Vakantiegeld-calculator 2026

Vakantiegeld berekenen: hoeveel krijg je bruto en netto?

Laatst bijgewerkt: · regels 2026 · bron: Belastingdienst, tabel bijzondere beloningen 2026

Bereken je vakantiegeld met de Nederlandse regels van 2026: minimaal 8% van je brutoloon, en wat je daarvan netto overhoudt na de loonheffing met het bijzonder tarief van de Belastingdienst. Je ziet welk tarief je werkgever gebruikt, waarom, en wanneer het geld komt.

Netto vakantiegeld: € 1.722,24, bijzonder tarief 40,20%

Je loon

Je brutoloon is

Zonder vakantiegeld en zonder eindejaarsuitkering. Je vindt het op je loonstrook of in je arbeidsovereenkomst.

Maanden in dienst in de opbouwperiode
12

12 als je het hele jaar in dienst was. Werk je parttime, dan telt je lagere loon, niet minder maanden.

Verfijn de berekening: percentage, overwerk, jaarloon, AOW

Minimaal 8% volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Staat er in je cao of arbeidsovereenkomst meer, vul dat dan in.

Het totaal over de maanden hierboven. Overwerk telt volledig mee, de overwerktoeslag ook (Rijksoverheid). Of andere toeslagen meetellen, staat in je cao.

Het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen op je jaaropgave van vorig jaar. Leeg laten: de rekentool neemt € 38.880,00, je loon plus vakantiegeld over een heel jaar.

Dat mag maar bij één werkgever of uitkering tegelijk (Belastingdienst). Bij een tweede baan meestal niet.

De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026. Je werkgever gebruikt de AOW-kolom vanaf de eerste dag van de maand waarin je die leeftijd bereikt (Handboek Loonheffingen 2026).

Netto vakantiegeld · indicatie€ 1.722,24€ 2.880,00 bruto − € 1.157,76 loonheffing (40,20%)
Bruto€ 2.880,008% van € 36.000,00
Bijzonder tarief 202640,20%rij vanaf € 37.409 in de officiële tabel
Je houdt over59,80%van je bruto vakantiegeld

Uitbetaling: volgens de wet in juni, over je loon tot en met 31 mei. De meeste werknemers krijgen het in mei of juni. Ga je uit dienst, dan krijg je het opgebouwde vakantiegeld bij het einde van je dienstverband.

Zo is je vakantiegeld berekend (regels 2026)
Brutoloon per jaar, zonder vakantiegeld€ 36.000,00
12 × € 3.000,00
× 8% = Vakantiegeld bruto€ 2.880,00
Opbouw ongeveer € 240,00 per maand
Jaarloon voor de tabel€ 38.880,00
je loon plus vakantiegeld over een heel jaar (herleid)
Rij in de tabel bijzondere beloningen 2026vanaf € 37.409
jonger dan de AOW-leeftijd, met loonheffingskorting; in de tabel op deze pagina zijn rijen met hetzelfde tarief samengevoegd
Standaardtarief35,75%
loonbelasting en premie volksverzekeringen
+ Verrekeningspercentage loonheffingskorting4,45%
op- en afbouw van de heffingskortingen bij jouw jaarloon
= Bijzonder tarief40,20%
− Loonheffing−€ 1.157,76
€ 2.880,00 × 40,20%, naar beneden afgerond op centen (in jouw voordeel)
= Netto vakantiegeld€ 1.722,24
€ 36.000,00 × 8% = € 2.880,00 bruto
€ 2.880,00 × (35,75% + 4,45%) = € 1.157,76 loonheffing
€ 2.880,00 − € 1.157,76 = € 1.722,24 netto

Je hebt geen account nodig. De berekening gebeurt in je browser: wat je invult, wordt nergens naartoe gestuurd en niet bewaard.

Kort antwoord

Je vakantiegeld is minimaal 8% van je brutoloon over de opbouwperiode, dus bij € 3.000 bruto per maand 12 × € 3.000 × 8% = € 2.880 bruto (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 15). Netto hou je daarvan € 1.722,24 over, want je werkgever houdt het bijzonder tarief uit de tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst in: 40,20% bij een jaarloon van € 38.880, en 50,47% bij een jaarloon van € 45.593 tot en met € 78.426.

