Hoeveel sparen Nederlanders? Spaargeld per leeftijd, per maand en je buffer

Mediaan in plaats van gemiddelde, spaargeld per leeftijd uit de tabellen van het CBS, wat de spaarquote echt meet, en een test voor je eigen cijfers.

Ergens lees je dat Nederlandse huishoudens gemiddeld € 54.700 op de bank hebben (CBS, 1 januari 2024). Je opent je bankapp, kijkt naar je saldo en sluit hem weer. Geen paniek. Het getal klopt, maar het is niet wat een doorsnee huishouden heeft.

Hoeveel sparen Nederlanders? Het doorsnee huishouden had op 1 januari 2024 € 21.500 op bank- en spaarrekeningen, het gemiddelde was € 54.700 (CBS). In 2025 spaarden alle huishoudens samen 17,4% van hun beschikbaar inkomen (CBS, voorlopig cijfer), maar in dat cijfer zit ook pensioenopbouw die je nooit op je eigen rekening ziet.

Dit stuk zet de cijfers van CBS, DNB, Nibud en Eurostat naast elkaar: per leeftijd, per soort huishouden, per maand en voor je buffer. Daarna volgt de drie-getallentest: drie getallen uit je eigen bankgegevens, zodat je jezelf eerlijk kunt vergelijken.

Het belangrijkste

  • Mediaan € 21.500, gemiddelde € 54.700: zoveel hadden huishoudens met een bank- of spaarrekening op 1 januari 2024 (CBS). Vergelijk jezelf met de mediaan.
  • Leeftijd telt, woonsituatie nog meer: de mediaan loopt van € 3.400 (hoofdkostwinner jonger dan 25) tot € 35.600 (65 tot 75 jaar), maar kopers hadden € 39.800 en huurders € 6.700 (CBS, 1 januari 2024).
  • De spaarquote van 17,4% (CBS, 2025) telt pensioenopbouw mee. Leg je eigen spaarpercentage liever naast het Nibud-advies van ongeveer 10% van je netto-inkomen (Nibud, 2026).
  • Weinig buffer komt veel voor: 29% van de huishoudens heeft minder dan € 2.500 op spaarrekeningen (Nibud, 2026), en 46% haalt de Nibud-referentiebuffer die de AFM per huishouden berekende (AFM, cijfers over 2024).
  • Spaargeld verliest koopkracht: spaarrekeningen zonder vaste looptijd leverden gemiddeld 1,29% rente op (DNB, juli 2026), terwijl de inflatie in juli 2026 3,2% was en in augustus 3,3% (CBS).

Hoeveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander?

Het doorsnee Nederlandse huishouden had op 1 januari 2024 € 21.500 aan bank- en spaartegoeden; het gemiddelde spaargeld lag met € 54.700 ruim twee keer zo hoog (CBS). Beide cijfers gaan over huishoudens, niet over personen, en betaalrekeningen tellen mee.

Gemiddeld spaargeld of mediaan: welke zegt iets over jou?

Een gemiddelde telt alle saldi op en deelt de som door het aantal huishoudens. Een klein aantal huishoudens met een paar ton op de bank trekt dat getal flink omhoog. De mediaan is het middelste huishouden: de helft heeft meer, de helft minder. In de laagste inkomensgroep was het gemiddelde zelfs ruim acht keer zo hoog als de mediaan: € 26.200 tegen € 3.200 (CBS, 1 januari 2024).

Vergelijk jezelf dus met de mediaan. Die zegt iets over mensen zoals jij.

De CBS-cijfers komen uit registers, zoals belastinggegevens, en niet uit een enquête. Ze gaan over de ruim 8,1 miljoen huishoudens die een bank- of spaarrekening hebben (CBS, 1 januari 2024). Beleggingen, de eigen woning en pensioen tellen niet mee. Het zijn de nieuwste cijfers op het moment van schrijven (september 2026); de stand per 1 januari 2025 komt volgens het CBS in het najaar van 2026.

Spaargeld is niet hetzelfde als vermogen

Tel je alles mee wat een huishouden bezit, min de schulden, maar zonder pensioenrechten, dan had het doorsnee huishouden op 1 januari 2024 een vermogen van € 135.500 (CBS). Zonder de eigen woning en de hypotheek daarop was het mediane vermogen € 23.000 (CBS, 1 januari 2024). Het verschil laat zien dat voor veel huishoudens het vermogen vooral in de woning zit.

Hoeveel spaargeld hebben Nederlanders samen?

Samen hadden Nederlandse huishoudens eind juni 2026 € 552,6 miljard op spaarrekeningen en € 113,2 miljard op betaalrekeningen bij Nederlandse banken, volgens DNB. In aandelen, beleggingsfondsen en obligaties zat op dat moment € 234,2 miljard (DNB, 19 augustus 2026). Het nieuwste maandcijfer op het moment van schrijven (september 2026): eind juli 2026 stond er € 551,6 miljard aan spaargeld bij Nederlandse banken, tegen € 516,8 miljard een jaar eerder (DNB). DNB werkt die reeks elke maand bij.

Nederland is een land van spaarders, meer dan van beleggers.

Spaargeld in Nederland in vier getallen

€ 21.500mediaan bank- en spaartegoeden per huishouden (CBS, 1 januari 2024)
€ 54.700gemiddelde bank- en spaartegoeden per huishouden (CBS, 1 januari 2024)
17,4%spaarquote van huishoudens, inclusief pensioenopbouw (CBS, 2025, voorlopig)
€ 552,6 mldop spaarrekeningen bij Nederlandse banken (DNB, eind juni 2026)

Bronnen: CBS, StatLine 83834NED (1 januari 2024), CBS, StatLine 85881NED (september 2026), DNB, statistisch nieuws (19 augustus 2026)

Waarom je overal andere spaarcijfers leest

Vijf bronnen, vijf definities. Wie ze door elkaar haalt, krijgt vergelijkingen die niet kloppen.

  • CBS, vermogen van huishoudens: registerdata per 1 januari, per huishouden met een bankrekening, inclusief betaalrekeningen. Hier komen de € 21.500 en € 54.700 vandaan (1 januari 2024).
  • DNB, spaargeld van huishoudens: alleen spaarrekeningen bij Nederlandse banken, zonder betaalrekeningen, elke maand bijgewerkt. Eind juli 2026: € 551,6 miljard.
  • CBS, nationale rekeningen: spaartegoeden en overige deposito's, ook bij buitenlandse banken, zonder betaalrekeningen. Eind 2025: € 536,1 miljard, 7,9% meer dan een jaar eerder (CBS, voorlopig).
  • Nibud-enquête: wat mensen zelf zeggen dat er op hun spaarrekeningen staat. In 2026 zei 13% het niet te weten of niet te willen zeggen (Nibud).
  • Vermogensenquête van de ECB (HFCS 2023): een enquête waarin het pensioen via de werkgever niet meetelt. Het mediane Nederlandse huishouden had daarin € 18.700 op betaal- en spaarrekeningen.

