plek voor alle gezinsuitgaven beschrijft de gids over een huishoudboekje voor een gezin met kinderen.
Vraag Martia wat de kinderen echt kosten
Vraag Martia in het Nederlands: “Hoeveel heb ik dit jaar aan zakgeld en kleedgeld naar de kinderen overgemaakt?”, “Hoeveel ging er de afgelopen twaalf maanden naar de sportclub en naar kleding?” of “Hoeveel kinderbijslag kwam er dit jaar binnen, en hoeveel ging er in dezelfde tijd naar de kinderen?” Het antwoord komt uit je eigen transacties. Leg het naast de bedragen per leeftijd hierboven, en je ziet of jullie afspraken kloppen met wat er echt gebeurt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel zakgeld geef je per leeftijd?
Volgens Nibud-onderzoek krijgen basisschoolkinderen hun zakgeld meestal per week: € 1,20 tot € 2,30 op 6 jaar, € 1,90 tot € 2,80 op 8 jaar, € 2,30 tot € 2,80 op 10 jaar en € 2,60 tot € 4,70 op 12 jaar (Nibud Kinderonderzoek 2023). Op de middelbare school gaat het per maand: € 20 tot € 22 op 12 jaar, € 25 tot € 32 op 14 jaar, € 25 tot € 43 op 16 jaar en € 40 tot € 50 op 18 jaar (Nibud Scholierenonderzoek 2025). De maandbedragen zijn de middelste 20% van wat scholieren krijgen, het 40e tot 60e percentiel. Het Nibud noemt de bedragen metingen, geen normen of voorschriften. Hoeveel past, hangt vooral af van wat je kind er zelf van moet betalen.
Vanaf welke leeftijd geef je zakgeld?
Het Nibud noemt 6 jaar een goede leeftijd om met zakgeld te beginnen, omdat kinderen vanaf ongeveer 6 jaar de verschillende munten herkennen (Nibud, 2026). ASN Bank (voorheen SNS en RegioBank) noemt dezelfde leeftijd en raadt aan het bedrag elk jaar aan te passen. Voor kinderen van 4 en 5 jaar heeft het Nibud geen actuele bedragen; volgens SNS (nu ASN Bank) heeft zakgeld vóór het zesde jaar bij veel kinderen nog niet zoveel zin (2024). ASN Bank zet in zijn zakgeldtabel wel € 0,50 per week bij 5 jaar (2026). Een kind van 6 krijgt volgens het Nibud Kinderonderzoek 2023 ongeveer € 1,20 tot € 2,30 per week. Op de basisschool krijgen de meeste kinderen hun zakgeld wekelijks, op de middelbare school meestal per maand.
Wat is normaal zakgeld voor een 14-jarige?
Een doorsnee 14-jarige krijgt volgens het Nibud Scholierenonderzoek 2025 € 25 tot € 32 zakgeld per maand: de middelste 20% van de 14-jarigen, het 40e tot 60e percentiel. De mediaan is € 26 en het gemiddelde € 42, omdat een kleine groep veel meer zakgeld krijgt. Het Nibud noemt deze bedragen metingen van wat ouders geven, geen norm; of € 25 of € 40 past, hangt af van wat je kind er zelf van betaalt.
Hoeveel zakgeld voor een 13-jarige volgens het Nibud?
Volgens het Nibud Scholierenonderzoek 2025 krijgt een doorsnee 13-jarige € 20 tot € 25 zakgeld per maand, met een mediaan van € 22 en een gemiddelde van € 30. Het Nibud adviseert daarmee geen bedrag: de range is de middelste 20% van wat scholieren krijgen, het 40e tot 60e percentiel. Betaalt je 13-jarige ook kleding of een deel van de telefoonrekening, dan is er meer nodig dan voor alleen snoep en uitjes.
Hoeveel zakgeld voor een 16-jarige?
Een doorsnee 16-jarige krijgt volgens het Nibud Scholierenonderzoek 2025 € 25 tot € 43 zakgeld per maand, met een mediaan van € 30 en een gemiddelde van € 53. Op 15 jaar is dat € 25 tot € 35, met een mediaan van € 26. Reken de bijbaan mee: 70% van de 15- en 16-jarigen heeft er een (Nibud, 2025), en sinds 1 juli 2026 is het wettelijk minimumuurloon voor een 16-jarige € 5,17 bruto (Rijksoverheid, 2026).
Wat is het gemiddelde zakgeld voor een 12-jarige?