Wat je invult

  • Je brutoloon: het brutoloon bovenaan je loonstrook, zonder vakantiegeld en zonder eindejaarsuitkering. Je rekent per maand, per 4 weken, per uur of per jaar. Bij een uurloon vul je ook je uren per week in.
  • Maanden in dienst in de opbouwperiode: 12 als je het hele jaar bij deze werkgever werkte. Anders vul je het aantal maanden in en bouw je naar rato op.
  • Percentage vakantiegeld: 8% is het wettelijke minimum. Staat er in je cao of arbeidsovereenkomst meer, vul dat dan in.
  • Overwerk en toeslagen: wat je in de opbouwperiode aan overwerk en toeslagen kreeg. Je vindt het op je loonstroken.
  • Jaarloon vorig jaar bij deze werkgever: het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen op je jaaropgave van vorig jaar. Laat je het leeg, dan rekent de tool met je loon plus vakantiegeld over een heel jaar.
  • Loonheffingskorting: aan als je werkgever de loonheffingskorting toepast. Dat mag bij maar één werkgever of uitkering tegelijk.
  • Leeftijd: jonger dan de AOW-leeftijd, of de AOW-leeftijd met je geboortegroep (1946 of later, of 1945 of eerder). Met de AOW-leeftijd en loonheffingskorting kun je ook de alleenstaande-ouderenkorting aanvinken. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 (Handboek Loonheffingen 2026).

Aannames en grenzen

Waar de berekening van uitgaat

  • Het tarief komt uit de tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst („Witte tabel bijzondere beloning Nederland, Standaard (uitgave januari 2026)”): het standaardtarief plus het verrekeningspercentage voor de loonheffingskorting, in de rij van je jaarloon. Ligt je jaarloon tussen twee bedragen in de tabel, dan geldt het lagere.
  • De loonheffing is naar beneden afgerond op centen. Zo schrijft de tabel het voor: afronden in het voordeel van de werknemer.
  • Aanname: laat je je jaarloon van vorig jaar leeg, dan rekent de tool met je loon plus vakantiegeld over een heel jaar, alsof je vorig jaar hetzelfde verdiende. Was je minder dan 12 maanden in dienst, dan rekent de tool dat om naar een heel jaar, zoals het Handboek Loonheffingen 2026 het bij een nieuwe werknemer voorschrijft.
  • Aanname: het vakantiegeld en het omgerekende jaarloon zijn rekenkundig afgerond op centen. Een officiële afrondingsregel daarvoor vond Martia niet.
  • Een loon per 4 weken telt 13 keer per jaar en een uurloon telt je uren per week × 52 weken, zoals de Rekenvoorschriften 2026 van de Belastingdienst omrekenen.
  • Overwerk telt volledig mee, de overwerktoeslag inbegrepen (Rijksoverheid). Aanname: andere toeslagen die je invult, zoals een ploegentoeslag, telt de rekentool ook volledig mee; of dat bij jou zo is, staat in je cao of arbeidsovereenkomst. Aanname: de rekentool rekent het percentage over je hele loon, ook boven 3 keer het minimumloon. De wet verplicht de 8% alleen over je loon tot die grens; verdien je meer, dan staat in je arbeidsovereenkomst of cao wat je krijgt.
  • Aanname: de grens van 3 keer het minimumloon is het gemiddelde van de bedragen die in de opbouwperiode juni 2025 tot en met mei 2026 golden, gewogen naar het aantal maanden: € 6.784,65 per maand. Werkte je minder dan 12 maanden, dan hangt de grens af van welke maanden; de rekentool noemt dan beide uitersten.

Wat de rekentool niet meeneemt

  • Je pensioenpremie en andere inhoudingen: die verlagen het loon waarmee je werkgever rekent, en daarmee soms je tarief.
  • Wat je uiteindelijk aan belasting betaalt: in je aangifte inkomstenbelasting telt je vakantiegeld mee in je jaarinkomen, en wordt de ingehouden loonheffing verrekend.
  • Wat je vakantiegeld doet met toeslagen, zoals huurtoeslag of zorgtoeslag.
  • Afspraken uit je cao zoals een vast bedrag, een andere opbouwperiode of vakantiegeld dat elke maand wordt uitbetaald.
  • Een tweede baan of een uitkering naast je loon, en bijzondere regelingen zoals de 30%-regeling.
  • Je eigen AOW-vakantiegeld: dat berekent de SVB. Op deze pagina staan de bedragen die de SVB en het ministerie van SZW per maand publiceren.
  • Een loonsverhoging in de opbouwperiode: de rekentool rekent met één loon voor alle maanden. Kreeg je opslag, vul dan je gemiddelde brutoloon per maand in.