Let ook op twee valkuilen. Deel je het DNB-totaal door het aantal huishoudens, dan krijg je geen gemeten “gemiddeld spaargeld”: je deelt dan een banktotaal door een aantal huishoudens uit een andere bron. En een cijfer per persoon is iets anders dan een cijfer per huishouden: een stel telt als één huishouden.

Spaargeld per leeftijd: hoeveel hebben anderen op hun 30e, 40e en 50e?

Spaargeld per leeftijd is het bedrag aan bank- en spaartegoeden van huishoudens, ingedeeld naar de leeftijd van de hoofdkostwinner. Het CBS publiceert dat in groepen van tien jaar. Een officieel cijfer voor precies je 30e of je 40e bestaat dus niet. Voor huishoudens met een hoofdkostwinner van 25 tot 35 jaar was de mediaan € 9.800 (CBS, 1 januari 2024).

Bank- en spaartegoeden per huishouden naar leeftijd van de hoofdkostwinner, per 1 januari 2024 (CBS, StatLine 83834NED, voorlopige cijfers). Alleen huishoudens met een bank- of spaarrekening.

Leeftijd hoofdkostwinnerMediaanGemiddeld
Jonger dan 25 jaar€ 3.400€ 10.800
25 tot 35 jaar€ 9.800€ 23.700
35 tot 45 jaar€ 15.200€ 35.700
45 tot 55 jaar€ 23.300€ 55.300
55 tot 65 jaar€ 31.400€ 73.800
65 tot 75 jaar€ 35.600€ 76.600
75 tot 85 jaar€ 34.800€ 75.000
85 jaar of ouder€ 33.000€ 70.700
Alle huishoudens€ 21.500€ 54.700

Drie dingen vallen op. De mediaan stijgt tot de groep van 65 tot 75 jaar en daalt daarna nauwelijks: huishoudens met een hoofdkostwinner van 85 jaar of ouder hadden nog € 33.000 (CBS, 1 januari 2024). In elke leeftijdsgroep is het gemiddelde minstens twee keer zo hoog als de mediaan. En het inkomen volgt een andere lijn: het mediane gestandaardiseerde inkomen was € 42.300 bij huishoudens met een hoofdkostwinner van 45 tot 55 jaar en € 34.800 bij 65 tot 75 jaar (CBS, 2024), terwijl die laatste groep het meeste op de bank had.

Vermogen per leeftijd, met de woning erbij

Kijk je naar het hele vermogen, dus inclusief de eigen woning min de hypotheek, dan worden de verschillen tussen leeftijdsgroepen veel groter. De bedragen hieronder komen uit de Monitor Brede Welvaart 2026 van het CBS. De hoogste leeftijdsgroep is daar niet verder gesplitst.

Mediaan vermogen per huishouden (bezittingen min schulden, inclusief eigen woning) naar leeftijd van de hoofdkostwinner, 2024 (CBS, Monitor Brede Welvaart 2026).

Leeftijd hoofdkostwinnerMediaan vermogen
Jonger dan 25 jaar€ 300
25 tot 35 jaar€ 13.500
35 tot 45 jaar€ 120.100
45 tot 55 jaar€ 187.400
55 tot 65 jaar€ 250.200
65 tot 75 jaar€ 276.900
75 jaar en ouder€ 246.700
Alle huishoudens€ 135.500

Tussen de groep van 25 tot 35 jaar en die van 35 tot 45 jaar springt het mediane vermogen van € 13.500 naar € 120.100 (CBS, 2024). Die sprong zit niet op de spaarrekening: de mediaan aan bank- en spaartegoeden gaat in dezelfde groepen van € 9.800 naar € 15.200 (CBS, 1 januari 2024). Het verschil zit in wat huishoudens buiten de bank bezitten, en voor de meeste huishoudens is dat de woning.

Huurders en kopers: een groter verschil dan leeftijd

Wie een huis bezit, heeft ook meer op de bank. Huishoudens met een eigen woning hadden op 1 januari 2024 een mediaan van € 39.800 aan bank- en spaartegoeden, huurders € 6.700 en huurders met huurtoeslag € 3.800 (CBS). Dat verschil is groter dan dat tussen de leeftijdsgroepen van 35 tot 45 en van 65 tot 75 jaar. De koopwoning vervangt het spaargeld dus niet: kopers hebben in doorsnee allebei.

Huur je, dan is de mediaan van je leeftijdsgroep een te strenge meetlat. Die groep bevat ook alle kopers.

Alleenstaand, samen of met kinderen

Ook het soort huishouden maakt veel uit. Op 1 januari 2024 hadden eenpersoonshuishoudens een mediaan van € 10.800 op de bank, eenoudergezinnen € 9.900, stellen met kinderen € 31.100 en stellen zonder kinderen € 37.100 (CBS). Let op: dat is per huishouden, en een stel bestaat uit twee volwassenen. Het is dus geen vergelijking per persoon.

Hoe hoger het inkomen, hoe meer spaargeld

Het inkomen maakt het grootste verschil van allemaal. De 10% huishoudens met de laagste inkomens hadden op 1 januari 2024 een mediaan van € 3.200 op de bank, de middelste inkomensgroep € 19.200 en de 10% met de hoogste inkomens € 70.100 (CBS, naar gestandaardiseerd inkomen). Hoeveel je kunt sparen, hangt dus sterk af van de ruimte in je budget.

Jonger dan 30? Dan sta je vaak nog aan het begin

Bij jongere huishoudens zijn de bedragen kleiner, en dat is logisch: je bent net begonnen met werken en huurt vaak nog. Volgens het Nibud (2026) heeft 40% van de huishoudens jonger dan 30 minder dan € 2.500 spaargeld, tegen 27% van de huishoudens van 30 jaar en ouder. In een Nibud-onderzoek onder werkende 18- tot 30-jarigen (veldwerk 2025, gepubliceerd in mei 2026) vonden jongeren in doorsnee € 5.000 genoeg als buffer, maar wie ervoor spaarde, had er in doorsnee (mediaan) € 2.000 staan. Bijna de helft had minder dan € 5.000 spaargeld (Nibud, 2026).

Een officieel antwoord op “hoeveel spaargeld moet je hebben op je 30e” is er dus niet. Wel een eerlijke vergelijking: de mediaan van € 9.800 voor huishoudens met een hoofdkostwinner van 25 tot 35 jaar (CBS, 1 januari 2024), en daarnaast je woonsituatie en je inkomen.

