Rente-op-rente-calculator

Rente op rente berekenen: zo groeit je spaargeld

Laatst bijgewerkt: · regels 2026 · bron: Belastingdienst, rendement banktegoeden 2026 (box 3)

Met een startbedrag van € 5.000 en € 100 inleg per maand heb je na 10 jaar € 18.476,93, waarvan € 1.476,93 rente, bij 1,28% rente per jaar, elke maand bijgeschreven. Die 1,28% is het voorlopige fictieve rendement op banktegoeden dat de Belastingdienst voor 2026 in box 3 gebruikt. Bereken hier je eigen spaarplan met rente op rente: startbedrag, inleg per maand, rente en looptijd, met een jaartabel en de waarde in geld van nu bij 3,3% inflatie, het gemiddelde over 2025 volgens het CBS.

Eindkapitaal na 10 jaar: € 18.476,93

Je spaarplan

Wat er nu al op je spaarrekening staat. Begin je bij nul, vul dan 0 in.

Wat je elke maand opzijzet, bijvoorbeeld met een automatische overboeking.

Standaard 1,28% (het box 3-percentage voor banktegoeden van de Belastingdienst, 2026). Vul de rente van je eigen spaarrekening in.

Hele jaren, van 1 tot 50.

Rente bijschrijven

Hoe vaak je bank de rente bijschrijft, staat in de voorwaarden van je spaarrekening.

Verfijn de berekening
Je inleg komt binnen

Standaard 3,3%: de gemiddelde inflatie van 2025 volgens het CBS. Vul 0 in om zonder inflatie te rekenen.

Eindkapitaal na 10 jaar · indicatie€ 18.476,93bij 1,28% rente per jaar, elke maand bijgeschreven
Totaal ingelegd€ 17.000,00€ 5.000,00 startbedrag + 120 × € 100,00
Totale rente€ 1.476,93waarvan € 75,33 rente op rente
In geld van nu€ 13.354,47bij 3,3% inflatie per jaar
Zo is je eindkapitaal opgebouwd
Startbedrag€ 5.000,00
Inleg€ 12.000,00
120 maanden × € 100,00, aan het eind van elke maand
Totaal ingelegd€ 17.000,00
Rente zonder rente op rente€ 1.401,60
enkelvoudige rente: 1,28% per jaar over je startbedrag en over elke inleg vanaf het moment dat die binnenkomt
Rente op rente€ 75,33
rente over rente die al was bijgeschreven, inclusief het verschil door afronden op hele centen
Totale rente€ 1.476,93
Eindkapitaal€ 18.476,93
na 10 jaar, rente elke maand bijgeschreven en afgerond op hele centen
Effectieve rente per jaar1,29%
1,28% per jaar, elke maand 1,28%/12 bijgeschreven
In geld van nu€ 13.354,47
€ 18.476,93 ÷ (1 + 3,3%)^10
eindkapitaal = S × (1 + r/12)^(12 × n) + I × ((1 + r/12)^(12 × n) − 1) ÷ (r/12)
= € 5.000,00 × (1 + 1,28%/12)^120 + € 100,00 × ((1 + 1,28%/12)^120 − 1) ÷ (1,28%/12)
= € 18.476,95 volgens de formule

De rekentool rondt de rente bij elke bijschrijving af op hele centen, zoals een bank bij het bijschrijven doet. Daardoor wijkt het eindkapitaal € 0,02 af van de formule.

Een bedrag dat je laat staan, verdubbelt bij deze rente, elke maand bijgeschreven, in 54,2 jaar. De regel van 72 schat 56,3 jaar (72 ÷ 1,28).

Standaardcijfers 2026: 1,28% rente, het voorlopige fictieve rendement op banktegoeden dat de Belastingdienst voor 2026 in box 3 gebruikt, en 3,3% inflatie, het gemiddelde over 2025 volgens het CBS (gepubliceerd op 13 januari 2026). Allebei een aanname over de toekomst, geen belofte.