Is je vakantiegeld binnen, en waar bleef het?

Deze rekentool rekent met de regels. Martia kijkt naar je echte banktransacties en beantwoordt je vragen erover in de chat, in gewone taal: hoeveel er in de maand van je vakantiegeld meer binnenkwam dan normaal, en waar het daarna naartoe ging.

  • „Hoeveel kwam er in mei of juni van mijn werkgever binnen, vergeleken met een gewone maand?”
  • „Gaf ik in juni en juli meer uit dan in andere maanden, en waaraan?”
  • „Waar is mijn vakantiegeld naartoe gegaan?”
Vraag Martia naar je vakantiegeld→

Martia is er als app voor iPhone en Android en werkt ook in je browser, met hetzelfde account, en maakt via Enable Banking verbinding met meer dan 2.500 banken. Martia is een betaalde dienst. Een gratis versie is er niet, en je ziet de prijs voordat je betaalt.

Zo bereken je je vakantiegeld

Je vakantiegeld is minimaal 8% van je brutoloon over het afgelopen jaar (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 15). De wet noemt het vakantiebijslag; de meeste mensen zeggen vakantiegeld of vakantietoeslag (Rijksoverheid). Je bouwt het elke maand op: bij € 3.000 per maand is dat € 240 per maand, en na een jaar € 2.880.

vakantiegeld bruto = bruto maandsalaris × 12 × 8%
€ 3.000,00 × 12 × 8% = € 2.880,00
netto = bruto − bruto × bijzonder tarief = € 2.880,00 − € 1.157,76 = € 1.722,24

Het bijzonder tarief hangt af van je jaarloon van vorig jaar. Wie elke maand € 3.000 verdient en 8% vakantiegeld krijgt, had een jaarloon van € 38.880: in de tabel bijzondere beloningen 2026 hoort daar 40,20% bij. Zo ziet dat eruit voor andere salarissen:

Rekenvoorbeelden 2026, berekend met deze rekentool: 12 maanden, 8%, jaarloon = 12 maandsalarissen plus vakantiegeld, met loonheffingskorting, jonger dan de AOW-leeftijd. Tarief: Witte tabel bijzondere beloning Nederland, Standaard (uitgave januari 2026)
Bruto per maandVakantiegeld brutoJaarloonBijzonder tariefNetto
€ 2.000€ 1.920,00€ 25.92033,80%€ 1.271,04
€ 2.500€ 2.400,00€ 32.40040,20%€ 1.435,20
€ 3.000€ 2.880,00€ 38.88040,20%€ 1.722,24
€ 3.500€ 3.360,00€ 45.36042,01%€ 1.948,47
€ 4.000€ 3.840,00€ 51.84050,47%€ 1.901,96
€ 5.000€ 4.800,00€ 64.80050,47%€ 2.377,44
€ 6.500€ 6.240,00€ 84.24056,01%€ 2.744,98

Staat er in je cao een hoger percentage, dan reken je daarmee: met 8,33% wordt het € 2.998,80 in plaats van € 2.880,00. Een winstuitkering of eindejaarsuitkering telt niet mee voor je vakantiegeld (Rijksoverheid). Wanneer je een eindejaarsuitkering krijgt en hoeveel, lees je in eindejaarsuitkering en 13e maand. Wat die netto oplevert, reken je uit met eindejaarsuitkering berekenen.

Of een salaris met of zonder vakantiegeld wordt genoemd, maakt veel uit als je vergelijkt. Hoe dat zit bij het modaal inkomen, lees je in onze gids over het modaal inkomen.

Hoeveel belasting betaal je over vakantiegeld? Het bijzonder tarief 2026

Over je vakantiegeld houdt je werkgever het bijzonder tarief in uit de tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst: met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd 33,80% bij een jaarloon van € 23.931 tot en met € 29.736, 40,20% tot en met € 38.883, 42,01% tot en met € 45.592, 50,47% tot en met € 78.426 en 56,01% tot en met € 143.554.