Hoeveel sparen Nederlanders per maand?

Een officieel bedrag in euro's dat een Nederlands huishouden per maand spaart, bestaat niet. Wel is bekend hoe vaak huishoudens sparen: volgens het Nibud (2026) spaart 67% van de huishoudens elke maand, 17% alleen als er iets overblijft en 13% niet. Het landelijke cijfer van het CBS is de spaarquote, en die meet iets anders dan een maandbedrag.

De spaarquote is het deel van het beschikbaar inkomen van alle huishoudens samen dat niet aan consumptie opgaat, waarbij het CBS de pensioenopbouw via pensioenfondsen zowel bij het inkomen als bij de besparingen optelt. Volgens het CBS was dat 17,4% in 2025 (voorlopig), na 16,7% in 2024 en 15,1% in 2023. Sinds 1995 lag de spaarquote alleen in de coronajaren 2020 en 2021 hoger (CBS).

Wat de 17,4% niet is

Die 17,4% is niet wat een doorsnee huishouden elke maand naar zijn spaarrekening overmaakt. In de spaarquote zit ook het pensioen dat je via je werk bij een pensioenfonds opbouwt. Het CBS noemt dat collectieve besparingen: in 2024 ging het om ruim € 31 miljard (CBS). Daarom komen consumptie (ruim 88% van het beschikbaar inkomen in 2024) en spaarquote samen boven de 100% uit (CBS).

Voor 2025 geeft Eurostat hetzelfde beeld: van de € 106,6 miljard die huishoudens bruto spaarden, was € 30,1 miljard pensioenopbouw (Eurostat, 2025, voorlopig). Wat huishoudens na hun consumptie overhielden, de vrije besparingen, was € 76,6 miljard in 2025 en € 65,8 miljard in 2024 (CBS, 2025 voorlopig). Dat geld belandt ook in aflossingen op schulden, in beleggingen en in investeringen in woningen. Sparen is dus meer dan geld op een spaarrekening.

Zonder pensioen ziet het er heel anders uit

Het CPB rekende in 2024 een individuele spaarquote uit: zonder pensioen en na afschrijvingen. Die kwam in 2019 uit op ongeveer 2% van het beschikbaar inkomen, tegen min 3% in 2005 (CPB). Dat is een andere berekening met oudere cijfers, dus geen actueel alternatief voor de 17,4%. Het laat wel zien hoe sterk de definitie de uitkomst bepaalt.

Spaarquote van Nederlandse huishoudens, bruto en inclusief pensioenopbouw, in % van het beschikbaar inkomen (Eurostat, nasa_10_ki, bijgewerkt juli 2026, op basis van CBS-gegevens). 2025 is voorlopig.

JaarSpaarquoteToelichting
199516,3%
20079,3%Laagste punt van de reeks
201916,0%Laatste jaar voor corona
202022,1%Coronajaar, hoogste punt van de reeks
202119,1%Coronajaar
202214,6%
202315,1%In mei 2025 gaf het CBS nog 14,5%
202416,7%Eerste CBS-raming (mei 2025): 16,3%
202517,4%Voorlopig cijfer

Zulke cijfers worden achteraf nog bijgesteld. In zijn eerste raming van mei 2025 kwam het CBS voor 2024 op 16,3%; in de huidige cijfers is dat 16,7% (CBS, september 2026). Kijk bij elk spaarcijfer dus naar de datum waarop het is gepubliceerd.

En in euro's per maand?

Omdat er geen officieel maandbedrag bestaat, is een bedrag per maand dat je elders leest hooguit een eigen berekening. Enquêtes laten wel zien hoe mensen sparen.

De 67% die elke maand spaart, doet dat op verschillende manieren (Nibud, Geldzaken in de praktijk 2026, 2.515 huishoudens): 26% van alle huishoudens met een automatische overboeking van een vast bedrag, 18% door zelf een vast bedrag over te maken en 23% met een wisselend bedrag.

In onderzoek van Deloitte en het Nibud (veldwerk november 2025), waarin sparen ruim is gedefinieerd, inclusief beleggen en extra pensioensparen, zei 38% tussen € 100 en € 500 per maand te sparen, 20% meer dan € 1.000 en 13% minder dan € 100. Door die ruime definitie spaart in het Deloitte-onderzoek van november 2025 maar 5% helemaal niet, tegen 13% bij het Nibud (2026). De twee onderzoeken stellen dus een andere vraag.

Hoeveel moet je per maand sparen? Het Nibud-advies van 10%

Het Nibud adviseert om elke maand ongeveer 10% van je netto-inkomen opzij te zetten voor je buffer (Nibud, 2026). Van de huishoudens die sparen, zet 32% minder dan 10% opzij, 32% ongeveer 10% en 29% meer (Nibud, 2026, 2.194 spaarders). Zit jij onder die 10%, dan hoor je bij ongeveer een derde van de spaarders. Daar is niets mis mee.

Hoe je je eigen percentage uitrekent, staat in de drie-getallentest hieronder. Weet je nog niet wat er per maand overblijft, begin dan met een maandbudget maken.

Hoeveel Nederlanders hebben een financiële buffer?

Een financiële buffer is geld dat je direct kunt gebruiken als er een onverwachte uitgave komt of als je een maand geen inkomen hebt, zodat je niet hoeft te lenen. Volgens het Nibud (2026) heeft 10% van de huishoudens helemaal geen spaargeld, en in totaal heeft 29% minder dan € 2.500 op spaarrekeningen; 23% heeft zelfs minder dan € 1.000. In 2024 lag het aandeel onder de € 2.500 nog op 26% (Nibud).

Spaargeld op spaarrekeningen per huishouden, naar eigen opgave (Nibud, Geldzaken in de praktijk 2026, veldwerk april en mei 2026, 2.515 huishoudens).

SpaargeldAandeel huishoudens
Geen spaargeld10%
Minder dan € 2.50019%
€ 2.500 tot € 10.00017%
€ 10.000 tot € 50.00023%
Meer dan € 50.00018%
Weet niet of wil niet zeggen13%

Ook de beleving schuift mee: 39% van de huishoudens heeft niet het gevoel genoeg geld achter de hand te hebben om tegenvallers op te vangen, tegen 35% in 2024 (Nibud, 2026). Let wel: dit zijn zelf opgegeven saldi van spaarrekeningen. Geld op je betaalrekening telt hier niet mee.

Hoeveel huishoudens halen hun Nibud-buffer?