Jaar voor jaar: je spaarplan over 10 jaar (1,28% rente, elke maand bijgeschreven)
JaarInlegRenteSaldo eind van het jaarTotaal ingelegdTotale renteIn geld van nu
1€ 1.200,00€ 71,45€ 6.271,45€ 6.200,00€ 71,45€ 6.071,10
2€ 1.200,00€ 87,81€ 7.559,26€ 7.400,00€ 159,26€ 7.084,00
3€ 1.200,00€ 104,40€ 8.863,66€ 8.600,00€ 263,66€ 8.041,04
4€ 1.200,00€ 121,19€ 10.184,85€ 9.800,00€ 384,85€ 8.944,44
5€ 1.200,00€ 138,19€ 11.523,04€ 11.000,00€ 523,04€ 9.796,38
6€ 1.200,00€ 155,41€ 12.878,45€ 12.200,00€ 678,45€ 10.598,92
7€ 1.200,00€ 172,88€ 14.251,33€ 13.400,00€ 851,33€ 11.354,11
8€ 1.200,00€ 190,55€ 15.641,88€ 14.600,00€ 1.041,88€ 12.063,86
9€ 1.200,00€ 208,45€ 17.050,33€ 15.800,00€ 1.250,33€ 12.730,04
10€ 1.200,00€ 226,60€ 18.476,93€ 17.000,00€ 1.476,93€ 13.354,47

Je hebt geen account nodig. De berekening gebeurt in je browser: wat je invult, wordt nergens naartoe gestuurd en niet bewaard.

Kort antwoord

Rente op rente bereken je met de formule eindkapitaal = S × (1 + r/12)^(12 × n) + I × ((1 + r/12)^(12 × n) − 1) ÷ (r/12), waarbij S je startbedrag is, I je inleg per maand, r de rente per jaar als decimaal getal (1,28% = 0,0128) en n het aantal jaren, als de rente elke maand wordt bijgeschreven. Met een startbedrag van € 5.000, € 100 per maand en 1,28% rente (het box 3-percentage voor banktegoeden van de Belastingdienst, 2026) heb je na 10 jaar € 18.476,93: € 17.000 ingelegd en € 1.476,93 rente, waarvan € 75,33 rente op rente.

Wat je invult

  • Startbedrag: wat er nu al op je spaarrekening staat; 0 als je bij nul begint.
  • Inleg per maand: het bedrag dat je elke maand naar je spaarrekening overmaakt, bijvoorbeeld met een automatische overboeking.
  • Rente per jaar: de rente van je spaarrekening, te vinden in je bankapp of op de site van je bank. Rekenen met een verwacht rendement kan ook, maar dat is geen garantie.
  • Looptijd: het aantal hele jaren dat je spaart, van 1 tot 50.
  • Rente bijschrijven: per maand of per jaar; je bank noemt dat in de voorwaarden van je spaarrekening.
  • Verfijn de berekening: of je inleg aan het begin of aan het eind van de maand binnenkomt, en met welke inflatie de rekentool je eindkapitaal omrekent naar geld van nu.

Aannames en grenzen

Waar de berekening van uitgaat

  • De rente blijft de hele looptijd gelijk: 1,28% per jaar, of wat je zelf invult. Op een spaarrekening zonder vaste looptijd kan de rente veranderen.
  • Je legt elke maand hetzelfde bedrag in, standaard aan het eind van de maand, en je haalt er niets af.
  • Bij bijschrijving per maand komt elke maand een twaalfde van de jaarrente bij je saldo. Bij bijschrijving per jaar telt de rekentool de rente per maand over het saldo van die maand en schrijft het totaal bij aan het eind van elk spaarjaar.
  • De rente wordt bij elke bijschrijving afgerond op hele centen, zoals een bank dat doet. Daardoor wijkt de uitkomst meestal een paar cent af van de formule en van de functie TW in Excel. Bij een lange looptijd of een heel lage rente kan dat oplopen tot tientallen centen, en bij een hoge rente over tientallen jaren tot euro's, ook bij een klein bedrag: bij 15% over 50 jaar, de grens van de rekentool, tot tientallen euro's. Onder je uitkomst staat het verschil voor jouw getallen.
  • De standaardrente van 1,28% (het box 3-percentage voor banktegoeden van de Belastingdienst, 2026) is een aanname, geen rente die een bank je belooft.
  • De standaardinflatie van 3,3% per jaar is het gemiddelde over 2025 volgens het CBS. Dat de prijzen elk jaar zo stijgen, is een aanname, geen voorspelling.
  • Spaarjaar 1 begint op de dag dat je start, dus het hoeft geen kalenderjaar te zijn.