Je werkgever zoekt de rij op met je jaarloon: het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen dat je vorig jaar bij die werkgever verdiende, met je vakantiegeld en een eventuele eindejaarsuitkering erin. Dat bedrag staat op je jaaropgave. Werkte je vorig jaar maar een deel van het jaar, dan wordt het omgerekend naar een heel jaar. Ben je dit jaar begonnen, dan gaat je werkgever uit van je loon over dit jaar, omgerekend naar een heel jaar (Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026).

Het voorbeeld uit het Handboek Loonheffingen 2026
Begon je vorig jaar op 15 november en verdiende je tot 31 december € 3.000, dan is je jaarloon voor de tabel (€ 3.000 ÷ 1,5) × 12 = € 24.000.

Jonger dan de AOW-leeftijd (2026)

Bijzonder tarief 2026, jonger dan de AOW-leeftijd. Korting: loonheffingskorting. Verrekening: verrekeningspercentage. De rekentool rekent met de kolom Met korting, of met Zonder korting als je werkgever de loonheffingskorting niet toepast. Bron: Belastingdienst, Witte tabel bijzondere beloning Nederland, Standaard (uitgave januari 2026). Rijen met hetzelfde tarief zijn samengevoegd. De officiële tabel begint ook nieuwe rijen bij € 34.719, € 37.409, € 41.124, € 46.003 en € 59.783, met hetzelfde tarief als de rij erboven.
Jaarloon vorig jaarZonder kortingStandaardtariefVerrekeningMet korting
€ 0 – € 11.35735,75%0,00%0,00%0,00%
€ 11.358 – € 12.92235,75%35,75%−8,32%27,43%
€ 12.923 – € 23.93035,75%35,75%−31,01%4,74%
€ 23.931 – € 29.73635,75%35,75%−1,95%33,80%
€ 29.737 – € 38.88335,75%35,75%4,45%40,20%
€ 38.884 – € 45.59237,56%37,56%4,45%42,01%
€ 45.593 – € 78.42637,56%37,56%12,91%50,47%
€ 78.427 – € 143.55449,50%49,50%6,51%56,01%
vanaf € 143.55549,50%49,50%0,00%49,50%

Met loonheffingskorting is het tarief het standaardtarief plus het verrekeningspercentage. Ligt je jaarloon tussen twee bedragen, dan geldt de rij van het lagere bedrag: bij € 45.592,99 is het nog 42,01%, bij € 45.593,00 50,47%. Op een vakantiegeld van € 2.880 scheelt die ene cent jaarloon € 243,65 loonheffing: € 1.209,88 tegenover € 1.453,53.

AOW-leeftijd, geboren in 1946 of later (2026)

Bijzonder tarief 2026 vanaf de AOW-leeftijd, geboren in 1946 of later: standaardtarief plus verrekeningspercentage. Korting: loonheffingskorting. Met beide kortingen: met loonheffingskorting en alleenstaande-ouderenkorting. Bron: Belastingdienst, Witte tabel bijzondere beloning Nederland, Standaard (uitgave januari 2026). Rijen met hetzelfde tarief zijn samengevoegd. De officiële tabel begint ook nieuwe rijen bij € 11.358, € 12.923, € 23.931, € 29.737 en € 41.124, met hetzelfde tarief als de rij erboven.
Jaarloon vorig jaarZonder kortingMet kortingMet beide kortingen
€ 0 – € 34.71817,85%0,00%0,00%
€ 34.719 – € 37.40817,85%20,07%0,00%
€ 37.409 – € 38.88317,85%20,07%20,07%
€ 38.884 – € 45.59237,56%39,78%39,78%
€ 45.593 – € 46.00237,56%44,01%44,01%
€ 46.003 – € 59.78237,56%59,01%59,01%
€ 59.783 – € 78.42637,56%44,01%44,01%
€ 78.427 – € 143.55449,50%52,75%52,75%
vanaf € 143.55549,50%49,50%49,50%

Ben je geboren in 1945 of eerder, dan wijkt alleen de rij € 38.884 tot en met € 41.123 af: 17,85% zonder loonheffingskorting, 20,07% met loonheffingskorting en 20,07% met alleenstaande-ouderenkorting. In de andere rijen geldt hetzelfde tarief. Je werkgever gebruikt de AOW-kolom vanaf de eerste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt (Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026). De alleenstaande-ouderenkorting past je werkgever alleen toe naast de loonheffingskorting en als je er schriftelijk om vraagt. Recht erop heb je onder meer als je AOW voor een alleenstaande hebt (Handboek Loonheffingen 2026, § 24.1.4).