Het Nibud werkt met een persoonlijke buffer, die afhangt van je huishouden, je inkomen, je woning en je auto. De AFM berekende die referentiebuffer in april 2026 voor alle huishoudens met microdata van het CBS, en keek of hun bank- en spaartegoeden plus beleggingen, min consumptief krediet, genoeg waren. Uitkomst: 46% van de huishoudens haalde in 2024 zijn eigen Nibud-referentiebuffer, tegen 43% in 2019 (AFM). De mediane referentiebuffer was € 26.650 (AFM, cijfers over 2024).

Ongeveer de helft van de huishoudens, circa 4 miljoen, belegt niet en haalt de buffer niet (AFM, cijfers over 2024). In die groep was het mediane bank- en spaartegoed € 4.984, tegen een mediane referentiebuffer van € 21.950 (AFM, 2024). Dat gat is groot. Maar het betekent ook dat je niet de enige bent als je buffer nog niet op peil is. Hoe je zo'n buffer stap voor stap opbouwt, lees je in een financiële buffer opbouwen.

Mythe versus werkelijkheid: de Nibud-buffer van € 10.500

Mythe: het Nibud zegt dat een alleenstaande een buffer van € 10.500 nodig heeft, en een gezin met twee kinderen een van € 14.000.

Werkelijkheid: die bedragen staan bij het Nibud onder “het totaalbedrag van je inboedel” (Nibud, 2026). Het is een globale richtlijn voor het in één keer vervangen van al je spullen, bijvoorbeeld na een onverwachte verhuizing of als je uit elkaar gaat. Een vast bufferbedrag per huishoudtype publiceert het Nibud niet: je persoonlijke buffer reken je uit met de BufferBerekenaar, die het Nibud op 21 mei 2026 vernieuwde. Wil je toch een landelijk getal, dan is er de mediaan van € 26.650 die de AFM (2026) met CBS-gegevens over 2024 berekende.

Nederland scoort goed in Europa, en toch voelt het krap

Internationaal staat Nederland er sterk voor. In 2025 kon 15,3% van de Nederlanders een onverwachte uitgave niet uit eigen middelen betalen, tegen 29,2% gemiddeld in de EU: het laagste aandeel van alle 27 lidstaten (Eurostat, 2025). Dat zijn personen. Het CBS publiceert daarnaast een eigen cijfer per huishouden: in 2023 had 20% van de huishoudens onvoldoende geld voor een onverwachte noodzakelijke uitgave van € 1.400 zonder te lenen (CBS). Voor 2024 hanteert het CBS een drempel van € 1.500.

Volgens de OESO kon 60% van de Nederlandse volwassenen drie maanden of langer rondkomen zonder hun belangrijkste inkomen, tegen 49% gemiddeld in OESO-landen (OECD/INFE, veldwerk eind 2022). Maar slechts 39% zei aan het eind van de maand geld over te houden, tegen 44% gemiddeld in de OESO (OECD/INFE, 2022). Een mogelijke verklaring, die de OESO zelf niet geeft: wie direct na de salarisdag automatisch spaart, ziet aan het eind van de maand een lege betaalrekening terwijl de buffer groeit. Meer dan een hypothese is het niet.

Weinig of niets gespaard? Je bent niet de enige

Staat er bij jou weinig of niets op de spaarrekening, dan zit je in een situatie die veel voorkomt. Bijna drie op de tien huishoudens hebben minder dan € 2.500 op spaarrekeningen (Nibud, 2026). Op 1 januari 2024 hadden 664.600 huishoudens een vermogen van minder dan min € 5.000, en nog eens 358.100 huishoudens zaten tussen min € 5.000 en nul (CBS). Samen zijn dat ruim een miljoen huishoudens met een vermogen van nul of minder (eigen optelling van CBS-cijfers). Het CBS geeft er geen oorzaken bij, maar een negatief vermogen kan bijvoorbeeld komen door een studieschuld of een hypotheek die hoger is dan de waarde van het huis.

Waarom sparen soms niet lukt, ook met een redelijk inkomen, lees je in het artikel waarom kan ik niet sparen.

Sparen Nederlanders meer dan andere Europeanen?

Ja, maar niet het meest. Een deel van het verschil heeft volgens onze lezing van de cijfers te maken met hoe pensioenen worden geteld. In 2025 was de spaarquote van Nederlandse huishoudens 17,4%, tegen 14,3% in de EU en 14,7% in het eurogebied (Eurostat, 2025, voorlopig). Duitsland zat met 19,2% hoger, Italië met 11,0% lager (Eurostat, 2025).

Spaarquote van huishoudens in % van het beschikbaar inkomen, inclusief pensioenopbouw, en de pensioenopbouw die in 2024 bij het inkomen werd geteld (Eurostat, tec00131 en nasa_10_nf_tr, bijgewerkt juli 2026). De Duitse, Franse en Belgische cijfers over 2024 zijn voorlopig.

LandSpaarquote 2024Spaarquote 2025Pensioenopbouw 2024
Nederland16,7%17,4% (voorlopig)€ 31,7 mld
Duitsland20,0%19,2% (voorlopig)€ 61,1 mld
Frankrijk17,9%nog niet gepubliceerd€ 6,4 mld
België12,9%nog niet gepubliceerd€ 1,5 mld
Italië11,2%11,0%€ 6,0 mld
Polen7,8%nog niet gepubliceerd€ 5,8 mld
EU-2714,5%14,3%€ 175,0 mld
Eurogebied14,9%14,7%

De laatste kolom verklaart veel. In Nederland telde Eurostat over 2024 € 31,7 miljard aan pensioenopbouw bij het inkomen van huishoudens, tegen € 6,4 miljard in Frankrijk en € 1,5 miljard in België (Eurostat, 2024). Als deel van het beschikbaar inkomen is dat ongeveer 5,7% in Nederland, 2,2% in Duitsland en minder dan een half procent in Frankrijk en België (eigen berekening op basis van Eurostat-cijfers over 2024). In landen waar het pensioen vooral uit een omslagstelsel komt, bestaat de spaarquote dus bijna helemaal uit vrij sparen. Dat is onze interpretatie, geen conclusie van Eurostat.

Wat Europese enquêtes laten zien

De vermogensenquête van de ECB (HFCS 2023, gepubliceerd in juni 2026) laat werkgeverspensioenen buiten beschouwing. In die enquête had het mediane Nederlandse huishouden € 18.700 op betaal- en spaarrekeningen, tegen € 10.000 in het eurogebied (ECB, HFCS 2023). Het mediane nettovermogen lag met € 143.500 maar net boven de € 140.100 van het eurogebied (ECB, HFCS 2023). Nederlandse huishoudens met een hoofdpersoon van 16 tot 34 jaar hadden een mediaan van € 20.800 aan financiële bezittingen, ruim twee keer zoveel als de € 9.000 in het eurogebied (ECB, HFCS 2023).

