Reken btw erbij of eraf met de Nederlandse tarieven van 2026: 21%, 9% of 0%. Je ziet meteen het bedrag exclusief btw, het btw-bedrag en het bedrag inclusief btw, met de formule en je eigen bedragen erin.
Inclusief btw: € 121,00, btw € 21,00
Btw berekenen
€
Met een komma voor de centen, zoals op een bon: 1.234,56
algemeen tarief 2026, Wet OB 1968 art. 9 lid 1; afgerond op centen
Inclusief btw
€ 121,00
exclusief btw plus de btw
btw = € 100,00 × 21% = € 21,00 inclusief = € 100,00 × 1,21 = € 121,00 De btw is 17,36% van het bedrag inclusief btw (21/121), niet 21%.
Hetzelfde bedrag met de tarieven van 2026
Tarief
Exclusief
Btw
Inclusief
21%
€ 100,00
€ 21,00
€ 121,00
9%
€ 100,00
€ 9,00
€ 109,00
0%
€ 100,00
€ 0,00
€ 100,00
Btw-tarieven 2026 uit de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 9. De btw is afgerond op centen zoals de Belastingdienst voorschrijft: vanaf 5 op het derde cijfer achter de komma naar boven.
Je hebt geen account nodig. De berekening gebeurt in je browser: wat je invult, wordt nergens naartoe gestuurd en niet bewaard.
Kort antwoord
Btw erbij reken je uit door het bedrag exclusief btw te vermenigvuldigen met 1,21 bij 21% of met 1,09 bij 9%, dus € 100 wordt € 121; btw eraf door het bedrag inclusief btw te delen door 1,21 of 1,09.Volgens de tarieven van 2026 in artikel 9 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is de btw in een prijs inclusief btw die prijs × 21/121 of × 9/109: bij 21% zit er € 17,36 btw in € 100 inclusief btw.
Wat je invult
Wat wil je uitrekenen: btw erbij als je een bedrag exclusief btw hebt, btw eraf als je een prijs inclusief btw hebt, of vanuit het btw-bedrag als je alleen de btw kent.
Bedrag: het bedrag van je bon, factuur of offerte, met een komma voor de centen: 1.234,56.
Btw-tarief: 21% voor de meeste goederen en diensten, 9% onder meer voor eten, boeken en de kapper, 0% vooral bij zakendoen met het buitenland.
Eigen percentage: een ander percentage, bijvoorbeeld het tarief van een ander land, tot 100%.
Meer bedragen: voor een kassabon of factuur met bedragen tegen verschillende tarieven. Je kiest of de btw per regel of over het totaal wordt afgerond.
Aannames en grenzen
Waar de berekening van uitgaat
De tarieven zijn die van 2026 uit artikel 9 van de Wet op de omzetbelasting 1968: 21% algemeen, 9% voor tabel I en 0% voor tabel II.
De btw wordt afgerond op centen zoals de Belastingdienst het voorschrijft: is het derde cijfer achter de komma 5 of hoger, dan naar boven, anders naar beneden.
Bij btw eraf rekent de rekentool eerst het btw-bedrag uit (× 21/121 of × 9/109) en daarna het bedrag exclusief btw als het verschil. Zo blijft het bedrag dat je invulde precies kloppen.
Bij meer bedragen rondt de rekentool de btw per regel af, of één keer per tarief over het totaal als je dat kiest.
Terugrekenen uit een btw-bedrag geeft het bedrag exclusief btw dat bij die btw past. Omdat die btw al was afgerond, kan het bedrag op de factuur een paar cent afwijken: bij één bedrag tegen 21% hooguit 3 cent, tegen 9% hooguit 6 cent, en bij een factuur met meer regels meer.
Wat de rekentool niet meeneemt
Welk tarief er voor jouw product of dienst geldt: dat kies je zelf. Twijfel je, kijk dan bij de Belastingdienst of in tabel I en II van de wet.
Vrijstellingen, de kleineondernemersregeling en andere bijzondere regelingen: de rekentool rekent alleen een tarief over een bedrag.
De btw-aangifte: de rekentool rekent geen btw uit die je moet betalen of terugkrijgt.
Btw verlegd: dan betaalt de afnemer de btw, niet de leverancier.