Waarom is vakantiegeld zwaarder belast?

Over je vakantiegeld gaat vaak een groter deel af dan over je gewone maandloon. Dat komt doordat je vakantiegeld bovenop de rest van je loon komt. Elke extra euro valt in je hoogste belastingschijf, en boven bepaalde grenzen krimpen je heffingskortingen. De algemene heffingskorting gaat in 2026 omlaag met 6,398% van het deel van je inkomen boven € 29.736, de arbeidskorting met 6,51% van het deel boven € 45.592 (Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 8.10 en 8.11, tekst 2026).

Eigen berekening van Martia, die uitkomt op het percentage in de tabel:
verrekeningspercentage = 6,398% + 6,51% = 12,908%, afgerond 12,91%
bijzonder tarief = 37,56% + 12,91% = 50,47% (jaarloon € 45.593 tot en met € 78.426)

Het verrekeningspercentage rekent die kleinere heffingskortingen mee, zodat de inhouding beter aansluit bij de inkomstenbelasting die je over het jaar betaalt (Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026). Bij een laag jaarloon werkt het andersom: dan loopt je arbeidskorting nog op, is het verrekeningspercentage negatief en hou je meer over. Bij een jaarloon van € 12.923 tot en met € 23.930 is het −31,01%, en gaat er maar 4,74% af.

Een aparte, hogere belasting op vakantiegeld bestaat niet: in je aangifte inkomstenbelasting telt het gewoon mee in je jaarinkomen, net als een extra euro salaris, en de loonheffing die je werkgever inhield, wordt verrekend. Omdat het bovenop je andere loon komt, betaal je er ook in de aangifte je hoogste tarief over. Volgens het Handboek Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst kan de tabel toch te veel of te weinig inhouden. Dat kan bijvoorbeeld als je dit jaar minder verdient dan vorig jaar. Houdt de tabel ten minste 10% meer in dan de inkomstenbelasting die je vermoedelijk betaalt, met een minimum van € 227, dan kun je de Belastingdienst vragen om een machtiging voor een lager percentage (Handboek Loonheffingen 2026, § 9.3.6). Die machtiging geldt alleen voor het jaar dat erin staat. Wat er bij jou in de aangifte uitkomt, rekent deze rekentool niet uit. Wanneer je te veel betaalde belasting terugkrijgt, lees je in wanneer krijg je belasting terug.

Van je vakantiegeld gaat loonheffing af. De premies voor de werknemersverzekeringen, zoals de WW, betaalt je werkgever zelf (Rijksoverheid). Alleen een deel van de WGA-premie, die bij de WIA hoort, mag je werkgever op je nettoloon verhalen (Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026). Krijg je je vakantiegeld elke maand met je loon uitbetaald, dan hoort het bij je maandloon en gebruikt je werkgever de gewone maandtabel (Handboek Loonheffingen 2026). Wat er van je maandloon netto overblijft, reken je uit met bruto netto berekenen.

Wanneer krijg je vakantiegeld?

De wet zegt: in juni, over je loon tot en met 31 mei (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 17). In je cao of arbeidsovereenkomst kan een ander moment staan, maar je werkgever betaalt het minstens één keer per kalenderjaar. De meeste werknemers krijgen hun vakantiegeld in mei of juni, en op je loonstrook staat hoeveel het is (Rijksoverheid).

Over welke periode bouw je op?

De wet legt het einde vast, 31 mei. Het begin volgt uit de vorige betaling: krijg je elk jaar in juni je vakantiegeld, dan bouw je op van juni tot en met mei. De Rijksoverheid noemt als voorbeeld het loon „van mei tot mei”. Betaalt je werkgever in mei, of op een ander moment, dan staat de periode in je cao of arbeidsovereenkomst. AOW-vakantiegeld bouw je op van mei tot en met april (SVB).

Uit dienst

Ga je uit dienst, dan krijg je het vakantiegeld dat je tot dan opbouwde bij het einde van je dienstverband (artikel 17 lid 3). Het staat meestal op je laatste loonstrook, de eindafrekening, en ook daarover houdt je werkgever het bijzonder tarief in.

Mag je werkgever je minder of geen vakantiegeld geven?