Ook in het consumentenonderzoek van ING (maart 2026) staat Nederland bovenaan: 85% zei dat hun huishouden spaargeld heeft, de hoogste score van de zes onderzochte landen. Nederlanders hebben dus relatief veel op de bank, terwijl hun nettovermogen in de ECB-enquête dicht bij het Europese midden ligt. Pensioen telt in die enquête niet mee, en juist in pensioen zit veel Nederlands vermogen: eind juni 2026 hadden huishoudens samen ongeveer € 1,75 biljoen aan pensioenrechten (CBS, StatLine 85881NED, voorlopig). De vergelijking tussen alle Europese landen lees je in het Engels in How much do Europeans save?.

Hoe weet je of je genoeg spaart? De drie-getallentest

De drie-getallentest van Martia is een manier om je eigen spaargedrag te vergelijken met cijfers die echt bij jouw situatie passen. Je rekent drie getallen uit: je eigen spaarpercentage, je saldo naast de mediaan van je groep, en het aantal maanden dat je buffer je uitgaven dekt. Je hebt alleen je bankafschriften nodig.

Ieders situatie is anders. Zie het als een manier van kijken, niet als financieel advies.

1. Je eigen spaarpercentage

Tel je netto-inkomen van drie gewone maanden op, trek je uitgaven eraf en deel wat overblijft door je netto-inkomen. Overboekingen naar je eigen spaarrekening zijn geen uitgaven: dat geld is er nog. Kies maanden zonder vakantiegeld. Dat is in principe minimaal 8% van je brutojaarsalaris en de meeste werknemers krijgen het in mei of juni (Rijksoverheid, 2026), dus een periode met die maand erin maakt je percentage mooier dan het is.

Rekenvoorbeeld met verzonnen bedragen: je kreeg in drie maanden € 9.000 netto binnen en gaf € 8.100 uit. Dan hield je € 900 over, en € 900 gedeeld door € 9.000 is 10%.

Leg de uitkomst naast het Nibud-advies van ongeveer 10% van je netto-inkomen (Nibud, 2026), niet naast de 17,4% die het CBS voor 2025 meet. In dat landelijke cijfer zit ook pensioenopbouw via je werkgever, en het is een verhouding voor alle huishoudens samen. Ook het landelijke totaal schommelt per maand: in juli 2026 haalden huishoudens per saldo € 1,5 miljard van hun spaarrekeningen (DNB).

2. Je saldo naast de mediaan van je groep

Zoek in de tabel met spaargeld per leeftijd hierboven de mediaan voor je leeftijdsgroep, en kijk daarna naar je woonsituatie en je soort huishouden. Huur je, dan zegt de mediaan voor huurders (€ 6.700) vaak meer dan die voor je leeftijdsgroep, zoals € 9.800 bij 25 tot 35 jaar (beide CBS, 1 januari 2024). Tel het saldo van je hele huishouden, dus ook de rekeningen van je partner, want zo meet het CBS. En vergeet niet: de helft van de huishoudens zit per definitie onder de mediaan.

Heb je rekeningen bij meer dan één bank, dan is optellen al een klus. Hoe je dat overzichtelijk maakt, lees je in meerdere bankrekeningen in één overzicht.

3. Hoeveel maanden je buffer dekt

Deel het geld dat je direct kunt opnemen door wat je gemiddeld per maand uitgeeft. Heb je € 6.000 op je spaarrekening en geef je € 2.400 per maand uit, dan dek je tweeënhalve maand (rekenvoorbeeld). Ter vergelijking: 60% van de Nederlandse volwassenen zegt drie maanden of langer zonder hoofdinkomen te kunnen rondkomen (OECD/INFE, veldwerk eind 2022). Je persoonlijke doelbedrag reken je uit met de BufferBerekenaar van het Nibud.

De drie-getallentest in één overzicht.

GetalZo reken je het uitVergelijk het met
1. SpaarpercentageNetto-inkomen min uitgaven, gedeeld door netto-inkomen, over drie gewone maandenHet Nibud-advies (2026): ongeveer 10% van je netto-inkomen
2. SaldoAlle bank- en spaarrekeningen van je huishouden bij elkaarDe CBS-mediaan (1 januari 2024) voor je leeftijdsgroep, woonsituatie en soort huishouden
3. Maanden bufferDirect opneembaar spaargeld, gedeeld door je uitgaven per maandJe persoonlijke buffer uit de BufferBerekenaar van het Nibud

Laat Martia het uitrekenen

Die drie getallen kun je zelf uit je bankafschriften halen. Martia leest je rekeningen via open banking, kan alleen lezen en verplaatst nooit geld; je stelt je vraag gewoon in het Nederlands, zoals “Hoeveel heb ik de afgelopen drie maanden gespaard?” Het antwoord komt uit je eigen transacties. Hoe zo'n koppeling werkt, lees je in wat is open banking en is het veilig.

Vraag Martia hoeveel jij echt spaart

Je eigen cijfers zeggen meer dan een landelijk gemiddelde. Vraag in het Nederlands wat je de afgelopen maanden hebt overgehouden, en je krijgt het antwoord uit je eigen transacties. Je bank koppelen is alleen de eerste stap; daarna praat je gewoon met Martia.

Praat met Martia

Wat levert je spaargeld op in 2026, en wanneer betaal je belasting?

Op een spaarrekening zonder vaste looptijd, zoals een internetspaarrekening, kregen huishoudens in juli 2026 gemiddeld 1,29% rente, tegen 1,31% een jaar eerder (DNB). De inflatie was 3,3% in augustus 2026 en 3,2% in juli (CBS). Wie zijn geld op een gewone spaarrekening laat staan, ziet het bedrag groeien en de koopkracht krimpen.

Gemiddelde rente voor huishoudens bij Nederlandse banken, juli 2026 en juli 2025 (DNB, tabel 5.2.7.1).

Soort rekeningJuli 2026Juli 2025
Betaalrekening0,14%0,10%
Spaarrekening zonder vaste looptijd (bestaande tegoeden)1,29%1,31%
Nieuw deposito met vaste looptijd2,55%2,47%

De ECB verhoogde de depositorente op 10 september 2026 naar 2,50%, met ingang van 16 september (ECB). Bij nieuwe deposito's met een vaste looptijd steeg de gemiddelde rente in 2026 van 2,25% in januari naar 2,55% in juli (DNB). Dit is geen productadvies, wel een vraag die je je eigen bank kunt stellen: welke rente krijg ik nu echt?