Dat hangt af van de school. Op de basisschool krijgt een 12-jarige volgens het Nibud Kinderonderzoek 2023 € 2,60 tot € 4,70 per week, zo'n € 11 tot € 20 per maand (eigen berekening: weekbedrag × 52 ÷ 12). In de brugklas krijgt een doorsnee 12-jarige € 20 tot € 22 per maand; de mediaan is € 22 en het gemiddelde € 31 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Het gemiddelde ligt hoger omdat een kleine groep veel meer krijgt. Van de 12-jarige scholieren krijgt 92% zakgeld en 17% kleedgeld, en 13% heeft een bijbaan. De overstap naar de middelbare school is vooral een overstap van een weekbedrag naar een maandbedrag.
Hoeveel kleedgeld geef je, en vanaf welke leeftijd?
Het Nibud noemt 12 of 13 jaar een mooie leeftijd om met kleedgeld te beginnen, omdat kinderen zich dan vaak al verantwoordelijk voelen voor hun kledingbudget (Nibud, 2026). Scholieren die kleedgeld krijgen, ontvangen in doorsnee € 50 per maand; het gemiddelde is € 72 (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Een bedrag per leeftijdsjaar publiceert het Nibud niet. Alle kleding kost vanaf 12 jaar gemiddeld € 71 per maand voor jongens en € 77 voor meisjes, dus spreek af wat er onder het kleedgeld valt. Uitbetalen kan per maand of per kwartaal, bijvoorbeeld op de dag dat de kinderbijslag binnenkomt. In 2024 kreeg 30% van de scholieren kleedgeld, tegen 50% in 2020.
Hoeveel kleedgeld krijgt een 17-jarige?
Een apart kleedgeldbedrag voor 17 jaar publiceert het Nibud niet. Scholieren die kleedgeld krijgen, ontvangen in doorsnee € 50 per maand en gemiddeld € 72, en tussen de leeftijden zit weinig verschil (Nibud Scholierenonderzoek 2025). Van de 17- en 18-jarigen krijgt 38% kleedgeld. Alle kleding kost vanaf 12 jaar volgens het Nibud gemiddeld € 71 per maand voor jongens en € 77 voor meisjes, inclusief schoenen, ondergoed en een winterjas. Kleedgeld dekt in de praktijk meestal niet alles: sport- en badkleding vallen er vaak buiten. Spreek daarom af wat je 17-jarige van het kleedgeld betaalt; 73% van de 17- en 18-jarigen heeft daarnaast een bijbaan.
Hoeveel zakgeld en kleedgeld moet ik mijn 18-jarige kind geven?
Een vast bedrag bestaat niet. Volgens het Nibud Scholierenonderzoek 2025 krijgen 18-jarige scholieren € 40 tot € 50 zakgeld per maand, met een mediaan van € 43 en een gemiddelde van € 66; dat cijfer rust op minder dan 50 scholieren. Van de 17- en 18-jarigen krijgt 70% zakgeld en 38% kleedgeld, in doorsnee € 50 per maand. Vanaf 18 verandert er veel: je kind sluit zelf een zorgverzekering af, kan zorgtoeslag aanvragen, verdient minstens € 7,50 bruto per uur (Rijksoverheid, vanaf 1 juli 2026) en kan studiefinanciering krijgen, zoals een basisbeurs van € 130,21 per maand voor een thuiswonende hbo- of wo-student (DUO, 2026). Woont je kind thuis en verdient het, dan wordt kostgeld een vraag.
Wat is de grens voor zak- en kleedgeld in 2026?
De grens voor zak- en kleedgeld is geen richtlijn voor ouders, maar een regel uit de jeugdzorg. Hij staat in de Regeling Jeugdwet (artikel 5a.1) en geldt alleen voor een kind dat minstens een maand voltijds in een accommodatie van de jeugdhulp verblijft, en van wie de ouders niet aan hun onderhoudsplicht voldoen. Per 9 oktober 2026 staat in Bijlage 1a van de regeling € 12 zakgeld per maand voor kinderen van 6 tot 12 jaar, en voor 12 jaar en ouder € 30 zakgeld plus € 54 kleedgeld, samen € 84 per maand. De regeling geldt sinds 1 januari 2024 en de bedragen worden periodiek aangepast. Pleegzorg valt er niet onder.
Wat is een normaal bedrag voor kostgeld?
Een normaal bedrag voor kostgeld bestaat niet. Het Nibud schrijft: “Er is geen standaard kostgeldbedrag. Elke situatie is namelijk verschillend” (2026). Kostgeld is een vergoeding voor de gezamenlijke kosten van het huishouden, zoals huur of hypotheek, energie, heffingen, internet en boodschappen; kleding, studie en uitgaan betaalt je kind zelf. Je kunt de kosten verdelen per persoon, naar inkomen of naar gebruik. In het rekenvoorbeeld van het Nibud verdienen de ouders € 2.100 en het kind € 700 netto per maand; het kind heeft 25% van het inkomen en betaalt 25% van € 500 hypotheeklasten, dus € 125. Volgens het Nibud, verwijzend naar onderzoek van Rabobank, betaalt 40% van de thuiswonende 18- tot en met 30-jarigen kostgeld.