Meestal niet: 8% is het minimum. De wet kent twee uitzonderingen (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 15 en 16):

  • Een cao kan regelen dat je minder of geen vakantiegeld krijgt. Je loon en vakantiegeld samen moeten dan wel minstens 108% van het minimumloon zijn.
  • Verdien je meer dan 3 keer het minimumloon, dan kan je werkgever schriftelijk met je afspreken dat je een lager bedrag of geen vakantiegeld krijgt. De wettelijke 8% geldt dan ook alleen over je loon tot die grens.

De grens van 3 keer het minimumloon wordt getoetst met je gemiddelde loon per maand over de opbouwperiode, tegen het bedrag in artikel 8, eerste lid, onder b van de wet (artikel 15 lid 2). Sinds 2024 bestaat er geen wettelijk minimummaandloon meer, alleen een minimumuurloon (Rijksoverheid). Het bedrag per maand wordt nog wel gebruikt voor deze toets. Het verandert op 1 januari en 1 juli. Voor de betaling in juni 2026, het moment uit de wet, is de opbouwperiode juni 2025 tot en met mei 2026 (artikel 17).

Minimumloon en de grens van 3 keer het minimumloon in de opbouwperiode juni 2025 tot en met mei 2026. Bron: Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 8 lid 1, in de tekst die geldt vanaf de datum in de tweede kolom
MaandenBedrag vanafPer maand (artikel 8 lid 1 onder b)3 × dat bedragMinimumuurloon, 21 jaar en ouder
juni 20251 januari 2025€ 2.191,80€ 6.575,40€ 14,06
juli tot en met december 20251 juli 2025€ 2.245,80€ 6.737,40€ 14,40
januari tot en met mei 20261 januari 2026€ 2.294,40€ 6.883,20€ 14,71
gemiddelde grens = (1 × € 6.575,40 + 6 × € 6.737,40 + 5 × € 6.883,20) ÷ 12 = € 6.784,65 per maand

Hoe je de grens middelt als het bedrag in de opbouwperiode verandert, staat niet letterlijk in de wet: de rekentool weegt elk bedrag naar het aantal maanden dat het gold (eigen berekening van Martia). Verdien je over de hele opbouwperiode gemiddeld meer dan € 6.784,65 per maand, dan meldt de rekentool dat onder de uitkomst. Wat je dan krijgt, staat in je arbeidsovereenkomst of cao.

Vakantiegeld bij parttime werk, overwerk, ziekte of een deel van het jaar

  • Parttime: je krijgt hetzelfde percentage over je lagere loon. Bij € 1.800 per maand is dat € 1.728,00 bruto per jaar.
  • Een deel van het jaar: je bouwt alleen op over de maanden dat je in dienst was. Zes maanden van € 3.000 geven € 1.440,00.
  • Overwerk: vakantiegeld wordt berekend over de volle waarde van je overuren, de overwerktoeslag inbegrepen (Rijksoverheid). Met € 1.200 overwerk in een jaar wordt het € 2.976,00 in plaats van € 2.880,00.
  • Ziekte: je bouwt gewoon door. Was je loon lager door ziekte of verlof, dan bouw je op over dat lagere loon (Rijksoverheid).

Vakantiegeld AOW 2026: hoeveel en wanneer?

Het AOW-vakantiegeld van mei 2026 is € 1.233,46 bruto voor een alleenstaande en € 881,02 bruto per persoon voor wie getrouwd is of samenwoont, bij een volledige AOW (opgeteld door Martia met de bedragen van het ministerie van SZW; het netto bedrag zie je in Mijn SVB).

AOW-vakantiegeld is geen 8% van je AOW, maar een vast bedrag per maand. Het is afgeleid van het minimumloon en wordt elk jaar in januari en juli opnieuw vastgesteld. De SVB betaalt het één keer per jaar, in mei (betaaldag in 2026: 21 mei). Je bouwt het op over elke maand dat je AOW krijgt, van mei tot en met april (SVB).