Wat de rekentool niet meeneemt

  • Box 3-belasting: of je die betaalt, hangt af van al je bezittingen en schulden op 1 januari. De rekentool rekent die niet uit.
  • Kosten, zoals beheerkosten en transactiekosten als je belegt.
  • Koersschommelingen: vul je een verwacht rendement in, dan rekent de rekentool alsof elk jaar precies dat rendement oplevert.
  • Renteaanpassingen van je bank, opnames en extra stortingen tussendoor.
  • Een rente die afhangt van je saldo, zoals een hogere rente tot een bepaald bedrag.
  • Een rente die je bank per dag over je saldo berekent, of per kwartaal bijschrijft: de rekentool rekent per maand en schrijft per maand of per jaar bij.
  • Een inleg die meegroeit met je salaris.

Hoeveel zet je echt opzij?

De rekentool rekent met wat je van plan bent. In Martia vraag je in de chat hoeveel je echt opzij hebt gezet, en het antwoord komt uit de transacties op je betaalrekening: hoeveel er naar je spaarrekening ging, en in welke maanden dat niets was.

  • „Hoeveel heb ik dit jaar naar mijn spaarrekening overgemaakt?”
  • „In welke maanden heb ik niets opzijgezet?”
  • „Hoeveel hield ik gemiddeld per maand over na mijn vaste lasten?”
Vraag Martia→

Martia is er als app voor iPhone en Android en werkt ook in je browser, met hetzelfde account, en maakt via Enable Banking verbinding met meer dan 2.500 banken. Martia is een betaalde dienst. Een gratis versie is er niet, en je ziet de prijs voordat je betaalt.

Rente op rente formule: zo bereken je samengestelde rente

Bij enkelvoudige rente krijg je elk jaar rente over alleen het bedrag dat je hebt ingelegd. Bij samengestelde rente, oftewel rente op rente, komt de rente bij je saldo en levert die vanaf de volgende bijschrijving zelf ook rente op. Daardoor groeit het verschil elk jaar.

Een voorbeeld: € 10.000 tegen 2,5% per jaar levert in 10 jaar met enkelvoudige rente € 2.500 op (10 × € 250). Met rente op rente, één keer per jaar bijgeschreven, is het € 10.000 × 1,025^10 = € 12.800,85 volgens de formule. De rekentool, die de rente elk jaar op hele centen afrondt, komt op € 12.800,84.

alleen een startbedrag, rente per jaar bijgeschreven: eindkapitaal = S × (1 + r)^n
alleen een startbedrag, rente per maand bijgeschreven: eindkapitaal = S × (1 + r/12)^(12 × n)
met een inleg per maand, rente per maand bijgeschreven: + I × ((1 + r/12)^(12 × n) − 1) ÷ (r/12)
met een inleg per maand, rente per jaar bijgeschreven: + (12 × I + r × I × 5,5) × ((1 + r)^n − 1) ÷ r (6,5 als je inleg aan het begin van de maand binnenkomt)
inleg aan het begin van de maand, rente per maand bijgeschreven: dat inlegdeel × (1 + r/12)

S is je startbedrag, I je inleg per maand, r de rente per jaar als decimaal getal (1,28% = 0,0128) en n het aantal jaren. Onder de uitkomst van de rekentool staat dezelfde formule ingevuld met jouw getallen.

Rente op rente berekenen met maandelijkse inleg

Leg je elke maand iets in, dan levert elke storting rente op vanaf het moment dat ze binnenkomt. Het rekenvoorbeeld hieronder rekent met een startbedrag van € 10.000, € 100 per maand en een voorbeeldrente van 2,5%, 10 jaar lang: samen € 22.000 ingelegd.

Rekenvoorbeeld: startbedrag € 10.000, € 100 per maand, 2,5% rente, 10 jaar (berekend met deze rekentool, die de rente bij elke bijschrijving afrondt op hele centen; de laatste kolom volgens de formule, zonder tussentijds af te ronden)
Rente bijgeschrevenInleg komt binnenEindkapitaalTotale renteWaarvan rente op renteVolgens de formule
per maandeind van de maand€ 26.454,12€ 4.454,12€ 466,62€ 26.454,11
per maandbegin van de maand€ 26.482,49€ 4.482,49€ 469,99€ 26.482,48
per jaareind van de maand€ 26.398,95€ 4.398,95€ 411,45€ 26.398,95
per jaarbegin van de maand€ 26.426,97€ 4.426,97€ 414,47€ 26.426,96

Wanneer je inleg binnenkomt, maakt weinig uit: aan het begin van de maand levert elke storting een maand extra rente op, hier € 28,37 meer. Rente per maand in plaats van per jaar levert hier € 55,17 meer op.