Hoe weet ik wat mijn kinderen per maand kosten?
Tel een paar maanden aan uitgaven voor de kinderen bij elkaar: overboekingen voor zakgeld en kleedgeld, kleding, sportclubs, school en uitjes, en zet de kinderbijslag ernaast. Als indicatie: één kind kost een gezin met twee ouders gemiddeld 15% van het besteedbare inkomen en twee kinderen 25%, op basis van berekeningen van het CBS (Nibud, 2026). De kinderbijslag is sinds het derde kwartaal van 2026 € 426,29 per kwartaal voor een kind van 12 tot en met 17 jaar (SVB). Met Martia vraag je het in het Nederlands, bijvoorbeeld “Hoeveel heb ik dit jaar naar de kinderen overgemaakt?”, en het antwoord komt uit je eigen transacties. Contant gegeven zakgeld staat niet op je afschrift.
Bronnen
- Nibud (2026). Zakgeld en kleedgeld, hoeveel moet je geven?, met de bedragen voor de basisschool uit het Nibud Kinderonderzoek 2023 en voor de middelbare school uit het Scholierenonderzoek 2025; pagina bijgewerkt 16 september 2026. nibud.nl
- Nibud (2025). Betaalgedrag scholieren (januari 2025), in samenwerking met ABN AMRO: online onderzoek onder 1.546 scholieren van 12 tot 18 jaar (vmbo, havo, vwo), 15 november tot 15 december 2024, representatief naar leeftijd, geslacht en provincie. Rapport (PDF, via Wijzer in geldzaken)
- Nibud scholieren (2025 en 2026). Zakgeld: wat kan ik vragen?, Hoeveel kleedgeld?, Telefoon: afspraken met ouders, Bijna 18? Regel het nu en Minimumloon. scholieren.nibud.nl
- Nibud (2026). Kostgeld, pagina bijgewerkt 22 september 2026. nibud.nl
- Nibud (2026). Kostgeld: wat is redelijk? Rekenmethode, rekenvoorbeeld en vergoedingen per post. PDF
- Nibud (2026). Wat kost een kind?, op basis van berekeningen van het CBS; pagina bijgewerkt 6 oktober 2026. nibud.nl
- Consumentenbond (2026). Betaalrekening voor kinderen, peildatum augustus 2026 (bijgewerkt 24 augustus 2026). consumentenbond.nl
- ABN AMRO (2026). Jongerengroeirekening, geraadpleegd 9 oktober 2026. abnamro.nl
- ABN AMRO (2026). Jaarverslag 2025, interview “The new generation want their banking to fit their digital world” over Buut en Tikkie. abnamro.com
- ABN AMRO (2025). ABN AMRO lanceert neobank BUUT, persbericht 3 juni 2025. abnamro.com
- ASN Bank (2026). Hoeveel zakgeld geef je aan je kind?, pagina bijgewerkt 28 juli 2026. asnbank.nl
- SNS, nu ASN Bank (2024). Zakgeld: hoeveel geef je?, pagina bijgewerkt 15 oktober 2024. snsbank.nl
- Rabobank (2026). Bankrekening (Rabo Free voor 18 tot 28 jaar), geraadpleegd 28 september 2026. rabobank.nl
- bunq (2026). Plans, geraadpleegd 29 september 2026. bunq.com
- Rijksoverheid (2026). Bedragen minimumloon 2026, bedragen vanaf 1 juli 2026. rijksoverheid.nl
- Rijksoverheid (2026). Wat is de kostendelersnorm in de bijstand? rijksoverheid.nl
- DUO (2026). Bedragen studiefinanciering, laatst bijgewerkt 10 september 2026. duo.nl
- SVB (2026). Bedragen kinderbijslag, bedragen vanaf het derde kwartaal van 2026. svb.nl
- Ministerie van VWS. Regeling Jeugdwet, paragraaf 5a en Bijlage 1a (zak- en kleedgeld), tekst geldend vanaf 1 juli 2026, geraadpleegd 9 oktober 2026. wetten.overheid.nl
- Internetconsultatie (2023). Regeling rechtspositie gesloten jeugdhulp, consultatie van 9 tot 30 oktober 2023. internetconsultatie.nl
- Regio Gooi en Vechtstreek (2024). Voorstel zak- en kleedgeld bij residentiële jeugdhulp (5 november 2024). PDF