AOW-vakantiegeld per maand, bruto, bij een volledige AOW. Bron: Ministerie van SZW, Uitkeringsbedragen per 1 januari en 1 juli, en SVB
VanafAlleenstaandGetrouwd of samenwonend, per persoonMet volledige AOW-toeslag
1 januari 2025€ 102,46€ 73,18€ 146,36
1 juli 2025€ 100,39€ 71,71€ 143,42
1 januari 2026€ 106,55€ 76,10€ 152,20
1 juli 2026€ 104,78€ 74,85€ 149,70
AOW-vakantiegeld uitbetaald in mei 2026, bruto, bij een volledige AOW: de maanden mei 2025 tot en met april 2026 opgeteld door Martia met de bedragen van het ministerie van SZW
SituatieOpbouwBruto in mei 2026
Alleenstaand2 × € 102,46 + 6 × € 100,39 + 4 × € 106,55€ 1.233,46
Getrouwd of samenwonend, per persoon2 × € 73,18 + 6 × € 71,71 + 4 × € 76,10€ 881,02
Met volledige AOW-toeslag2 × € 146,36 + 6 × € 143,42 + 4 × € 152,20€ 1.762,04

Hoeveel je netto krijgt, verschilt per persoon: het hangt onder meer af van of je samenwoont en of je een volledige AOW hebt. De SVB laat je netto vakantiegeld vanaf mei zien onder Betalingen in Mijn SVB. Heb je niet alle jaren in Nederland gewoond of gewerkt, dan is je AOW lager en je vakantiegeld ook (SVB).

Ben je getrouwd of woon je samen en hebben jullie allebei een volledige AOW, dan is de betaling van mei 2026 samen € 1.762,04 bruto, tegenover € 1.233,46 voor een alleenstaande.

Voor mei 2027 liggen de bedragen vast van mei 2026 tot en met december 2026: 2 × € 106,55 + 6 × € 104,78, samen € 841,78 bruto voor een alleenstaande met een volledige AOW. De bedragen vanaf 1 januari 2027 zijn nog niet gepubliceerd. Het bedrag vanaf 1 juli 2026, € 104,78 per maand voor een alleenstaande, staat ook bij de SVB onder Bedragen AOW, en het bedrag met toeslag bij AOW-toeslag bedragen.

Vakantiegeld bij een uitkering

Ook met een uitkering krijg je vakantiegeld. De uitkeringsinstantie spaart het voor je op, en meestal krijg je het in mei (Rijksoverheid).

  • WW, WIA (WGA en IVA), Wajong, IOW, WAO en WAZ: 8% van je bruto-uitkering. Vragen stel je aan het UWV.
  • Ziektewet: 8% van je bruto-uitkering, elke maand samen met je uitkering uitbetaald.
  • Bijstand: de gemeente spaart elke maand 5% van je uitkering voor je. Met vragen ga je naar je gemeente.

Deze rekentool rekent met loon, niet met een uitkering. Hoeveel je krijgt, zie je bij je uitkeringsinstantie, bijvoorbeeld via het UWV.

Wat doe je met je vakantiegeld?

Vakantiegeld komt in één keer binnen, meestal in mei of juni. Daarom helpt het om vooraf te bedenken waar het naartoe gaat. Een paar manieren om ernaar te kijken, in onze gidsen:

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je je vakantiegeld?

Neem je bruto maandsalaris × 12 × 8%: bij € 3.000 per maand bouw je € 240 per maand op, € 2.880 bruto per jaar. Werkte je een deel van het jaar, reken dan met de maanden dat je in dienst was. Voor het netto bedrag trek je de loonheffing eraf: je bruto vakantiegeld × het bijzonder tarief uit de tabel bijzondere beloningen 2026, in de rij van je jaarloon van vorig jaar. Bij een jaarloon van € 38.880 is dat 40,20% (€ 1.157,76), dus € 1.722,24 netto.

Hoeveel procent gaat er van je vakantiegeld af?

Het bijzonder tarief uit de tabel bijzondere beloningen 2026, en dat hangt af van je jaarloon van vorig jaar. Met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd is het 33,80% bij een jaarloon van € 23.931 tot en met € 29.736, 40,20% tot en met € 38.883, 42,01% tot en met € 45.592, 50,47% tot en met € 78.426 en 56,01% tot en met € 143.554. Bij een lager jaarloon is het nog minder, tot 0%; vanaf € 143.555 is het 49,50%. Zonder loonheffingskorting is het 35,75%, 37,56% of 49,50%.

Hoeveel is € 1.000 vakantiegeld netto?