Een all-in prijs voor onderdelen met verschillende tarieven, zoals logies met ontbijt: die verdeel je eerst zelf naar de marktwaarde van de onderdelen, en dan reken je met meer bedragen.
De regels van andere landen: met een eigen percentage reken je wel met een ander tarief, maar niet met de regels die daar gelden.
Van één bon naar al je uitgaven
Deze rekentool rekent één bedrag of één bon door. Martia kijkt naar je echte banktransacties en beantwoordt je vragen erover in de chat, in gewone taal. Martia ziet je transacties, niet de btw op je kassabon.
„Hoeveel gaf ik vorige maand uit aan boodschappen?”
„Bij welke supermarkt gaf ik dit jaar het meeste uit?”
„Hoeveel kwam er dit kwartaal van mijn klanten binnen, en wat ging er weer uit?”
Martia is er als app voor iPhone en Android en werkt ook in je browser, met hetzelfde account, en maakt via Enable Banking verbinding met meer dan 2.500 banken. Martia is een betaalde dienst. Een gratis versie is er niet, en je ziet de prijs voordat je betaalt.
Btw berekenen: de formule voor 21% en 9%
Alle drie de berekeningen gaan uit van het bedrag exclusief btw: de btw wordt berekend over de vergoeding zonder btw (Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 8). Daarom is 21% erbij iets anders dan 21% eraf.
Rekenvoorbeelden met de btw-tarieven 2026, berekend met deze rekentool (tarieven: Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 9)
Je hebt
Tarief
Exclusief
Btw
Inclusief
€ 100 exclusief
21%
€ 100,00
€ 21,00
€ 121,00
€ 121 inclusief
21%
€ 100,00
€ 21,00
€ 121,00
€ 100 inclusief
21%
€ 82,64
€ 17,36
€ 100,00
€ 100 exclusief
9%
€ 100,00
€ 9,00
€ 109,00
€ 109 inclusief
9%
€ 100,00
€ 9,00
€ 109,00
€ 100 inclusief
9%
€ 91,74
€ 8,26
€ 100,00
€ 50 inclusief
9%
€ 45,87
€ 4,13
€ 50,00
Btw-tarieven 2026 in Nederland: 21%, 9% en 0%
Btw-tarieven 2026, bron: Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 9, en Belastingdienst, Btw-tarieven
Tarief
Naam
Geldt voor
Wet
21%
algemeen tarief
alle goederen en diensten die niet onder 9% of 0% vallen en niet zijn vrijgesteld
artikel 9 lid 1
9%
verlaagd tarief
de goederen en diensten van tabel I, zoals voedingsmiddelen, boeken, geneesmiddelen, de kapper en personenvervoer
artikel 9 lid 2 onder a
0%
nultarief
de goederen en diensten van tabel II: vooral zakendoen met het buitenland, en in een aantal gevallen de visserij en de bevoorrading van zeeschepen
artikel 9 lid 2 onder b
De tarieven zelf zijn in 2026 dezelfde als in 2025: artikel 9 noemt 21% en 9% in de tekst van 1 januari 2025 en in die van 1 januari 2026. Wat in 2026 wel veranderde, is het tarief voor logies (zie hieronder).
Het verlaagde tarief in Nederland is 9%, niet 6%: zo staat het in artikel 9 van de wet zoals die in 2026 geldt. Tot en met 2018 was het verlaagde tarief 6%; in de wettekst van 1 januari 2019 staat 9%. In België, Duitsland en andere landen gelden andere tarieven; deze rekentool rekent met de Nederlandse, maar met de knop Eigen reken je met elk ander percentage. Wat boodschappen doen over de grens scheelt, lees je in onze gids over de goedkoopste supermarkt.
Wat valt onder 9% btw?