Het sneeuwbaleffect: rente per jaar in hetzelfde voorbeeld, één keer per jaar bijgeschreven, inleg aan het eind van de maand (berekend met deze rekentool)
JaarRente dat jaarSaldo eind van het jaar
1€ 263,75€ 11.463,75
2€ 300,34€ 12.964,09
3€ 337,85€ 14.501,94
4€ 376,30€ 16.078,24
5€ 415,71€ 17.693,95
6€ 456,10€ 19.350,05
7€ 497,50€ 21.047,55
8€ 539,94€ 22.787,49
9€ 583,44€ 24.570,93
10€ 628,02€ 26.398,95

De rente stijgt van € 263,75 in het eerste jaar naar € 628,02 in het 10e jaar: je saldo groeit met elke inleg, en de rente van eerdere jaren levert zelf rente op. De rente van het eerste jaar is 2,5% × € 10.000 + 2,5% × € 100 × 5,5: een storting aan het eind van de eerste maand staat 11 maanden op de rekening, een storting aan het eind van de twaalfde maand nul maanden, gemiddeld 5,5 maanden.

Wil je weten hoe lang je over een spaardoel doet, of hoeveel je per maand opzij moet zetten? Dat staat in hoeveel sparen per maand: richtlijn en spaardoel.

Rente per maand of per jaar bijgeschreven: hoeveel scheelt het?

Wordt de rente elke maand bijgeschreven, dan krijg je per maand een twaalfde van de jaarrente, en die levert de maanden erna ook rente op. Daardoor is de effectieve rente iets hoger dan de rente die de bank noemt: (1 + r/12)^12 − 1. Bij 1,28% is dat 1,29% per jaar, bij 5% is het 5,12%.

€ 10.000 zonder inleg: rente per jaar of per maand bijgeschreven (berekend met deze rekentool)
RenteNa 1 jaar, per jaarNa 1 jaar, per maandNa 10 jaar, per jaarNa 10 jaar, per maand
1,28%€ 10.128,00€ 10.128,76€ 11.356,30€ 11.364,76
2,5%€ 10.250,00€ 10.252,89€ 12.800,84€ 12.836,87
5%€ 10.500,00€ 10.511,64€ 16.288,94€ 16.470,09

Bij een lage rente is het verschil klein: bij 1,28% scheelt het na 10 jaar € 8,46. Hoe hoger de rente en hoe langer de looptijd, hoe meer het uitmaakt.

Welke spaarrente is realistisch in 2026?

Reken je met een gewone spaarrekening, dan is 1,28% een realistisch ijkpunt voor 2026: dat fictieve rendement rekent de Belastingdienst in de voorlopige aanslag 2026 voor box 3 toe aan banktegoeden, en volgens de Belastingdienst ligt het „dicht bij het werkelijk rendement”. Het percentage is nog voorlopig: de Belastingdienst stelt het begin 2027 vast. Bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026.

De rente verschilt per bank en per soort rekening, en op een spaarrekening zonder vaste looptijd kan hij veranderen. De rente van je eigen rekening staat in je bankapp of op de site van je bank. Wat Nederlandse banken gemiddeld aan spaarrente gaven, volgens DNB, staat in gemiddeld spaargeld in Nederland: rente, box 3 en veiligheid.

Wil je rekenen met een hoger rendement, bijvoorbeeld voor beleggen, vul dat dan in bij ‘Rente per jaar’. Dat rendement is een verwachting, geen garantie.

Inflatie: wat is je spaargeld straks waard?

Inflatie maakt hetzelfde bedrag later minder waard. In 2025 waren de prijzen gemiddeld 3,3% hoger dan een jaar eerder, en in september 2026 was de inflatie 3,4% (CBS). Rekent de rekentool met 3,3% per jaar, dan is het eindkapitaal van € 18.476,93 na 10 jaar in geld van nu € 13.354,47 waard.

waarde in geld van nu = eindkapitaal ÷ (1 + inflatie)^n
reële rente = (1 + effectieve rente) ÷ (1 + inflatie) − 1

Met 1,29% effectieve rente en 3,3% inflatie is de reële rente −1,95% per jaar. Je spaargeld groeit dan in euro's, maar je kunt er minder voor kopen zolang de prijzen harder stijgen dan de rente. Wil je zonder inflatie rekenen, vul dan 0 in bij ‘Inflatie per jaar’ onder ‘Verfijn de berekening’.