Rekenvoorbeeld: € 10.000 op een spaarrekening

Stel dat je € 10.000 een jaar laat staan tegen 1,29% rente. Dan krijg je € 129 rente en heb je € 10.129. Stijgen de prijzen in datzelfde jaar met 3,3%, dan heb je € 10.330 nodig om hetzelfde te kopen als nu. Je levert dan ongeveer € 200 aan koopkracht in. Dit is een eigen rekenvoorbeeld met de rente van juli 2026 (DNB) en de inflatie van augustus 2026 (CBS); beide kunnen veranderen.

Hoeveel spaargeld is belastingvrij in 2026?

In 2026 is het heffingsvrij vermogen in box 3 € 59.357 per persoon, of € 118.714 voor fiscale partners samen (Belastingdienst). Het gaat om je vermogen op de peildatum 1 januari. Over je hele vermogen rekent de Belastingdienst een fictief rendement, voor banktegoeden in 2026 voorlopig 1,28%; het deel van dat rendement dat hoort bij vermogen boven het heffingsvrij vermogen wordt belast tegen 36%. Voor 2025 was het heffingsvrij vermogen € 57.684 per persoon en het fictieve rendement op spaargeld 1,37% (Belastingdienst).

De Belastingdienst geeft zelf een voorbeeld: wie in 2026 zonder fiscale partner € 150.000 spaargeld heeft, krijgt een fictief rendement van € 1.920. Omdat een deel van dat vermogen onder het heffingsvrij vermogen valt, wordt € 1.160 belast, en 36% daarvan is € 417 box 3-belasting. Het doorsnee huishouden, met € 21.500 op de bank (CBS, 1 januari 2024), zit met dat banksaldo ver onder de grens.

Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve, bijvoorbeeld omdat je geld op een betaalrekening met 0,14% rente staat (DNB, juli 2026), dan kun je sinds belastingjaar 2025 je werkelijke rendement in je aangifte opgeven (Belastingdienst). De Belastingdienst gebruikt dan de voor jou voordeligste berekening.

Over het nieuwe stelsel is nog niets zeker. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026, maar op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer de behandeling aan te houden. Het kabinet streeft nog naar invoering per 1 januari 2028; een volledige vermogenswinstbelasting komt in de besproken scenario's op z'n vroegst in 2030 (Ministerie van Financiën, september 2026).

Is je spaargeld veilig bij je bank?

Het depositogarantiestelsel beschermt je tegoeden tot € 100.000 per persoon per bank (DNB, 2026). Heb je rekeningen bij verschillende merknamen van dezelfde bank, dan worden die bij elkaar opgeteld. Voor een en/of-rekening van twee partners geldt samen tot € 200.000 (DNB, 2026). Gaat een bank failliet, dan krijg je sinds 1 januari 2024 je geld binnen maximaal zeven werkdagen terug (DNB).

Staat er tijdelijk meer op je rekening, bijvoorbeeld na de verkoop van je woning, dan geldt tot zes maanden na de storting een extra bescherming van maximaal € 500.000 bovenop de gewone € 100.000 (DNB, 2026). Beleggingen, verzekeringen en cryptomunten vallen niet onder de garantie. Heb je meer dan € 100.000 bij één bankgroep, ga dan na welke merken onder dezelfde bank vallen.

Hoe kun je meer sparen? Begin bij je eigen cijfers

Meer sparen begint met weten waar je geld nu naartoe gaat. De tabellen hierboven laten zien dat inkomen en woonsituatie het meeste verschil maken, en daar kun je niet altijd iets aan doen. Wat je wel in de hand hebt, is de volgorde: eerst sparen, dan uitgeven.

1. Kijk waar je geld heen gaat

Voordat je een spaarbedrag kiest, moet je weten wat er elke maand uitgaat. Kleine pinbetalingen, Tikkies en incasso's vallen los niet op, maar tellen samen wel op. Hoe je die onzichtbare uitgaven terugvindt, lees je in waar blijft mijn geld.

2. Spaar direct na je salarisdag

Zet een periodieke overboeking naar je spaarrekening op de dag nadat je salaris binnenkomt. Dan spaar je voordat je uitgeeft, in plaats van te sparen wat er aan het eind van de maand overblijft. Volgens het Nibud (2026) spaart 26% van de huishoudens al met een automatische overboeking van een vast bedrag. Hoe je dat met je eigen bank regelt, staat in elke maand sparen met iDEAL.

3. Bouw een buffer en verdeel je vakantiegeld vooraf

Begin met een buffer voordat je aan grotere doelen denkt. Met je vakantiegeld, in principe minimaal 8% van je brutojaarsalaris en voor de meeste werknemers in mei of juni (Rijksoverheid, 2026), kan die buffer in één keer flink groeien. Verdeel het voordat het binnenkomt: een deel naar de buffer, een deel voor rekeningen die één keer per jaar komen en een deel om van te genieten. Hoe groot je buffer moet worden en hoe je begint, lees je in een financiële buffer opbouwen.

4. Kijk kritisch naar vaste lasten en abonnementen

Eén opgezegd abonnement of een goedkoper energiecontract werkt het hele jaar door, zonder dat je er elke dag discipline voor nodig hebt. Zet alle incasso's van de afgelopen maanden op een rij en schrap wat je niet gebruikt. Hoe je dat in een kwartier doet, staat in te veel geld kwijt aan abonnementen.

5. Kies een verdeling die bij je inkomen past

De 50/30/20-regel, met 20% voor sparen en aflossen, is een bruikbare vuistregel als je inkomen ruimte laat. Wanneer die verdeling werkt en wanneer niet, lees je in de 50/30/20-regel voor je huishoudbudget. Werk je liever met vaste bedragen per doel, dan past de potjesmethode misschien beter, ook als je bijna alles pint.

6. Als er weinig te sparen valt

Met een laag inkomen of een tekort aan het eind van de maand gaat de rekensom voor 10% sparen soms gewoon niet op. Begin dan met een klein vast bedrag en met je vaste lasten; daarover gaat het artikel rondkomen met een laag inkomen. Geef je elke maand meer uit dan er binnenkomt, lees dan eerst wat je doet als je meer uitgeeft dan je verdient. En lukt sparen niet terwijl je redelijk verdient, dan vind je de oorzaak waarschijnlijk in waarom kan ik niet sparen.

Hoeveel Nederlanders sparen, is uiteindelijk een vraag over anderen. De nuttigere vraag is hoeveel jij spaart, en of dat past bij je inkomen, je woonsituatie en wat je wilt. Het doorsnee huishouden heeft minder op de bank dan de koppen doen denken, en veel huishoudens beginnen bij bijna nul.