Het verlaagde tarief geldt alleen voor wat in tabel I van de Wet op de omzetbelasting 1968 staat. Wat niet in tabel I of II staat en niet is vrijgesteld, valt onder 21%. De belangrijkste posten in 2026:
Tabel I (9%) in 2026, bron: Wet op de omzetbelasting 1968, tabel I, en Belastingdienst
Wat
Let op
Voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken
ook eten in een restaurant, café of hotel; alcoholhoudende dranken vallen onder 21%
Water
–
Geneesmiddelen en hulpmiddelen
zoals verbandmiddelen, rolstoelen, prothesen en diabetesmateriaal
Boeken, kranten en tijdschriften
ook e-boeken die vergelijkbaar zijn met de fysieke uitgave, en nieuwswebsites en -apps
Bloemen en planten
–
Kunst, verzamelvoorwerpen en antiek
alleen bij invoer; kunst ook als de maker of diens erfgenaam die levert, en in een enkel ander geval (tabel I, post a 29). Antiek of een verzamelobject dat je bij een handelaar koopt, valt niet onder 9%
De kapper
–
Reparatie van fietsen, schoenen, lederwaren en kleding
–
Schilderen, stukadoren en isoleren van woningen
woningen ouder dan 2 jaar; bij isoleren niet de materialen. Schoonmaken in een woning valt ook onder 9%, zonder leeftijdseis.
Personenvervoer
openbaar vervoer, taxi, besloten busvervoer en vervoer per schip
Kamperen
een kampeerplaats; logies in een hotel, pension of vakantiebedrijf valt sinds 2026 onder 21%
Sport en baden
gelegenheid tot sporten en baden, zoals zwembaden en sauna's
Toegang tot cultuur en recreatie
circus, dierentuin, museum, concert, theater, bioscoop, sportwedstrijd en attractiepark
In de supermarkt betaal je dus 9% over eten en frisdrank en 21% over bier en wijn. Op een bon van € 50 met alleen eten zit € 4,13 btw. Hoeveel duurder boodschappen sinds 2021 zijn geworden, lees je in onze gids over de kosten van boodschappen per maand.
Btw terugrekenen: de fout die iedereen maakt
Wie btw terugrekent, haalt vaak 21% van het bedrag inclusief btw af. Dat klopt niet: de 21% is berekend over het bedrag exclusief btw. In een prijs inclusief btw is de btw daarom maar 21/121 van het geheel, afgerond 17,36%. Bij 9% is dat 9/109, afgerond 8,26%.
Terugrekenen vanuit € 100 inclusief btw
Bij 21% zit er € 17,36 btw in en is het bedrag exclusief btw € 82,64. Bij 9% is dat € 8,26 btw en € 91,74 exclusief btw. Opgeteld kom je steeds precies uit op € 100,00, omdat de rekentool eerst de btw uitrekent en die dan aftrekt.
Wat verandert er aan de btw in 2026?
De btw-verhoging van 2026 gaat over logies: sinds 1 januari 2026 geldt daarvoor het algemene tarief van 21% in plaats van 9%. Op een overnachting in een hotel, pension of vakantiebedrijf zit dus meer btw. Zo meldde de Belastingdienst het op 30 oktober 2025.
Faciliteiten die apart worden aangeboden, zoals ontbijt of toegang tot een zwembad of attractiepark, blijven 9%. Kamperen staat nog in tabel I en blijft ook 9%. Sport, toegang tot cultuur en recreatie en boeken staan in de wettekst van 1 januari 2026 nog in tabel I (posten b 3, b 14 en a 30) en vallen dus onder 9%.
Betaal je één all-in prijs, dan verdeelt de ondernemer die naar de marktwaarde van de onderdelen. Het voorbeeld van de Belastingdienst: een weekendverblijf voor 2 personen heeft een marktwaarde van € 280 en het ontbijt van € 70. Logies is dan 80% van de waarde en ontbijt 20%. Van een all-in prijs van € 150 exclusief btw is dus € 120 belast met 21% en € 30 met 9%.
Het voorbeeld van de Belastingdienst, uitgerekend met deze rekentool
€ 120,00 × 21% = € 25,20 btw en € 30,00 × 9% = € 2,70 btw. Samen € 27,90 btw, dus € 177,90 inclusief btw. In de rekentool zet je daarvoor twee bedragen onder elkaar, elk met hun eigen tarief.
De Belastingdienst schrijft rekenkundig afronden op centen voor. Je kijkt naar het derde cijfer achter de komma: lager dan 5 rond je naar beneden af, 5 of hoger naar boven. Zo wordt € 20,124 afgerond op € 20,12 en € 20,125 op € 20,13.