Bronnen: CBS, inflatie 2025 en CBS, inflatie september 2026.

De regel van 72: wanneer is je geld verdubbeld?

Deel 72 door de rente in procenten, en je weet ongeveer na hoeveel jaar een bedrag zonder extra inleg verdubbelt. Het is een vuistregel: precies is het ln 2 ÷ ln(1 + r). Wordt de rente elke maand bijgeschreven, dan is het ln 2 ÷ (12 × ln(1 + r/12)): bij 1,28% 54,2 jaar.

Verdubbelingstijd zonder inleg: de regel van 72 tegen de formule ln 2 ÷ ln(1 + r)
Rente per jaarRegel van 72Volgens de formuleVerdubbeld na, rente per jaar bijgeschreven
1,28%56,3 jaar54,5 jaar55 jaar
2,5%28,8 jaar28,1 jaar29 jaar
5%14,4 jaar14,2 jaar15 jaar
8%9,0 jaar9,0 jaar10 jaar

Bij 1,28% is het volgens de formule 54,5 jaar; bij 2,5% 28,1 jaar. Wordt de rente één keer per jaar bijgeschreven, dan is je bedrag pas verdubbeld als dat jaar om is: bij 1,28% na 55 jaar, bij 2,5% na 29 jaar. Leg je elke maand in, dan heb je je startbedrag veel eerder dubbel.

Belasting: waarom de rekentool zonder box 3 rekent

De rekentool rekent zonder belasting: box 3 hangt af van al je bezittingen en schulden op 1 januari, niet van één spaarrekening. In 2026 betaal je pas box 3-belasting boven het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon (€ 118.714 met een fiscale partner); voor banktegoeden rekent de Belastingdienst voorlopig met een fictief rendement van 1,28%, en over het belaste deel van dat rendement betaal je 36%.

Bronnen: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026 en Wet inkomstenbelasting 2001, artikelen 2.13 en 5.5. Een rekenvoorbeeld van de Belastingdienst lees je in gemiddeld spaargeld in Nederland: rente, box 3 en veiligheid. Wat er als vermogen telt en hoeveel spaargeld je belastingvrij mag hebben, lees je in hoeveel spaargeld mag je hebben.

Sparen of beleggen: rendement is geen garantie

Op een spaarrekening weet je welke rente je bank nu geeft, al kan die veranderen. Bij beleggen is een rendement een verwachting: koersen kunnen dalen, en dan levert een jaar minder op of verlies je geld. De rekentool rekent met één vast percentage per jaar en laat zulke schommelingen weg. Dit is geen beleggingsadvies.

Geld op rekeningen bij Nederlandse banken valt onder de depositogarantie: „van 1 cent tot maximaal € 100.000 per persoon, per bank” (DNB, 2026). Bron: DNB. Spaar je voor onverwachte uitgaven, lees dan waar je je buffer het beste bewaart.

Rente op rente berekenen in Excel

In de Nederlandstalige Excel heet de functie TW, van toekomstige waarde; in de Engelse heet ze FV. Voor het standaardvoorbeeld van deze pagina typ je:

=TW(1,28%/12; 120; -100; -5000)
= € 18.476,95

Komt je inleg aan het begin van de maand binnen, zet dan een 1 als vijfde argument: =TW(1,28%/12; 120; -100; -5000; 1). De mintekens staan er omdat Excel geld dat je inlegt als uitgave telt.

Excel rekent zonder tussentijds af te ronden. De rekentool rondt de rente bij elke bijschrijving af op hele centen, zoals een bank, en komt daarom op € 18.476,93: € 0,02 verschil.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je rente op rente?

Tel de rente bij je saldo en reken de volgende keer rente over het nieuwe saldo. Voor een startbedrag S met rente r per jaar en n jaar is het eindkapitaal S × (1 + r)^n als de rente één keer per jaar wordt bijgeschreven. Leg je elke maand I in en wordt de rente elke maand bijgeschreven, dan is het S × (1 + r/12)^(12 × n) + I × ((1 + r/12)^(12 × n) − 1) ÷ (r/12). Met € 5.000, € 100 per maand en 1,28% is dat na 10 jaar € 18.476,95 volgens de formule, en € 18.476,93 als de rente elke maand op hele centen wordt afgerond, zoals een bank doet.