Praat met Martia over je spaargeld

Vraag in het Nederlands hoeveel je deze maand hebt overgehouden, of hoeveel maanden vaste lasten je buffer dekt. Martia antwoordt op basis van je eigen transacties, zonder dat je iets hoeft over te typen.

Praat met Martia

Veelgestelde vragen

Hoeveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander?

Het doorsnee Nederlandse huishouden had op 1 januari 2024 € 21.500 op bank- en spaarrekeningen, het gemiddelde was € 54.700 (CBS). Dat eerste getal is de mediaan: de helft van de huishoudens heeft meer, de helft minder, terwijl een kleine groep met grote saldi het gemiddelde ruim twee keer zo hoog maakt. Het gaat om huishoudens, niet om personen, en betaalrekeningen tellen mee; beleggingen, de eigen woning en pensioen niet. Het CBS verwacht de cijfers per 1 januari 2025 in het najaar van 2026. Vergelijk je jezelf, gebruik dan de mediaan en kijk naar je leeftijdsgroep en je woonsituatie, want huurders en kopers liggen ver uit elkaar.

Hoeveel spaargeld is normaal op je 30e?

Een officieel getal per leeftijdsjaar bestaat niet, want het CBS publiceert spaargeld in leeftijdsgroepen van tien jaar, naar de leeftijd van de hoofdkostwinner van het huishouden. Huishoudens met een hoofdkostwinner van 25 tot 35 jaar hadden op 1 januari 2024 een mediaan van € 9.800 op bank- en spaarrekeningen en gemiddeld € 23.700, en bij 35 tot 45 jaar was de mediaan € 15.200 (CBS). Volgens het Nibud (2026) heeft 40% van de huishoudens jonger dan 30 minder dan € 2.500 spaargeld, tegen 27% van de huishoudens van 30 en ouder. Heb je rond je dertigste weinig op de bank, dan ben je dus geen uitzondering. Of je huurt of koopt, zegt vaak meer dan je leeftijd.

Hoeveel sparen Nederlanders per maand?

Een officieel bedrag per maand bestaat niet; het CBS meet de spaarquote, en die was in 2025 voor alle huishoudens samen 17,4% van het beschikbaar inkomen (voorlopig cijfer). Daarin zit ook de pensioenopbouw via pensioenfondsen, dus het is niet wat een doorsnee huishouden zelf naar een spaarrekening overmaakt. Volgens het Nibud (2026) spaart 67% van de huishoudens elke maand, 17% alleen als er iets overblijft en 13% niet. In onderzoek van Deloitte en het Nibud (veldwerk november 2025), waarin ook beleggen en extra pensioensparen meetellen, spaart 38% tussen € 100 en € 500 per maand. Wat jij zelf spaart, reken je het best uit met je eigen transacties.

Hoeveel moet je per maand sparen?

Het Nibud (2026) adviseert om elke maand ongeveer 10% van je netto-inkomen opzij te zetten, zodat je buffer op peil blijft; lukt dat niet, spaar dan wat wel past. In de praktijk zet volgens het Nibud (2026) 32% van de spaarders minder dan 10% opzij, 32% ongeveer 10% en 29% meer. Zet het bedrag met een periodieke overboeking apart direct nadat je salaris binnenkomt, dan hoef je er niet elke maand opnieuw over te beslissen. Vergelijk je eigen percentage met die 10%, niet met de landelijke spaarquote van 17,4% (CBS, 2025), want daarin zit ook de pensioenopbouw via pensioenfondsen. Bij een krap inkomen is regelmaat belangrijker dan het percentage.

Hoe groot moet je financiële buffer zijn?

Dat hangt van je eigen situatie af: het Nibud publiceert geen vast bedrag per huishoudtype, en met de BufferBerekenaar, die in mei 2026 is vernieuwd, reken je een persoonlijk bedrag uit op basis van je huishouden, inkomen, woning en auto. Het vaak geciteerde bedrag van € 10.500 voor een alleenstaande is volgens het Nibud (2026) een richtlijn voor het in één keer vervangen van een complete inboedel, niet het bufferadvies. De AFM (2026) berekende met CBS-gegevens dat de mediane Nibud-referentiebuffer in 2024 € 26.650 was. Van alle huishoudens haalde 46% zijn eigen referentiebuffer (AFM, cijfers over 2024). Heb je al wat gespaard, reken dan eerst uit hoeveel maanden uitgaven dat dekt, en bouw van daaruit verder.

Waarom is de Nederlandse spaarquote zo hoog?

Onze lezing van de cijfers: voor een belangrijk deel komt dat door de manier waarop pensioen wordt geteld. De spaarquote van het CBS, 17,4% van het beschikbaar inkomen in 2025, rekent de pensioenopbouw bij pensioenfondsen tot de besparingen van huishoudens. Eurostat telde over 2024 € 31,7 miljard aan zulke pensioenopbouw in Nederland, tegen € 6,4 miljard in Frankrijk en € 1,5 miljard in België, waar het pensioen vooral uit een omslagstelsel komt. Als deel van het beschikbaar inkomen is dat ongeveer 5,7% in Nederland en minder dan een half procent in Frankrijk en België (eigen berekening op basis van Eurostat-cijfers over 2024). Zonder pensioen en na afschrijvingen kwam het CPB (2024) voor 2019 op een individuele spaarquote van ongeveer 2%, al is dat een andere berekening.

Hoeveel spaargeld is belastingvrij in 2026?

In 2026 is het heffingsvrij vermogen in box 3 € 59.357 per persoon, of € 118.714 samen met een fiscale partner, op de peildatum 1 januari (Belastingdienst). Over je vermogen rekent de Belastingdienst een fictief rendement, voor banktegoeden in 2026 voorlopig 1,28%; alleen het deel van dat rendement dat hoort bij vermogen boven de grens, wordt belast tegen 36%. Volgens het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst betaalt iemand zonder fiscale partner met € 150.000 spaargeld over 2026 € 417 box 3-belasting; is je werkelijke rendement lager, dan kun je dat sinds belastingjaar 2025 in je aangifte opgeven. Het doorsnee huishouden, met € 21.500 op de bank (CBS, 1 januari 2024), zit ver onder de grens. Een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement is nog onzeker.

Is mijn spaargeld veilig als mijn bank failliet gaat?

Tot € 100.000 per persoon per bank wel, via het depositogarantiestelsel (DNB, 2026), waarbij het geld bij verschillende merknamen van dezelfde bank bij elkaar wordt opgeteld. Heb je samen met je partner een en/of-rekening, dan geldt samen tot € 200.000 (DNB, 2026). Sinds 1 januari 2024 krijg je je geld na een faillissement binnen maximaal zeven werkdagen terug (DNB). Staat er tijdelijk meer op je rekening, bijvoorbeeld na de verkoop van je woning, dan geldt tot zes maanden na de storting een extra bescherming van maximaal € 500.000 (DNB, 2026); beleggingen, verzekeringen en cryptomunten vallen niet onder de garantie. Heb je meer dan € 100.000 bij één bankgroep, kijk dan welke merken onder dezelfde bank vallen.