Bij een bon of factuur met meer regels mag je kiezen: de btw per regel afronden of het totaal afronden. Je gebruikt niet beide methodes naast elkaar en houdt een vaste lijn aan. In de btw-aangifte rond je de btw-bedragen af op hele euro's, en dat mag in je eigen voordeel.
Een kassabon met vier regels
Drie artikelen van € 1,99 inclusief 9% btw en één van € 4,99 inclusief 21% btw. Afgerond per regel zit er € 1,35 btw in de bon, afgerond over het totaal per tarief € 1,36. Eén cent verschil, en beide mogen, als je steeds dezelfde methode gebruikt.
Reken je met kommagetallen in een computerprogramma, dan kan het op de laatste cent misgaan: € 2,50 × 9% is precies € 0,225, dus € 0,23, maar een programma dat met gewone kommagetallen rekent, kan op € 0,22 uitkomen. Deze rekentool rekent in hele centen en rondt af zoals de Belastingdienst het beschrijft.
Het ezelsbruggetje: denk in honderd. Exclusief btw is 100, de btw is 21 en inclusief btw is 121. Btw erbij is dus keer 1,21, btw eraf is delen door 1,21, en alleen het btw-bedrag uit een bedrag inclusief btw is keer 21, gedeeld door 121. Bij 9% gebruik je 100, 9 en 109.
=A1*1,21 → bedrag inclusief 21% btw =A1/1,21 → bedrag exclusief btw, uit een bedrag inclusief 21% =AFRONDEN(A1*21/121;2) → het btw-bedrag in een bedrag inclusief 21%, op centen =AFRONDEN(A1-A1/1,21;2) → hetzelfde btw-bedrag: inclusief min exclusief =PRODUCT(A1;1,21) → doet hetzelfde als =A1*1,21 =A1*1,09, =A1/1,09 en =AFRONDEN(A1*9/109;2) → hetzelfde bij 9%
Zet het bedrag in cel A1 en de formule in een andere cel. Met Nederlandse instellingen typ je in Excel een komma in 1,21 en een puntkomma tussen de onderdelen van een functie, zoals in AFRONDEN(A1*21/121;2).
0% btw, vrijgesteld of verlegd: niet hetzelfde
Wie onder het nultarief van 0% levert, rekent geen btw, maar mag de btw over de eigen uitgaven wel aftrekken als voorbelasting. Wie een vrijgestelde levering doet, rekent ook geen btw, maar mag de btw over de uitgaven niet aftrekken. Het nultarief geldt vooral bij zakendoen met het buitenland, en in een aantal gevallen voor de visserij en de bevoorrading van zeeschepen.
Staat er „btw verlegd” op een factuur, dan rekent de leverancier geen btw, maar is er wel btw verschuldigd: niet de leverancier maar de afnemer geeft die aan, tegen het tarief dat voor die levering of dienst geldt. Zo staat het in de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 12 en 35a (tekst 1 januari 2026). Dat is dus geen 0%.
Btw voor zzp'ers: de btw die je rekent, is niet van jou
Ben je ondernemer, dan reken je btw over je prijs exclusief btw, geef je die op in je btw-aangifte en betaal je die, min de btw die je zelf als voorbelasting mag aftrekken, aan de Belastingdienst. Wat er inclusief btw op je rekening binnenkomt, is dus niet helemaal van jou. Met btw eraf zie je hoeveel btw er in een betaling van een klant zit; wat je uiteindelijk afdraagt, hangt ook af van je voorbelasting.
In 2026 kan een ondernemer die in Nederland is gevestigd en een jaaromzet in Nederland van niet meer dan € 20.000 heeft, met de kleineondernemersregeling kiezen voor vrijstelling van btw. Zo staat het in de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 25a (tekst 1 januari 2026). Of die regeling bij jou past, is een vraag voor de Belastingdienst; deze rekentool geeft geen advies.
Vermenigvuldig het bedrag exclusief btw met het tarief: € 100 × 21% = € 21 btw. Het bedrag inclusief btw is dan € 100 × 1,21 = € 121. Bij 9% reken je met × 9% en × 1,09: € 100 wordt € 109.
Hoe reken je btw terug van een bedrag inclusief btw?