Hoe bereken je rente op rente per maand?

Deel de jaarrente door 12 en reken elke maand rente over je saldo van dat moment. Bij 1,28% per jaar is dat 0,1067% per maand. Omdat de rente van eerdere maanden meetelt, kom je over een jaar op 1,29% in plaats van 1,28%: (1 + r/12)^12 − 1.

Hoeveel rente krijg je op € 10.000 spaargeld?

Bij 1,28% rente krijg je na een jaar € 128,00 als de rente één keer per jaar wordt bijgeschreven, en € 128,76 als dat elke maand gebeurt. Laat je het 10 jaar staan, dan heb je € 11.356,30 (per jaar bijgeschreven) of € 11.364,76 (per maand). In die bedragen is de rente bij elke bijschrijving afgerond op hele centen, zoals een bank dat doet. Welke rente jij krijgt, hangt af van je bank en je rekening.

Hoeveel rente krijg je op € 100.000?

Bij 1,28% is dat € 1.280,00 in een jaar als de rente één keer per jaar wordt bijgeschreven, of € 1.287,54 als dat elke maand gebeurt. De depositogarantie beschermt geld op rekeningen bij Nederlandse banken tot € 100.000 per persoon, per bank (DNB, 2026). Of je over zo'n bedrag box 3-belasting betaalt, hangt af van je hele vermogen op 1 januari; de rekentool rekent die belasting niet uit.

Wat is het verschil tussen enkelvoudige en samengestelde rente?

Bij enkelvoudige rente krijg je alleen rente over het bedrag dat je hebt ingelegd. Bij samengestelde rente komt de rente bij je saldo en levert die daarna ook rente op: rente op rente. € 10.000 tegen 2,5% levert in 10 jaar enkelvoudig € 2.500 op, en samengesteld € 2.800,84 als de rente elk jaar wordt bijgeschreven (rente bij elke bijschrijving afgerond op hele centen).

Maakt maandelijkse of jaarlijkse rentebijschrijving veel verschil?

Weinig bij een lage rente. € 10.000 tegen 2,5% is na 10 jaar € 12.800,84 als de rente elk jaar wordt bijgeschreven, en € 12.836,87 als dat elke maand gebeurt: € 36,03 verschil (rente bij elke bijschrijving afgerond op hele centen). Hoe hoger de rente en hoe langer de looptijd, hoe groter het verschil.

Wat doet inflatie met je spaargeld?

Inflatie maakt je spaargeld minder waard: in 2025 waren de prijzen gemiddeld 3,3% hoger dan een jaar eerder (CBS). Met een startbedrag van € 5.000, € 100 per maand en 1,28% rente, elke maand bijgeschreven, heb je na 10 jaar € 18.476,93; bij 3,3% inflatie per jaar is dat in geld van nu € 13.354,47 waard. Is je rente lager dan de inflatie, dan kun je ondanks de rente minder kopen van je spaargeld.

Wat is de regel van 72?

Een vuistregel: deel 72 door de rente in procenten en je weet ongeveer na hoeveel jaar een bedrag zonder extra inleg verdubbelt. Bij 2,5% is dat 72 ÷ 2,5 = 28,8 jaar; volgens de formule ln 2 ÷ ln(1 + r) is het 28,1 jaar. Wordt de rente één keer per jaar bijgeschreven, dan is het bedrag na 29 jaar verdubbeld.

Betaal je belasting over je spaarrente?

Niet rechtstreeks: in box 3 betaal je belasting over een fictief rendement op je vermogen op 1 januari, en alleen als je vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Voor banktegoeden rekent de Belastingdienst over 2026 voorlopig met 1,28%, en het tarief is 36%. Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve, dan belast de Belastingdienst je werkelijke rendement, bij spaargeld dus je rente. De rekentool rekent die belasting niet uit.

Andere rekentools

Verder lezen

Bronnen

Voor een officiële berekening: de Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026 (de belasting over je spaargeld; wat je aan rente krijgt, staat op het jaaroverzicht van je bank).

De uitkomst is een indicatie: de rekentool rekent met een vaste rente en een vaste inleg, en rondt de rente bij elke bijschrijving af op hele centen. Wat je bank echt bijschrijft, zie je in je bankapp en op het jaaroverzicht van je bank. Dit is geen financieel advies en geen beleggingsadvies.