Hoe weet ik hoeveel ik zelf spaar?

Tel over drie gewone maanden je netto-inkomen op, trek je uitgaven eraf en deel het verschil door je netto-inkomen; overboekingen naar je eigen spaarrekening zijn geen uitgaven. Laat liever geen maand met vakantiegeld meetellen, want dat is in principe minimaal 8% van je brutojaarsalaris en de meeste werknemers krijgen het in mei of juni (Rijksoverheid, 2026). Leg de uitkomst naast het advies van het Nibud (2026) om ongeveer 10% van je netto-inkomen te sparen, niet naast de landelijke spaarquote. In Martia vraag je het gewoon in het Nederlands: “Hoeveel heb ik de afgelopen drie maanden gespaard?” Martia rekent het uit met je echte transacties, die het via open banking alleen kan lezen, en verplaatst nooit geld.

Bronnen

  • CBS (2025), StatLine 83834NED: Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen (stand 1 januari 2024, voorlopig; bank- en spaartegoeden en vermogen naar leeftijd, woonsituatie, huishoudtype en inkomen), cbs.nl
  • CBS (2025), StatLine 83835NED: Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensklassen (huishoudens met een negatief vermogen, 1 januari 2024), cbs.nl
  • CBS (2026), StatLine 85881NED: Kerngegevens sectoren; nationale rekeningen (spaarquote, vrije besparingen, spaartegoeden en pensioenrechten van huishoudens, gewijzigd 23 september 2026), cbs.nl
  • CBS (2026), Monitor Brede Welvaart en de SDG's 2026: verdeling materiële welvaart (mediaan vermogen en inkomen naar leeftijd, 2024), cbs.nl
  • CBS (2025), Besparingen huishoudens namen sterk toe in 2024 (eerste raming 2024 en raming 2023, mei 2025), cbs.nl
  • CBS (2025), Besparingen huishoudens alleen groter tijdens corona (collectieve besparingen en consumptie, 2024), cbs.nl
  • CBS (2024), StatLine 82253NED: Inkomensbeoordeling en financiële problemen; huishoudens (onverwachte noodzakelijke uitgaven, 2023), cbs.nl
  • CBS (2025), Leven in armoede 2025: wat is de financiële situatie bij armoede? (drempelbedrag onverwachte uitgave, 2024), longreads.cbs.nl
  • CBS (2026), Inflatie 3,3 procent in 2025, cbs.nl
  • CBS (2026), Inflatie stijgt naar 3,3 procent in augustus, cbs.nl
  • DNB (2026), Dashboard spaargeld huishoudens (tabel 5.2.6, stand juli 2026), dnb.nl
  • DNB (2026), Van Magnum tot SpaceX: huishoudens beleggen in nieuwe namen op de beurs (spaar- en betaalrekeningen en effectenbezit, eind juni 2026), dnb.nl
  • DNB (2026), Tabel 5.2.7.1: Deposito's en leningen van MFI's aan huishoudens, rentepercentages (juli 2026), dnb.nl
  • DNB (2026), Nederlandse depositogarantie: tot welk bedrag is mijn geld beschermd?, dnb.nl
  • Eurostat (2026), tec00131: Household saving rate (2024 en 2025, bijgewerkt juli 2026), ec.europa.eu
  • Eurostat (2026), nasa_10_ki: Key indicators for sector accounts (spaarquote Nederland 1995 tot en met 2025), ec.europa.eu
  • Eurostat (2026), nasa_10_nf_tr: Non-financial transactions (pensioenopbouw en bruto besparingen, 2024 en 2025), ec.europa.eu
  • Eurostat (2026), ilc_mdes04: Inability to face unexpected financial expenses (2025), ec.europa.eu
  • Nibud (2026), Geldzaken in de praktijk 2026: rondkomen onder druk (veldwerk april en mei 2026, 2.515 huishoudens), nibud.nl
  • Nibud (2026), Werkende jongvolwassenen en hun financiële toekomst (veldwerk augustus en september 2025), nibud.nl
  • Nibud (2026), Een financiële buffer opbouwen: zo pak je het aan (bufferadvies en richtlijn voor de inboedel), nibud.nl
  • Nibud (2026), Nibud lanceert nieuwe BufferBerekenaar (21 mei 2026), nibud.nl
  • AFM (2026), Onbenut vermogen: een studie naar niet-beleggers (Occasional Paper, april 2026, cijfers over 2024), afm.nl
  • Deloitte met Nibud, Tilburg University en Universiteit Leiden (2026), Financiële gezondheid van Nederlandse huishoudens in 2025 (veldwerk november 2025), deloitte.com
  • CPB (2024), Besparingen van Nederlandse huishoudens (CPB Notitie, juli 2024), cpb.nl
  • ECB (2026), The Household Finance and Consumption Survey, Wave 2023: Statistical tables (juni 2026), ecb.europa.eu
  • ECB (2026), Monetary policy decisions (10 september 2026), ecb.europa.eu
  • OECD (2023), OECD/INFE 2023 International Survey of Adult Financial Literacy (Nederlands veldwerk november en december 2022), oecd.org en Annex D, Table 4.4, oecd.org
  • ING THINK (2026), Europe's savings divide widens: fewer savers, more silence (30 maart 2026), think.ing.com
  • Belastingdienst (2026), Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend?, belastingdienst.nl
  • Belastingdienst (2026), Met welke percentages is het fictief rendement berekend? (2025 en eerder, werkelijk rendement vanaf 2025), belastingdienst.nl
  • Belastingdienst (2026), Hoe wordt mijn box 3-inkomen over 2025 berekend?, belastingdienst.nl
  • Eerste Kamer (2026), Wet werkelijk rendement box 3 (36.748), dossier, eerstekamer.nl
  • Ministerie van Financiën (2026), Brief aan de Eerste Kamer over de voortgang van de aanpassing van box 3 (14 september 2026), eerstekamer.nl
  • Rijksoverheid (2026), Plannen kabinet voor heffing op werkelijk rendement in box 3, rijksoverheid.nl
  • Rijksoverheid (2026), Hoe hoog is mijn vakantiegeld?, rijksoverheid.nl

Lees verder

Praat met Martia →Artikel van Martia — de AI met wie je in het Nederlands over je geld praat.
Hoeveel sparen Nederlanders? Spaargeld per leeftijd | Martia