Deel het bedrag inclusief btw door 1,21 bij 21% of door 1,09 bij 9%; dat is het bedrag exclusief btw. Het btw-bedrag is het bedrag inclusief btw × 21/121 of × 9/109. Voorbeeld: € 121 ÷ 1,21 = € 100, en € 121 × 21/121 = € 21 btw. Haal je 21% van € 121 af, dan kom je op € 95,59 uit, en dat klopt niet: de 21% is berekend over het bedrag exclusief btw. In een prijs inclusief btw is de btw 21/121 van het geheel, afgerond 17,36%.
Hoeveel btw zit er in € 100 inclusief 21%?
€ 17,36. Het bedrag exclusief btw is € 82,64. Bij 9% zit er € 8,26 btw in € 100, en is het bedrag exclusief btw € 91,74.
Welke producten en diensten hebben 9% btw?
Alles wat in tabel I van de Wet op de omzetbelasting 1968 staat, onder meer voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken, water, geneesmiddelen en hulpmiddelen, boeken, kranten en tijdschriften, bloemen en planten, de kapper, reparatie van fietsen, schoenen en kleding, personenvervoer, kamperen, sport en toegang tot musea, theaters, bioscopen en dierentuinen. Alcoholhoudende dranken en logies vallen onder 21%. Op boodschappen betaal je dus 9% over eten en frisdrank en 21% over bier en wijn: op een bon van € 50 met alleen eten zit € 4,13 btw.
Hoe bereken je btw in Excel?
Zet het bedrag in cel A1. Btw eraf: =A1/1,21 geeft het bedrag exclusief btw. Btw erbij: =PRODUCT(A1;1,21) geeft het bedrag inclusief btw. Het btw-bedrag in een bedrag inclusief btw is inclusief min exclusief, op centen: =AFRONDEN(A1-A1/1,21;2). Bij 9% gebruik je 1,09 in plaats van 1,21. Met Nederlandse instellingen typ je een komma in 1,21 en een puntkomma tussen de onderdelen van een functie.
Wat is het verschil tussen 0% btw en vrijgesteld?
Bij 0%, het nultarief, rekent de ondernemer geen btw, maar mag de btw over de eigen uitgaven wel aftrekken als voorbelasting. Bij een vrijstelling rekent de ondernemer ook geen btw, maar mag die btw niet aftrekken. Voor de klant staat er in beide gevallen geen btw op de factuur of bon. Bij btw verlegd rekent de leverancier geen btw, maar geeft de afnemer de btw zelf aan; dat is dus geen 0%. Zo staat het bij de Belastingdienst (Btw-tarieven) en in de Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 12 en 35a (tekst 1 januari 2026).
Wat verandert er aan de btw in 2026?
Sinds 1 januari 2026 valt logies, zoals een hotelovernachting, onder 21% in plaats van 9%. Ontbijt en toegang tot een zwembad blijven 9% als ze apart worden aangeboden. Zo meldde de Belastingdienst het op 30 oktober 2025. Kamperen staat in de wettekst van 1 januari 2026 nog in tabel I en blijft 9%, en de tarieven zelf, 21% en 9%, zijn gelijk gebleven.
Is het lage btw-tarief 6% of 9%?
9%. Tot en met 2018 was het verlaagde tarief in Nederland 6%; in de wettekst van 1 januari 2019 staat 9%, en in 2026 noemt artikel 9 van de Wet op de omzetbelasting 1968 nog steeds 9%. In België, Duitsland en andere landen gelden andere tarieven.
Wat is btw?
Btw is de omzetbelasting uit de Wet op de omzetbelasting 1968: een belasting over onder meer de goederen en diensten die een ondernemer in Nederland levert (artikel 1). De ondernemer rekent de btw over zijn prijs en draagt die, min de btw die hij zelf als voorbelasting mag aftrekken, af aan de Belastingdienst; als klant betaal je de btw in de prijs. In 2026 is het algemene tarief 21%, het verlaagde 9% en het nultarief 0%.
De uitkomst is een indicatie op basis van het bedrag en het tarief dat je invult, met de btw-tarieven van 2026. Welk tarief voor een product of dienst geldt en wat je als ondernemer moet afdragen, bepalen de wet en de Belastingdienst. Dit is geen belastingadvies.