Dat hangt af van je jaarloon van vorig jaar. Met de tabel van 2026, met loonheffingskorting en jonger dan de AOW-leeftijd, hou je € 662,00 over bij een jaarloon van € 23.931 tot en met € 29.736 (33,80%), € 598,00 over bij een jaarloon van € 29.737 tot en met € 38.883 (40,20%), € 579,90 over bij een jaarloon van € 38.884 tot en met € 45.592 (42,01%), € 495,30 over bij een jaarloon van € 45.593 tot en met € 78.426 (50,47%) en € 439,90 over bij een jaarloon van € 78.427 tot en met € 143.554 (56,01%). Bij een jaarloon vanaf € 143.555 is het € 505,00 (49,50%). Onder € 23.931 hou je meer over.

Is vakantiegeld zwaarder belast dan je salaris?

Er gaat vaak een groter deel af: je werkgever houdt het bijzonder tarief in, bij een jaarloon van € 38.880 bijvoorbeeld 40,20%. Dat is het tarief van je hoogste schijf plus een verrekeningspercentage voor de heffingskortingen die kleiner worden als je meer verdient. Het is geen aparte belasting: in je aangifte telt je vakantiegeld gewoon mee in je jaarinkomen, net als een extra euro salaris, dus ook daar betaal je er je hoogste tarief over.

Hoeveel belasting betaal je over je vakantiegeld in 2026?

Bij € 3.000 bruto per maand is je vakantiegeld € 2.880 en je jaarloon € 38.880: je werkgever houdt 40,20% in, € 1.157,76, en je houdt € 1.722,24 over. Bij € 4.000 per maand is het 50,47%: € 1.938,04 loonheffing op € 3.840,00, dus € 1.901,96 netto. Het percentage komt uit de tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst.

Wanneer wordt vakantiegeld uitbetaald?

Volgens de wet in juni, over je loon tot en met 31 mei. Met een afspraak in je cao of contract mag het op een ander moment, maar minstens één keer per kalenderjaar; de meeste werknemers krijgen het in mei of juni (Rijksoverheid). Ga je uit dienst, dan krijg je het opgebouwde vakantiegeld bij het einde van je dienstverband. Het AOW-vakantiegeld betaalt de SVB in mei (betaaldag in 2026: 21 mei).

Over welke periode bouw je vakantiegeld op?

Over het loon van een jaar. De wet bepaalt dat je in juni het vakantiegeld krijgt over je loon tot en met 31 mei, dus bij een betaling in juni loopt je opbouw van juni tot en met mei. De Rijksoverheid noemt als voorbeeld het loon „van mei tot mei”. Je cao of arbeidsovereenkomst kan een ander moment afspreken. AOW-vakantiegeld bouw je op van mei tot en met april (SVB).

Hoeveel vakantiegeld krijg je bij een uitkering of AOW?

Bij WW, WIA, Wajong, IOW, WAO en WAZ 8% van je bruto-uitkering, bij de Ziektewet ook 8%, maar elke maand met je uitkering. Bij de bijstand spaart de gemeente elke maand 5% van je uitkering voor je (Rijksoverheid). De AOW kent een vast bedrag per maand: de betaling van mei 2026 is opgeteld € 1.233,46 bruto voor een alleenstaande en € 881,02 per persoon voor wie getrouwd is of samenwoont, met een volledige AOW (berekend door Martia met de bedragen van het ministerie van SZW).

Krijg je belasting terug over je vakantiegeld?

Soms. Het bijzonder tarief is een voorheffing: in je aangifte inkomstenbelasting telt je vakantiegeld mee in je jaarinkomen, en de loonheffing die je werkgever inhield, wordt verrekend. Omdat het tarief uitgaat van je jaarloon van vorig jaar, kan het te hoog uitvallen als je dit jaar minder verdient. Houdt de tabel ten minste 10% meer in dan de inkomstenbelasting die je vermoedelijk betaalt, met een minimum van € 227, dan kun je de Belastingdienst vragen om een machtiging voor een lager percentage (Handboek Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst).

Andere rekentools

Verder lezen

Bronnen

Voor een officiële berekening: het Handboek Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst, § 9.3.6 over bijzondere beloningen.

De uitkomst is een indicatie op basis van wat je invult en de tabel bijzondere beloningen 2026. Je loonstrook is leidend, en je aangifte inkomstenbelasting bepaalt wat je uiteindelijk aan belasting betaalt over je vakantiegeld. Dit is geen belastingadvies en geen juridisch advies.